Werkzaamheden waren niet uit te besteden

Als ondernemer kunt u werkzaamheden uit besteden en de kosten daarvan kunt u ten laste brengen van de winst. Een tandartsenechtpaar ging daar echter al te creatief mee om: de werkzaamheden die zij aan hun Belgische bvba wilden uitbesteden waren volgens de rechter dusdanig met het zelfstandige beroep van tandarts verweven dat het niet goed denkbaar is dat deze werkzaamheden kunnen worden uitbesteed aan een derde.
Het betreffende tandartsenechtpaar woont in België, maar heeft een zelfstandige tandartsenpraktijk in Nederland. In 2008 richten zij een Belgische vennootschap (bvba) op waaraan zij een aantal werkzaamheden uitbesteden. Het betreft onder meer de volgende werkzaamheden: opstellen van behandelmethoden en -planningen, maken van offertes, plannen van werkzaamheden en het beheren van agenda’s, het voeren van vaktechnisch overleg met andere tandartsen, het bestuderen vaktijdschriften en het verzorgen van de administratie van de praktijken. De kosten van het uitbesteden zijn ten laste van de Nederlandse omzet gebracht. Ook huren beide tandartsen een auto van de bvba. De inspecteur heeft dit, naast een aantal andere winstcorrecties, gecorrigeerd. Volgens de rechtbank heeft de inspecteur dit terecht gedaan. De genoemde werkzaamheden zijn volgens de rechter dusdanig met het zelfstandige beroep van tandarts verweven dat zij voor een praktiserend tandarts onvervreemdbaar zijn. Het is niet goed denkbaar dat deze werkzaamheden kunnen worden uitbesteed aan een derde. Voorts oordeelt de rechtbank dat beide tandartsen ook niet aannemelijk hebben gemaakt dat de huurprijs voor de auto’s zakelijk is. Volgens de huurovereenkomst (met een gelieerde onderneming) bedroeg de huurprijs € 3.884 per maand, waar de inspecteur beredeneert kwam op een bedrag van maximaal € 2.500. Ook stonden de auto’s de tandartsen ter beschikking, zodat de inspecteur terecht bij beiden een onttrekking in aanmerking heeft genomen. De belastingheffing daarover is op grond van het belastingverdrag toegewezen aan Nederland.
Bron: Rb. Den Haag 21-07-2015, nr. AWB – 14 _ 7721 (ECLI:NL:RBDHA:2015:9382)