Werkend leren kan in dienstbetrekking

Niet iedereen die werkzaamheden verricht ten behoeve van zijn opleiding staat in echte dienstbetrekking, maar daaruit kan nog niet de conclusie worden getrokken dat een werknemer die tijdens zijn werkzaamheden ook onderwijs geniet, niet in dienstbetrekking staat. Dit blijkt uit een arrest van de Hoge Raad.
Een stichting verzorgt voor de Nederlandse loodsencorporatie de opleiding tot registerloods. De Nederlandse loodsencorporatie verschaft de stichting daartoe de nodige middelen. Een aspirant-registerloods sluit een leerovereenkomst met de stichting en een van de vier regionale loodsencorporaties. De regionale loodsencorporatie stelt de aspirant-registerloods in de gelegenheid de landelijke en lokale beroepsopleiding tot registerloods en stage (de opleiding) te volgen. De stichting betaalt aan een aspirant-registerloods maandelijks € 2.800 alsmede een jaarlijkse vakantietoeslag van 8%. Daarnaast krijgen aspirant-registerloodsen 24 (betaalde) vakantiedagen per jaar, alsmede een reis- en verblijfkostenvergoeding en geldt voor hen een pensioenregeling. Een aspirant-registerloods is verplicht gedurende het leertraject de opleiding te volgen op aanwijzing van zowel de Nederlandse als de desbetreffende regionale loodsencorporatie. Na het met goed gevolg afronden van de opleiding is hij verplicht om zich als registerloods in te laten schrijven in het loodsenregister en gedurende 36 maanden ingeschreven te blijven. Hof Den Haag heeft geoordeeld dat de relatie tussen de stichting en de aspirant-registerloodsen feitelijk en juridisch van dien aard is, dat aan alle voor het bestaan van een civielrechtelijke arbeidsovereenkomst vereiste elementen wordt voldaan en dat die relatie is aan te merken als privaatrechtelijke dienstbetrekking. De stichting heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld.
De Hoge Raad stelt voorop dat een leerovereenkomst geen arbeidsovereenkomst is indien de verrichte werkzaamheden primair zijn gericht op het vergroten van eigen kennis en het opdoen van werkervaring. De Hoge Raad bevestigt echter het oordeel van het hof. In het oordeel van het hof ligt ten eerste besloten dat voor de loodsencorporaties in hun relatie met de aspirant-registerloodsen het belang om te voorzien in de behoefte aan goed opgeleide beroepsgenoten en daarmee de continuïteit van de beroepsbeoefening te verzekeren, voorop staat. Ten tweede zijn de werkzaamheden van de aspirant-registerloodsen in het kader van de leerovereenkomsten vooral op het hiervoor genoemde gericht, zodat die werkzaamheden niet primair zijn gericht op het vergroten van eigen kennis en het opdoen van werkervaring.
Overigens is het vermeldenswaardig dat de advocaat-generaal in zijn conclusie ten behoeve van de Hoge Raad van mening was dat géén sprake was van een dienstbetrekking. Naar zijn mening waren de activiteiten van de aspirant-registerloods niet gericht op het productief maken van de eigen arbeidskracht, maar op het uitbreiden van eigen kennis en ervaring en hiermee het voltooien van de studie, zodat geen sprake was van een dienstbetrekking.
HR 03-05-2013