Welk pensioen voor een flexibele en mobiele arbeidsmarkt?

De schoonmaakbranche, horeca, detailhandel en de uitzendbranche kennen veel flexibele en mobiele werknemers en kennen veel arbeidsmobiliteit. De werkgeversorganisaties in deze sectoren (OSB, KHN, RND, ABU en NBBU) vroegen zich of de huidige pensioenregelingen nog wel passen bij een flexibele en mobiele arbeidsmarkt. Om dit te onderzoeken hebben ze De Argumentenfabriek onderzoek laten doen naar de verschillende alternatieven.
Een adequaat pensioen opbouwen tegen beheersbare uitvoeringskosten wordt bij een hoge arbeidsmobiliteit binnen en tussen branches (zoals horeca, uitzendsector, schoonmaak en detailhandel) steeds lastiger. De vier sectoren worden gekenmerkt door een hoge mate van arbeidsmarktdynamiek en tellen ruim twee miljoen werkenden: veel werknemers met korte, kleine contracten, veel wisselingen daartussen en met een beperkt inkomen. De pensioenfondsen in deze sectoren tellen 3,4 miljoen deelnemers van wie driekwart(!) geen pensioen meer opbouwt (‘slapers’). Deelnemers die het pensioen in één keer laten uitkeren, betalen daarover veel belasting. De opgebouwde pensioenen zijn dus relatief laag, waardoor de uitvoeringskosten relatief hoog zijn.
In het onderzoek zijn de voor- en nadelen van de verschillende alternatieven voor deze groeiende groep werknemers geïnventariseerd. Tijdens meerdere denksessies met vertegenwoordigers uit de sectoren, pensioenexperts en werknemers, zijn hoofdkeuzes gemaakt en de argumenten voor en tegen op een rij gezet. Keuzes als: moet je mensen dwingen pensioen op te bouwen of kun je ook het loon verhogen? Als je uitgaat van gedwongen vermogensopbouw, moet dat dan individueel of collectief worden geregeld? En is één nationaal fonds dan beter dan de huidige sectorindeling? En als je kiest voor een individuele pot, is er dan een vastgesteld doel of is er keuze voor een alternatief doel (zoals hypotheek of opleiding)?
Bij alle hoofdkeuzes hebben de betrokkenen uit de sectoren argumenten geformuleerd die door De Argumentenfabriek overzichtelijk zijn gerangschikt op Argumentenkaarten.
De Argumentenfabriek trekt geen conclusies, maar brengt de keuzemogelijkheden in kaart en beargumenteert deze. De objectieve bundeling van argumenten voor en tegen is een goede basis om verder te praten met eigen achterbannen, besturen van pensioenfondsen en vakbonden. Daarnaast kan de positie van de groep flexibele werknemers met de Argumentenkaarten ook worden meegenomen in de landelijke discussie over pensioenherzieningen.
Bron: ABU 13-02-2015