Vordering FNV tot naleving cao Wegvervoer afgewezen

De voorzieningenrechter van de rechtbank Overijssel heeft een vordering van vakbond FNV tot naleving van de cao Wegvervoer door het transportbedrijf VOS afgewezen. De vakbond eiste dat de buitenlandse chauffeurs die voor een buitenlands zusterbedrijf rijden volgens de Nederlandse cao zouden worden betaald. Volgens de rechtbank behoeven de vorderingen van FNV meer nuance en feitelijke invulling. Zij lenen zich daarom niet voor toewijzing in kort geding.
FNV eiste dat de voorzieningenrechter het transportbedrijf zou dwingen om de zogeheten ‘charterbepalingen’ door te contracteren, zodat het buitenlandse zusterbedrijf zich er ook aan zou houden. De charterbepalingen die zijn opgenomen in de cao’s die volgens FNV van toepassing zijn, staat dat als een Nederlands bedrijf werk uitbesteedt aan een ander, buitenlands bedrijf, hij moet zorgen dat de Nederlandse cao wordt toegepast op de buitenlandse medewerkers. De bepalingen gelden als het werk vanuit Nederland wordt uitgevoerd.
Volgens de voorzieningenrechter heeft de FNV haar stelling onvoldoende onderbouwd. De detacheringsrichtlijn is niet in alle gevallen van toepassing wanneer buitenlandse chauffeurs via een onderaannemer voor een Nederlands bedrijf rijden. Ook is niet duidelijk welke cao nu eigenlijk geldt voor het transportbedrijf. Ook is de vraag niet beantwoord of de buitenlandse vervoerders wel vanuit Nederland opereren. De rechter oordeelt daarom dat de vorderingen van FNV meer nuance en feitelijke invulling behoeven en zij daarom niet toewijsbaar zijn in kort geding.
Bron: Rb. Overijssel 24-08-2015