Voldoende draagvlak cao, wel werken aan verbreding

Volgens een ontwerpadvies van de SER is er op dit moment voldoende draagvlak voor het cao-stelsel. Dit stelsel is nog altijd van essentieel belang voor de arbeidsverhoudingen in ons land. Wel is het met het oog op de toekomst nodig dat cao-partijen blijven werken aan een breed draagvlak voor de cao.
Begin vorig jaar vroeg de toenmalige minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Kamp, de SER om advies over de toekomst van het cao-stelsel. Aanleiding voor de adviesaanvraag was de discussie in de Kamer over de representativiteit van bonden en cao’s.
Ongeveer 80% van de Nederlandse werknemers valt onder een cao. Uit onderzoek blijkt dat zowel werknemers als werkgevers de cao-afspraken positief beoordelen. Daarbij is er nauwelijks verschil in waardering tussen de leden (van werkgeversorganisaties en vakbonden die de cao afsluiten) en de niet-leden. Een punt van zorg is wel de organisatiegraad van werknemers en het draagvlak van de cao. Nog maar 20% van de werknemers is lid van een vakbond. Indien een cao van toepassing is, geldt deze echter voor alle werknemers, lid of geen lid.
De SER vindt het noodzakelijk dat zoveel mogelijk werknemers worden betrokken bij het cao-overleg. Dat kan een lage organisatiegraad compenseren en de legitimiteit van de vakbonden in het cao-overleg versterken. De opstellers van het ontwerpadvies constateren dat cao-partijen inmiddels initiatieven hebben genomen om ook niet-leden bij het cao-overleg te betrekken. Met dit proces moet men zeker verder gaan en waar nodig intensiveren.
Volgens de opstellers is voor de relevantie van de cao – en daarmee ook voor het draagvlak – nodig dat de cao rekening houdt met ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, zoals de toenemende individualisering en flexibilisering. De flexibiliteit van het cao-instrument stelt partijen hiertoe ook in staat. Voorbeelden uit het recente verleden zijn het inbrengen van nieuwe onderwerpen zoals persoonlijke scholingsbudgetten, inspanningen voor duurzame inzetbaarheid, erkenning van verworven competenties en ‘van werk naar werk’-trajecten. Daarbij is in bijna alle cao’s maatwerk mogelijk.
Enkele veranderingen op de arbeidsmarkt vragen om een antwoord van de cao-partijen. Bijvoorbeeld de opkomst van zzp’ers die als ondernemers in beginsel niet onder een cao vallen. Ook in geval van buitenlandse werknemers wordt niet altijd de cao’s toegepast. Bij oneigenlijke concurrentie, bijvoorbeeld door schijnconstructies, is volgens de opstellers handhaving de aangewezen methode om draagvlak voor de cao’s te behouden. Gewezen wordt op de afspraken in het recente Sociaal Akkoord en het Actieplan aanpak schijnconstructies.
Verder is het aan cao-partijen om op nieuwe ontwikkelingen een antwoord formuleren en zo het draagvlak voor de cao te versterken. Een mogelijkheid is bijvoorbeeld om zzp’ers te laten deelnemen aan opleidingen die via een cao zijn geregeld.
De SER zal het advies op vrijdag 23 augustus behandelen in zijn openbare vergadering. Het advies is voorbereid door de SER-commissie Arbeids- en Ondernemingsrecht, onder voorzitterschap van het kroonlid Evert Verhulp.
Bron: SER 18-07-2013