Versoepeling RVU in kader sociaal plan

Op 24 december is het eerder aangekondigde besluit inzake een versoepeling bij de beoordeling van afvloeiingsregelingen in de Staatscourant gepubliceerd. In het besluit wordt een doelmatigheidsmarge van 10% op het afspiegelingsbeginsel toegestaan, zodat een werkgever niet direct wordt afgerekend op een geringe overschrijding van het aantal oudere werknemers dat hij volgens een objectief stelsel zou mogen ontslaan.
De pseudo-eindheffing voor RVU’s op van de Wet LB vindt niet plaats als sprake is van een sociaal plan in het kader van een reorganisatie waarbij de vermindering van het personeelsbestand plaatsvindt op basis van objectieve criteria (zoals het afspiegelingsbeginsel) waarbij niet de intentie bestaat ouderen met het oog op vervroegd uittreden te ontslaan. Steeds vaker komt het echter voor dat een dergelijk sociaal plan wordt voorafgegaan door een regeling waarbij werknemers vrijwillig ontslag kunnen nemen. Van dergelijke vrijwillige regelingen wordt vaak gebruik gemaakt door oudere werknemers die op deze wijze plaatsmaken voor jongere werknemers.
Vanwege de toename van het aantal vrijwillige afvloeiingsregelingen heeft het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen een vraag en antwoord (11-032) gepubliceerd waarin is aangegeven dat deze vrijwillige regeling op zich getoetst moet worden aan de criteria van artikel 32ba, lid 6 Wet LB. Deze afzonderlijke toetsing kan ertoe leiden dat de pseudo-eindheffing op de vrijwillige afvloeiingsregeling van toepassing is, terwijl over de totale afvloeiingsregeling in het kader van het sociaal plan met inbegrip van de vrijwillige vertrekregeling, wel aan de vereiste objectieve ontslagcriteria wordt voldaan. De staatssecretaris acht dit niet gewenst als de vrijwillige afvloeiingsregeling als onderdeel is te beschouwen van de totale afvloeiingsregeling binnen het sociaal plan. De staatssecretaris keurt daarom goed dat de beoordeling of is voldaan aan een objectief ontslagcriterium zoals het afspiegelingsbeginsel, mag plaatsvinden nadat het sociaal plan inclusief de voorafgaande vrijwillige afvloeiingsregeling is afgerond. Hierbij is een doelmatigheidsmarge van 10% toegestaan. Aan deze goedkeuring zijn wel de volgende twee voorwaarden verbonden:

de ontslagen op basis van het sociaal plan inclusief de vrijwillige vertrekregeling zijn uiterlijk afgerond in een periode van 36 maanden;
de werkgever legt vooraf een inschatting vast en maakt achteraf een verantwoording op over de naleving van de objectieve ontslagcriteria. Hij dient de inschatting en de verantwoording op controleerbare wijze bij zijn loonadministratie te bewaren.

Let op: als bij de beoordeling achteraf blijkt dat meer ouderen zijn ontslagen dan mogelijk was binnen de grenzen van de objectieve ontslagcriteria en de doelmatigheidsmarge van 10%, dan is voor de gehele groep oudere werknemers sprake van een RVU, waarop de pseudo-eindheffing wordt toegepast.
Bron: MvF 18-12-2013; Belastingdienst CAP 01-03-2012