Verliesverrekening voor opleidingskosten

Door een schriftelijke toezegging van de inspecteur kunnen de scholingskosten van een piloot als verlies achterwaarts worden verrekend. Ook al kan persoonsgebonden aftrek in de regel niet achterwaarts worden verrekend.
Een belastingplichtige besluit in 2009 tot een carrièreswitch. Na een aantal jaren in dienstbetrekking te hebben gewerkt, wil hij een opleiding tot verkeersvlieger gaan volgen. Hij wil weten waar hij voor wat betreft de aftrek van scholingskosten aan toe is en besluit informatie in te winnen bij de Belastingdienst. Na te hebben gebeld met de Belastingtelefoon wendt hij zich in februari 2009 per brief tot de inspecteur. Hij wil graag weten of hij met terugwerkende kracht belasting kan terugkrijgen vanwege zijn opleidingskosten. De inspecteur laat hem weten dat de scholingskosten die in een jaar worden gemaakt in aftrek kunnen worden gebracht en dat daar geen maximumbedrag voor is. Ook geeft de inspecteur aan dat een verlies in box 1 eerst zal worden verrekend met positieve belastbare inkomens in box 1 uit de drie voorgaande jaren (carry back). Daarna volgt verrekening met de positieve belastbare inkomens in box 1 uit de negen volgende jaren.
Bij het vaststellen van de aanslag IB 2009 houdt de inspecteur rekening met een bedrag van € 9.573 aan scholingsuitgaven en stelt hij bij beschikking het restant aan persoonsgebonden aftrek vast op € 85.427. De piloot maakt hiertegen bezwaar omdat hij wil dat het bedrag als verlies uit werk en woning in aanmerking wordt genomen. Na bot te hebben gevangen bij de rechtbank stapt de piloot naar het hof.
Uit de Wet IB 2001 blijkt dat de persoonsgebonden aftrek het inkomen uit werk en woning van het kalenderjaar vermindert, maar niet verder dan tot nihil. Vervolgens moet de inspecteur het bedrag van de op enig tijdstip niet in aanmerking genomen persoonsgebonden aftrek bij voor bezwaar vatbare beschikking vaststellen. De scholingsuitgaven zijn in dit geval op grond van een juiste wetstoepassing als persoonsgebonden aftrek aangemerkt die niet achterwaarts kunnen worden verrekend. De uitlatingen in de brief van de inspecteur in reactie op de brief van de piloot in februari 2009 kunnen naar het oordeel van het hof echter redelijkerwijs niet anders worden uitgelegd dan dat de inspecteur ermee akkoord gaat dat de scholingsuitgaven van de piloot konden worden verrekend met diens belastbare inkomens uit voorgaande jaren. Er is met andere woorden sprake van een toezegging door die inspecteur. De brief van de piloot bevatte immers concrete, en overigens ook juiste, informatie over zijn voornemen om een opleiding tot verkeersvlieger te volgen, over de specifieke kosten die hieraan zijn verbonden en over de wijze van financiering van die kosten door de piloot. De piloot heeft in die brief vervolgens een concrete vraag gesteld met betrekking tot de aftrekbaarheid van die kosten.
Er is daarom sprake van een met de wet strijdige toezegging, maar niet van een ‘zo duidelijke’ met de wet strijdige toezegging dat op nakoming van de toezegging in redelijkheid niet mocht worden gerekend. De piloot kan zich dan ook met vrucht beroepen op nakoming van de door de inspecteur gedane toezegging.
Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden 25-02-2014