Verlies op geldlening aan werkgever geen negatief loon

Wat negatief loon is, is niet altijd duidelijk aan te geven. De Hoge Raad oordeelde onlangs dat het verlies op een geldlening aan de werkgever geen sprake was van negatief loon. Volgens de Hoge Raad had de werknemer in deze zaak de lening namelijk verstrekt omdat hij bang was anders zijn baan te verliezen.
Een werkgever had in 2004 een betalingsachterstand bij de Belastingdienst van ongeveer € 35.000 en beschikte niet over voldoende middelen om deze schuld te voldoen. Één van de werknemers heeft dit bedrag tegen een rente van 12,5% van een bank geleend en tegen 12,5% aan de werkgever doorgeleend. De werkgever is in 2007 failliet verklaard. Op dat moment had de werknemer nog een vordering op de werkgever van € 32.200 (€ 31.000 hoofdsom en € 1.200 achterstallige rente). De curator heeft de werknemer meegedeeld dat hij geen uitkering vanuit de boedel mocht verwachten.
De werknemer is van mening dat het verlies op de lening aan zijn werkgever negatief loon vormt. De inspecteur is het hier echter niet mee eens.
Hof Arnhem is van oordeel dat hier sprake is van een onzakelijke (werknemers)lening, omdat de werknemer bij het verstrekken van de geldlening aan zijn werkgever een debiteurenrisico heeft gelopen dat een onafhankelijke derde niet wilde nemen. Volgens het hof is de werknemer door het verlies op de lening in verband met zijn dienstbetrekking verarmd, terwijl geen sprake is van kosten tot verwerving, inning en behoud van de inkomsten uit de dienstbetrekking. Het hof ziet het verlies namelijk niet als uitgave waartegenover de werknemer een tegenprestatie heeft ontvangen die hij aanwendt in het kader van de dienstbetrekking. Al met al concludeert het hof dat de werknemer negatief loon in aanmerking kan nemen.
De Hoge Raad geeft echter aan dat de gedingstukken geen andere conclusie toelaten, dan dat de werknemer de lening heeft verstrekt omdat hij vreesde anders zijn baan te verliezen. Aldus strekte het aangaan van de lening tot behoud van de dienstbetrekking. De vordering die hij uit dien hoofde op de werkgever verkreeg, heeft nadien door het faillissement van de werkgever haar waarde verloren. Die waardevermindering kan op grond van vaste jurisprudentie niet als negatief loon op het inkomen in mindering worden gebracht.
Bron: Hoge Raad 10-01-2014