Vergoeding stembureaulid geen vrijwilligersvergoeding

De vergoeding die een lid van een stembureau ontvangt, moet worden aangemerkt als resultaat uit overige werkzaamheden. Gezien de hoogte van de vergoeding kan deze niet worden aangemerkt als een onbelaste vrijwilligersvergoeding.
Een belastingplichtige heeft op 2 maart 2011 werkzaamheden verricht als lid van een stembureau in verband met de verkiezingen voor Provinciale Staten. De vergoeding van € 150 die hij daarvoor ontving, heeft hij in zijn aangifte IB 2011 opgegeven als resultaat uit overige werkzaamheden. In december 2012 heeft de man een aanvulling op zijn aangifte IB 2011 ingediend waarin hij aangeeft dat de ontvangen vergoeding als vrijgestelde vergoeding in het kader van de vrijwilligersregeling moet worden aangemerkt. De aanslag wordt met dagtekening 2 januari 2013 conform aangifte opgelegd. De aanvulling op de aangifte wordt aangemerkt als een bezwaarschrift, daar deze pas binnenkwam nadat de inspecteur de aanslag al had vastgesteld.
Volgens het hof staat vast dat de vergoeding beneden het drempelbedrag (€ 150 per maand en € 1.500 per jaar) voor de vrijwilligersvergoeding blijft en dat de werkzaamheden zijn verricht voor een publiekrechtelijk lichaam dat niet is onderworpen aan vennootschapsbelasting. De vraag die resteert is of de arbeid bij wijze van beroep is verricht of niet. Voor de beantwoording van die vraag is de beloning voor die werkzaamheden van belang. Bij een marktconforme beloning is er geen sprake van vrijwilligerswerk. Bij vrijwilligerswerk staat immers de vergoeding in geen verhouding tot het tijdsbeslag en de aard van de verrichte werkzaamheden, maar betreft het een forfaitaire kostenvergoeding. De uurvergoeding (volgens berekening van de belastingplichtige € 7,89) kan men niet vergelijken met het bruto uurloon dat hij van zijn werkgever ontvangt (€ 23). Volgens het hof moet men echter kijken naar de aard van de verrichte werkzaamheden, de daarbij horende functie-eisen en het gemiddelde uurloon dat een werknemer met die kwalificaties zou verdienen. Hoewel het stembureaulid heeft aangetoond dat voor de werkzaamheden minimaal een MBO werk- en denkniveaus is vereist, wijkt de door hem genoten vergoeding zozeer af van hetgeen in het kader van zijn werkzaamheden voor het stembureau als een forfaitaire kostenvergoeding en een kleine vergoeding voor zijn inzet is te beschouwen, dat die vergoeding volgens het hof niet als een onbelaste vergoeding voor vrijwilligerswerk kan worden beschouwd.
Bron: Hof Amsterdam 23-04-2015