VAR-wuo of VAR-row voor asbestverwijderaar?

Een VAR-verklaring dient zekerheid te geven over de fiscale gevolgen van de arbeidsrelatie. Een recente uitspraak van Hof Arnhem, waarbij een VAR-row in een VAR-wuo wordt gewijzigd, ondermijnt vanzelfsprekend die functie van de VAR.
Een asbestverwijderaar werkt voor verschillende opdrachtgevers. De werkzaamheden kunnen vanwege wet- en regelgeving alleen plaatsvinden indien een Deskundig Toezichthouder Asbestverwijdering (DTA) aanwezig is. De asbestverwijderaar kan op elk moment stoppen met zijn werkzaamheden en heeft daarbij de keuze of hij zich laat vervangen of niet. De gewerkte uren worden gefactureerd aan de opdrachtgevers, waardoor hij een debiteurenrisico loopt. Hij doet eveneens, hetzij in beperkte mate, aan acquisitie en heeft daartoe een website opgezet.
De door de inspecteur in 2010 afgegeven VAR-loon uit dienstbetrekking, welke later bij uitspraak op bezwaar wordt gewijzigd in een VAR-row (resultaat uit overige werkzaamheden), wordt door belanghebbende niet geaccepteerd. Belanghebbende is van mening dat een VAR-wuo (winst uit onderneming) dient te worden afgegeven.
Gelet op de feiten en omstandigheden is Hof Arnhem van oordeel dat de asbestverwijderaar zijn activiteiten heeft uitgeoefend in het kader van een voor zijn rekening gedreven onderneming. Het feit dat hij te allen tijde zijn werkzaamheden onder toezicht van een DTA dient te verrichten, vindt zijn oorzaak in de gevaarlijke aard van de werkzaamheden. Gesteld noch gebleken is dat opdrachtgevers meer of andere aanwijzingen geven dan die welke voortvloeien uit wettelijke verplichtingen. Gelet hierop vernietigt Hof Arnhem de uitspraak op bezwaar en bepaalt dat de arbeidsrelatie de kwalificatie winst uit onderneming wordt toegekend.
Uit een arrest van de Hoge Raad van 23 november 2012 is duidelijk geworden, dat de rechter een reeds afgegeven VAR mag wijzigen in een andere VAR. In bovenstaande casus wordt de afgegeven VAR-row door Hof Arnhem gewijzigd in een VAR-wuo.
Een VAR-verklaring dient zekerheid te geven over fiscale gevolgen van de arbeidsrelatie. Zo is de verklaring vooral bij opdrachtgevers van belang met betrekking tot de vraag of hij belasting en premies dient in te houden ten aanzien van de werkzaamheden verricht door de opdrachtnemer. Het onderhavige geschil betreft het jaar 2010. De uitspraak van Hof Arnhem in 2013 in deze kwestie, ondermijnt vanzelfsprekend de functie van de VAR-verklaring.
Bron: Hof Arnhem 16-04-2013