VAR vooral bij startende zelfstandigen en in de bouw

Zzp’ers hebben vanaf 2010 steeds vaker een Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) van de Belastingdienst. Vooral in de bouw en onder starters nam het gebruik van de VAR sterk toe.
De VAR is in 2005 ingevoerd. Voor zelfstandigen en hun opdrachtgever is voor de VAR-wuo (winst uit onderneming) van belang. Met een VAR-wuo kan de opdrachtgever er zeker van zijn dat er geen loonheffing betaald hoeft te worden. Een VAR-row (resultaat uit overige werkzaamheden) wordt verstrekt als de Belastingdienst de inkomsten niet als winst of loon beschouwt. Met een VAR-row heeft de opdrachtgever nog geen zekerheid over eventuele loonheffingen. Een VAR-row wordt vaak verstrekt als een zelfstandige te weinig uren aan de onderneming besteedt, bijvoorbeeld doordat men daarnaast in loondienst werkt.
Tussen 2007 en 2009 beschikte ongeveer 2% van de zzp’ers over een VAR-wuo. In 2010 en 2011 is er een duidelijke toename van het gebruik van de VAR-wuo onder de zzp’ers. In 2010 lag het percentage op ruim 8% en in 2011 op bijna 12%. Ook het gebruik van de VAR-row nam vanaf 2010 toe bij zzp’ers. In 2011 had ruim 3,5% een VAR-row.
Het aantal verleende VAR-verklaringen aan zzp’ers vertoont vanaf 2010 in alle bedrijfssectoren een sterke toename. Bij de nijverheid (inclusief bouw) is in 2011 het grootste percentage VAR-wuo verklaringen te vinden (21%), bij landbouw is het met 5% het laagst. Opvallend is het grote aandeel VAR-row verklaringen in de niet-commerciële dienstverlening. Het gaat daarbij vooral om zelfstandigen die werkzaam zijn in de zorg en het onderwijs. In de zorg gaat het met name om de paramedische zorg, de thuiszorg of de psychotherapie. In het onderwijs zijn het doorgaans zelfstandigen die opleidingen of trainingen aanbieden. Zij hebben vaak ook een baan in loondienst en steken waarschijnlijk te weinig tijd in het eigen bedrijf om voor een VAR-wuo in aanmerking te komen.
Zzp’ers die in 2011 zijn gestart hebben vaker een VAR-wuo (18,6%) dan degenen die al langere tijd zelfstandige zijn (10,5%). In de laatste jaren zijn er steeds meer zelfstandigen bijgekomen die alleen diensten aanbieden: eerder onderzoek liet zien dat de zzp’ers die eerder werknemer waren, vrijwel allemaal diensten aanbieden. Juist voor zelfstandigen die diensten aanbieden is de VAR-wuo belangrijk, want zij hebben te maken met opdrachtgevers en moeten kunnen aantonen dat er geen sprake is van verkapte loondienst.
In de nijverheid (inclusief bouw) heeft 40% van de starters een VAR-wuo, tegen 20% van de al langer actieve zzp’ers. In de andere sectoren is het verschil tussen startende en al langer actieve zelfstandigen kleiner. In 2011 hebben de zelfstandigen in de bedrijfstak grond-, water- en wegenbouw het vaakst een VAR-wuo verklaring (33%). Bijna een kwart van hen is in 2011 gestart als zelfstandige. De commerciële dienstverlening kent veel verschillende bedrijfstakken die niet in gelijke mate gebruik maken van de VAR-wuo. Bij de ‘klassieke’ zelfstandigen (zoals winkeliers, hoteleigenaren en horeca-eigenaren) is het percentage VAR-wuo verklaringen zeer klein. Hier is minder behoefte aan een VAR omdat zij vooral te maken hebben met particuliere klanten in plaats van bedrijfsmatige opdrachtgevers. Zzp’ers van wie het werk ook in loondienst gedaan kan worden, zijn wel gebaat bij een VAR-wuo. De bedrijfstakken post- en koeriers, managementadvies, beveiliging en film en tv-productie kennen met 24% het grootste aandeel zelfstandigen met een VAR-wuo verklaring. Ongeveer een kwart van de VAR-wuo verklaringen bij post en koeriers betreft zelfstandigen die in 2011 zijn gestart. De VAR-row komt vaak voor bij zelfstandigen die actief zijn in industrieel ontwerp en vormgeving en bij beveiliging en opsporing. Ook hiervan is ongeveer een kwart starter.
Bron: CBS 25-04-2013