Tenaamstellingsverplichting btw van de baan

Staatssecretaris Wiebes liet begin juni al per brief aan de Tweede Kamer weten dat hij van plan was de één bankrekeningmaatregel voor teruggave van btw te laten vervallen. De daarvoor benodigde wetswijziging zal worden opgenomen in het Belastingplan 2015. Om de administratieve lastenverplichting zo snel mogelijk in te perken komt de staatssecretaris met een besluit.
De staatssecretaris keurt daarin onder de volgende voorwaarden goed dat, in afwijking van de Invorderingswet, uitbetalingen van omzetbelasting kunnen plaatsvinden op een bankrekening die op naam staat van een ander dan de ondernemer die recht heeft op de teruggaaf.
Voor deze goedkeuring gelden de volgende voorwaarden:

De ondernemer moet een schriftelijk verzoek indienen bij de Belastingdienst om aanwijzing van een bankrekening op naam van een derde.
De ondernemer moet bij het verzoek een verklaring voegen waarin de ondernemer aangeeft op welke bankrekening de omzetbelastingteruggave uitbetaald moet worden en op wiens naam die bankrekening staat.
De ondernemer doet in het verzoek afstand van zijn recht op een beroep op niet bevrijdende betaling.

De ontvanger heeft de bevoegdheid om, ten behoeve van de beoordeling van het verzoek de ondernemer, kopieën van de volgende bewijsstukken met betrekking tot de bankrekening van de derde te vragen:

een recent bankafschrift, een print van internetbankieren of een bevestiging van de bank;
een recent en geldig uittreksel van de Kamer van Koophandel, of als de begunstigde een natuurlijke persoon is, een geldig identiteitsbewijs (paspoort, identiteitskaart of rijbewijs).

Het besluit heeft geen invloed op de door de staatssecretaris goedgekeurde werkwijze die geldt voor uitbetaling van omzetbelasting in het kader van factoorsovereenkomsten.
Verder keurt de staatssecretaris goed dat de ontvanger de wettelijke aansprakelijkheid van de derde op wiens bankrekening de omzetbelasting is uitbetaald als volgt toepast. Als achteraf blijkt dat te veel of ten onrechte omzetbelasting is uitbetaald, gaat de ontvanger alleen over tot aansprakelijkstelling van de derde als:

die derde financieel voordeel heeft gehad van de te hoge of onterecht uitbetaalde teruggave omzetbelasting, of
die derde wist of behoorde te weten dat de teruggave omzetbelasting te hoog was, dan wel dat geen recht op de teruggave bestond, of
bij het verzoek onjuiste informatie is verstrekt.

Dit besluit treedt in werking op 9 september 2014en vervalt op het moment dat de wijziging van artikel 7a van de Invorderingswet 1990 in werking treedt.
Bron: MvF 04-09-2014