Targets gehaald, toch geen bonus

Een werkgever mag, met een beroep op een voorbehouden individuele afwijkingsmogelijkheid, weigeren een bonus uit te keren aan een werknemer die wel heeft voldaan aan de targets. Gezien de slechte situatie waarin het bedrijf verkeerde had volgens de kantonrechter te Amsterdam de directie de grenzen van haar discretionaire bevoegdheid niet overschreden. Ook al hadden enkele andere werknemers wel een bonus ontvangen.
Een werknemer is vanaf 2008 werkzaam bij een ICT-bedrijf. Op zijn arbeidsovereenkomst is een variabele bonusregeling van toepassing, waarvan de inhoud, de zogenoemde prestatie-indicatoren, en hoogte van de bedragen jaarlijks door de directie worden vastgesteld. Tevens bevat de regeling het voorbehoud van de directie om in individuele gevallen van de bonusregeling af te wijken.
In 2008 ontvangt de werknemer een bonus van € 1.500 en over het jaar 2009 € 900. Over 2010 heeft hij zijn omzetdrempel onder meer als gevolg van arbeidsongeschiktheid niet gehaald en geen bonus ontvangen. Voor het jaar 2011 meldt de werkgever aan de werknemer dat gezien de financiële situatie van het bedrijf de directie heeft besloten geen bonus uit te keren. Op 5 december 2011 heeft de werkgever de ondernemingsraad een advies- en instemmingsaanvraag gedaan voor het voorgenomen besluit te reorganiseren en om de arbeidsvoorwaarden te versoberen. De ondernemingsraad heeft op 6 januari en 17 januari 2012 van advies gediend en ingestemd met de beoogde reorganisatie en versobering van de arbeidsvoorwaarden.
De werknemer vordert van de werkgever € 4.600, te vermeerderen met de wettelijke rente. Hij meent over 2011 aanspraak te kunnen maken op een bonus van € 4.000. De werkgever heeft namelijk aan een aantal andere werknemers de bonus over 2011 wel voldaan.Ook maakt hij nog aanspraak op een deel van de bonus van 2009. Destijds heeft hij € 600,00 te weinig aan bonus ontvangen.
Tussen de partijen is niet in geschil dat de werknemer een dusdanige omzet heeft gehaald dat hij in aanmerking zou komen voor een bonus. De werkgever voert aan dat de slechte financiële situatie van het bedrijf geen ruimte biedt voor toekenning van een bonus aan de werknemer en beroept zich op het recht om in individuele gevallen af te wijken van de regeling. Voor zover de bonusregeling toch van toepassing is, is het beroep van de werknemer op de bonusregeling naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid, gezien de deplorabele situatie waarin het bedrijf verkeert, onaanvaardbaar, aldus de werkgever: de onderneming moet rigoureuze maatregelen nemen om een faillissement te voorkomen.
Blijkens de toepasselijke arbeidsvoorwaarden heeft de directie het recht om in individuele gevallen af te wijken. De directie komt bij de invulling van haar afwijkingsmogelijkheid een discretionaire bevoegdheid toe, die wordt begrensd door de eisen van de redelijkheid en billijkheid. Gezien de situatie waarin het bedrijf zich bevindt, heeft volgens de kantonrecht de directie met haar besluit om af te wijken van de bonusregeling de grenzen van haar discretionaire bevoegdheid niet overschreden. Dat aan een aantal andere werknemers wel een bonus is toegekend, maakt dat niet anders: het is niet onbegrijpelijk dat de directie enkele werknemers die uitzonderlijk hebben gepresteerd met een bonus te belonen ter stimulering van de inzet en behoud van deze werknemers. Dat maakt niet dat de directie er niet toe gehouden was om alle werknemers die op zich aan de voorwaarden voldoen om een bonus toe te kennen.
De kantonrechter wijst de vordering van de werknemer tot betaling van een bonus af.
Bron: Kt. Amsterdam 3-07-2013