Stichting van de Arbeid: akkoord voor de toekomst

De werkgevers- en werknemersorganisaties, verenigd in de Stichting van de Arbeid, en het kabinet hebben een sociaal akkoord bereikt. Het akkoord, dat door de Stichting van de Arbeid wordt aangeduid als ‘akkoord voor de toekomst, bevat een lange reeks afspraken voor zowel de korte als lange termijn.
Het akkoord is gericht op de arbeidsmarkt en herstel van de economie. Vakbonden, werkgevers en de overheid moeten ervoor zorgen dat de arbeidsmarkt goed functioneert. Mensen die werkloos worden, moeten zo snel mogelijk weer een baan krijgen en mensen met een beperking moeten een reële kans krijgen om aan het werk te komen.
Diverse afspraken zijn gemaakt voor de korte termijn om de crisis te lijf te gaan. Zo kan er in sectoren besloten worden om ouderen gedeeltelijk met pensioen te laten gaan om ruimte te maken voor mensen die nu aan de kant staan, jongeren en 45-plussers.
De Stichting van de Arbeid gaat per direct met het Actieteam Crisisbestrijding van start. Hierin gaan sociale partners met vertegenwoordigers van de VNG, diverse jongerenorganisaties, de ministeries OCW en SZW, VNG, UWV, Forum en de ambassadeur Jeugdwerkloosheid samen aan de slag om zo snel mogelijk uit de crisis te geraken zodat de werkloosheid een halt wordt toegeroepen.
Er komen 35 werkbedrijven in Nederland van waaruit vakbonden, gemeenten en werkgevers ervoor gaan zorgen dat mensen aan het werk komen. De instroom in de Wajong en de WSW wordt beperkt en werkgevers zijn bereid om deze mensen op te nemen. Het aantal loopt op tot 10.000 per jaar in 2020. Deze werknemers vallen onder de nieuwe cao voor Werkbedrijven of gemeente cao. De voorgenomen verplichte quotering komt in de wet maar wordt pas ingevoerd als blijkt dat de inspanningen van ondernemingen niet slagen. Dat wordt bekeken in 2017.
Het evenwicht tussen flexwerk en vast werk moet opnieuw worden gevonden omdat de flexibiliteit in een aantal gevallen is doorgeschoten. Er wordt een einde gemaakt aan de zogenaamde schijnconstructies waarbij werknemers met buitenlandse sociale lasten en belastingen goedkoop in Nederland kunnen werken. Het aantal tijdelijke contracten dat kan worden afgesloten, zal worden beperkt en er komt een verbod op nulurencontracten in de zorg.
Er komt per 1 januari 2016 een eenvoudiger en eerlijker systeem voor de ontslagbescherming waarbij de preventieve toets blijft bestaan. Anders dan nu krijgen in de toekomst alle ontslagen werknemers een vergoeding. De hoogte daarvan komt in de wet te staan en wordt afhankelijk van het aantal gewerkte jaren. Er komt een maximum van € 75.000 en voor mensen die meer verdienen, wordt de vergoeding maximaal een jaarsalaris. Het geld dat ontslagen werknemers krijgen, moet ook gebruikt worden om zo snel mogelijk weer ander werk te vinden.
De WW blijft in lengte en duur op peil maar wordt anders georganiseerd. Hier is een oplossing gevonden die past in de hierboven genoemde gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de arbeidsmarkt. De wettelijke regeling wordt gecombineerd met een regeling in de cao’s waardoor werknemers die hun baan kwijtraken er in aanspraken niet op achteruit gaan. Werknemers ontlenen straks een deel van de WW-aanspraken aan de wet en een deel aan de cao. Concreet: de wet geeft recht op twee jaar WW en in de cao wordt de rest aangevuld. Tot 1 januari 2016 verandert er niets.
Het kabinet haalt het bezuinigingspakket van 2014 van tafel. Daarmee verdwijnt onder meer de nullijn.
Er is ook gesproken over AOW en pensioenen. Er komt nu een stevige overbruggingsregeling die oploopt naar 200%WML voor een individu en 300% voor een gezinsinkomen.
De sociale partners willen een alternatief ontwikkelen voor de door het kabinet voorgestelde inperking van het Witteveenkader in 2015. Daarbij gaan ze uit van het behoud van een voor ieder inkomensniveau gelijkwaardige pensioenopbouw van maximaal 2%. Het kabinet heeft hiervoor € 250 miljoen ter beschikking gesteld.
Bron: Stichting van de Arbeid, 11-04-2013