Sterke loondifferentiatie in 2013 én 2014

De gemaakte loonafspraken voor 2013 én 2014 verschillen onderling sterk van elkaar. Dat constateert werkgeversvereniging AWVN in haar maandelijkse voortgangsrapportage over het lopende cao-seizoen. Die differentiatie in de loonafspraken is sectoraal bepaald: de afspraken over de loonontwikkeling in de industrie en in de dienstensector verschillen sterk. Grofweg betreft dit het verschil tussen exporterende bedrijven en bedrijven gericht op de binnenlandse markt.
In de in augustus gesloten cao-akkoorden zijn afspraken gemaakt voor een loonstijging van 1,3%. Dit is iets lager uit dan de gemiddelde loonstijging van alle dit gesloten akkoorden (1,4%). Dit 2013-gemiddelde is weer lager dan de 1,6% voor 2012-akkoorden en 1,7% voor 2011-akkoorden. Overigens is in augustus slechts een beperkt aantal akkoorden (9) gesloten.
Eind augustus was voor precies de helft van alle cao’s die in 2013 expireren overeenstemming bereikt voor een nieuwe cao. Dat is iets meer dan vorig jaar, maar minder dan gemiddeld (58%).
De gemiddelde loonstijging voor 2013 is overigens een resultaat van twee extremen. De meest gemaakte loonstijging is op dit moment 2%: de meeste akkoorden (60×) kennen een loonstijging van precies 2% op twaalfmaandsbasis. Vijftig van die akkoorden betroffen de industriesector. Daarna is de meest voorkomende loonafspraak 0 procent (33×). Deze loonstijging komen met name voor in de dienstensector (26×).
Bij AWVN zijn 77 cao’s bekend die over heel kalenderjaar 2014 doorlopen. Voor deze cao’s (circa 450.000 werknemers) ligt de loonstijging in 2014 dus vast. De gemiddelde loonstijging in 2014 op basis van die 77 cao’s bedraagt 1,2%. De meest voorkomende loonafspraak voor 2014 is, net als in 2013, 2%. Ook hier gaat achter het gemiddelde een sterke sectorale differentiatie schuil: 1,9% voor de industrie (34 cao’s); 1,0% voor de dienstensector (43 cao’s).
Bron: AWVN, 11-09-2013