Spaarvariant als aanvulling op Witteveenkader

In een brief aan de Tweede Kamer schrijft staatssecretaris Weekers op 7 juni dat er met werkgevers en werknemersorganisaties overeenstemming is bereikt over een aanvulling op het wetsvoorstel om Witteveenkader aan te passen. De aanvulling betreft een spaarvariant waarbij vanuit het nettoloon gespaard wordt voor extra pensioenopbouw.
In het Mondriaanakkoord van 11 april jl. was afgesproken dat sociale partners tot 1 juni 2013 de gelegenheid zouden krijgen om de kabinetsplannen, die per 2015 worden ingevoerd, te amenderen. Het kabinet heeft hiervoor een structureel bedrag van 250 miljoen euro ter beschikking gesteld. Een werkgroep van de Stichting van de Arbeid is aan de slag gegaan om alternatieven uit te werken. Het bestuur van de Stichting van de Arbeid heeft een voorstel samen met het rapport van de werkgroep op 31 mei jl. naar het kabinet gestuurd en het kabinet heeft hierop 7 juni jl. gereageerd met een brief aan de Tweede Kamer. De sociale partners doen een voorstel waarbij voor iedereen een pensioenopbouw van 1,85% van het middelloon kan worden bereikt in plaats van 1,75% en een aftopping op € 100.000.
Een belangrijk uitgangspunt voor de sociale partners is dat voor ieder inkomen een gelijkwaardige pensioenopbouw mogelijk wordt. Om dat te bereiken dienenmet ingang van 1 januari 2015 twee zogenaamde excedent-regelingen te worden ingevoerd. Voor beide regelingen wordt er gespaard uit het netto inkomen en blijft het opgebouwde vermogen en uitkering vervolgens onbelast (dus een vrijstelling van box 3-belasting). Concreet betekent het voorstel dat voor een inkomen tot € 100.000 gespaard kan worden voor een netto pensioenuitkering die vergelijkbaar is met die bij een bruto pensioenopbouw van 0,1% van het brutoloon in de nieuwe regeling (bovenop de 1,75% onder het Witteveenkader), en boven de € 100.000 1,85%, omdat vanaf dat inkomen het Witteveenkader wordt afgetopt. Dit voorstel past volgens het CPB binnen de budgettaire randvoorwaarden. De sociale partners hebben aangegeven te streven naar een hogere pensioenambitie. In dat kader hebben zij gewezen op vrijvallende VPL-premies. Het CPB heeft echter aangegeven dat het in zijn middellange termijn ramingen al rekening houdt met uitfaseren van deze regelingen. Er is dus op dit punt geen sprake van een budgettaire ruimte. Weekers stelt wel dat het voorstel complexer is in de uitvoering en zal leiden tot extra administratieve lasten. Hij zal het voorstel van de partners de komende dagen verder uitwerken en nog voor het wetgevingsoverleg op 17 juni 2013 met de Tweede Kamer een nota van wijziging sturen.
Bron: MvF 7-06-2013