Ruim een derde werkgevers eigenrisicodrager

Uit een onderzoek in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid naar de ontwikkeling hybride financiering WGA blijkt dat ruim een derde van de werkgevers op dit moment eigenrisicodrager is. Veelal hebben ze dit risico ondergebracht bij een particuliere verzekering. Als men kijkt naar de loonsom, dan vertegenwoordigen deze werkgevers bijna de helft van de totale loonsom in Nederland.
Het aandeel eigenrisicodragers is het hoogst bij grote bedrijven, maar ook bijna de helft van de middelgrote bedrijven is eigenrisicodrager. Bij de keuze om eigenrisicodrager te worden blijkt de hoogte van de premie bij publieke verzekering de meest bepalende factor. De private verzekeraars hebben de afgelopen jaren met name op dit punt geconcurreerd. Daarnaast speelt de combinatie van werkgeversgrootte en risicoprofiel een rol bij de keuze voor publiek of privaat verzekeren. Andere zaken als ondersteuning bij re-integratie spelen tot nog toe minder een rol bij de keuze.
Uit het onderzoek blijkt dat het aantal eigenrisicodragers dat is teruggekeerd beperkt is gebleven in de evaluatieperiode (2007-2012). Er is wel een stijging in 2012, maar die leidt niet tot een wezenlijk andere verdeling tussen publiek en privaat. Uit het onderzoek blijkt dat er geen sprake is geweest van een ‘silent killing’, d.w.z. dat alleen werkgevers met goede risico’s zich privaat verzekeren, wat leidt tot een steeds stijgende publieke premie en steeds meer uittreden uit het publieke stelsel van werkgevers met relatief goede risico’s. De onderzoekers concluderen dat dit zich niet heeft voorgedaan. Bijna alle publiek verzekerde kleine werkgevers betalen de minimumpremie en dit geldt ook voor driekwart van de publiek verzekerde grote werkgevers.
Bron: Min SZW 7-06-2013