Plaatsnamen volstaan niet in rittenadministratie

De rittenadministratie die moet worden bijgehouden om aan de bijtelling voor privégebruik van een zakelijke auto te ontkomen, moet aan strikte voorwaarden voldoen. Onlangs heeft Hof Arnhem-Leeuwarden bevestigd dat het hierbij niet voldoende is om per rit uitsluitend de plaatsnamen te noteren, in plaats van de exacte adressen.
In de betreffende zaak had de inspecteur navorderingsaanslagen inkomstenbelasting opgelegd aan een ondernemer wegens het privégebruik van een zakelijke auto. In de betreffende jaren (2002 en 2003) was de hoogte van de bijtelling afhankelijk van het aantal privékilometers. Volgens de ondernemer had zij niet meer dan 4.000 privékilometers per jaar gereden, wat zij onderbouwde met een rittenadministratie. De inspecteur vond echter dat deze administratie niet aan de eisen voldeed, en corrigeerde de ingediende aangiften voor de maximale bijtelling.
Hof Leeuwarden-Arnhem was het met de inspecteur eens dat er geen sprake was van een sluitende rittenadministratie. De ondernemer had verzuimd om per rit het begin- en het eindadres te noteren. In plaats daarvan had zij uitsluitend de plaatsnamen geregistreerd. Ook had zij verzuimd om per rit de reden van de betreffende rit te noteren. Bovendien kon de ondernemer geen verklaring geven voor het feit dat zij bij ritten naar eenzelfde plaats wisselende afstanden had geregistreerd. De rittenadministratie voldeed derhalve niet aan de gestelde eisen, zodat de navorderingsaanslagen terecht waren opgelegd. Wel verlaagde het hof de opgelegde vergrijpboetes van 50% naar 25%. Volgens het hof was er namelijk geen sprake van opzet, maar van grove schuld.
Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden 2-07-2013