Ontslag via Kantonrechter duurste, vaker beëindiging met wederzijds goedvinden

De ontslagroute via de kantonrechter was voor werkgevers in de jaren 2011-2012 de duurste route. Wel is het belang van deze ontslagroute afgenomen. Waren in het verleden de routes via het UWV of de kantonrechter het meest gebruikt, nu is de meest toegepaste route ontslag met wederzijds goedvinden.
In opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid onderzocht Panteia de gehanteerde ontslagroutes en de ontslagkosten voor werkgevers in de jaren 2011-2012. Het onderzoek is uitgevoerd onder 3.501 werkgevers met vijf of meer werknemers De resultaten van dit onderzoek zijn vergeleken met een eerder onderzoek over de periode 2004-2006. In het onderzoek worden vijf verschillende ontslagroutes onderscheiden:

Eenzijdige opzegging overheidsaanstelling
Ontslagvergunning via het UWV
Ontbindingsverzoek via de kantonrechter
Ontslag op staande voet
Ontslag met wederzijds goedvinden

De eerste route is daarbij alleen van belang voor de sector overheid en onderwijs (ambtenaren). In het onderzoek is gekeken naar de verschillende kosten van de beëindigingsprocedure (bij de voorbereiding, procedure, overgangsfase en na de beëindiging), zoals de kosten voor juridisch advies, recherchekosten, tijdsbesteding, door rechter opgelegde en vrijwillige vergoedingen, juridische kosten, improductiviteitskosten en overige.
Uit de steekproef van Panteia blijkt dat het belang van de beëindiging met wederzijds goedvinden enorm is toegenomen. In 61% van de gevallen werd de arbeidsovereenkomst op deze wijze beëindigd. Tijdens een eerder onderzoek over de jaren 2004-2006 werd deze ontslagroute in 26% van de gevallen toegepast. In die jaren werden de routes via UWV en kantonrechter het meest toegepast, respectievelijk 36% en 28%. In de jaren 2011-2012 werden beide routes minder toegepast, respectievelijk 24% en 9%. Een verklaring voor die verschuiving is dat in tegenstelling tot de jaren 2004-2006 bij een beëindiging met wederzijds goedvinden dit geen gevolgen meer heeft voor de aanspraak op een WW-uitkering.
In de periode 2011-2012 waren de voornaamste redenen voor ontslag bedrijfseconomisch, disfunctioneren, verstoorde verhoudingen, veelvuldige ziekte en arbeidsongeschiktheid. Bij ontslag om bedrijfseconomische redenen liep de ontslagaanvraag over het algemeen via het UWV (62%). Disfunctioneren en verstoorde verhouden leiden vooral tot een eenzijdige opzegging (resp. 41% en 31%). Ook kwamen deze gevallen het vaakst voor de kantonrechter of werd de dienstbetrekking met wederzijds goedvinden ontbonden.
Uit het onderzoek komt naar voren dat werkgevers verwachten dat de ontslagroute via de kantonrechter de duurste route is. Dit wordt bevestigd door de gemiddelde ontslagkosten per route zoals deze uit het onderzoek naar voren komen. In de periode 2011-2012 waren de gemiddelde kosten van de ontslagroute langs de kantonrechter € 51.456 (€ 35.316), bij eenzijdige opzegging waren de kosten € 30.104 (€ 50.073), met wederzijds goedvinden € 22.417 (€ 22.740), via het UWV € 18.248 (€ 16.112) en op staande voet € 6.873 (€ 5.601). Tussen haakjes de bedragen uit de periode 2004-2006.
De stijging van de gemiddelde ontslagkosten bij de kantonrechter in vergelijking met het onderzoek voor de jaren 2004-2006 kan verklaard worden door de verschuiving van ontslag via de kantonrechter naar wederzijds goedvinden. Dit heeft er waarschijnlijk toe geleid dat de ingewikkeldste (en duurste) zaken waarschijnlijk bij de kantonrechter zijn gebleven. Het grote verschil bij de ontslagroute eenzijdige beëindiging wordt verklaard door het relatief kleine aantal waarnemingen waarop beide gemiddeldes zijn gebaseerd.
Bron: Min SZW 24-12-2013, Ontslagkosten van werkgevers in 2012 (pdf)