Ontslag om bedrijfseconomische redenen: AOW’ers als eerste weg

Het Ontslagbesluit wordt zodanig aangepast dat ingeval van een ontslag om bedrijfseconomische redenen waarbij het afspiegelingsbeginsel wordt toegepast, AOW-gerechtigden het eerst in aanmerking komen voor ontslag.
Op dit moment kan bij toepassing van het afspiegelingsbeginsel bij een ontslag om bedrijfseconomische redenen een doorwerkende AOW-er niet voor ontslag in aanmerking komen, omdat hij meer dienstjaren heeft dan een 55-jarige werknemer in dezelfde leeftijdsgroep (55 jaar en ouder) binnen dezelfde categorie uitwisselbare functies. Omdat dit een ongewenst en onbedoeld effect is van de regelgeving wordt het Ontslagbesluit aangepast.
De hoogste leeftijdsgroep (55 jaar en ouder, art. 4.1 lid 1 Ontslagbesluit) wordt gewijzigd in 55 jaar tot de AOW-leeftijd. Hierdoor komen AOW-gerechtigde werknemers in geval van ontslag wegens bedrijfseconomische redenen het eerst voor ontslag in aanmerking. Daarnaast wordt bepaald dat binnen de groep AOW-gerechtigde werknemers de werknemers met het kortste dienstverband het eerst voor ontslag in aanmerking komen (art. 4.1 lid 2, nieuw ingevoegd).
Met deze aanpassing van het Ontslagbesluit wordt voorkomen dat een werknemer die voor zijn inkomen aangewezen is op het verrichten van arbeid plaats moet maken voor een AOW-gerechtigde werknemer voor wie dat niet het geval is. Het in deze regeling gemaakte onderscheid naar leeftijd wordt hiermee objectief gerechtvaardigd.
De wijziging van het Ontslagbesluit gaat in per 1 april 2014.
Bron: Min SZW 18-02-2014, nr. 2014-0000020505 (Stcrt 2014, 5210)