Onjuiste tenaamstelling mag worden gecorrigeerd

Als de eerste aanslag voor het recht van schenking is vernietigd omdat de tenaamstelling onjuist was, mag de inspecteur opnieuw een aanslag met de juiste tenaamstelling opleggen.
Een echtpaar heeft in 1999 met hun zoon een gebruikersovereenkomst gesloten voor een woonhuis. In deze overeenkomst ligt een schenking besloten. Deze schenking is ontdekt bij een boekenonderzoek bij de onderneming van de zoon. Voor de schenking is geen aangifte gedaan. De inspecteur heeft daarom een aanslag schenkingsrecht opgelegd met als aanhef: belastingplichtige en echtgenote. Op de aanslag is één bedrag aan te betalen recht van schenking vermeld. Deze aanslag is uiteindelijk door de Hoge Raad vernietigd omdat in een geval waarin een schenking plaatsvindt aan twee of meer natuurlijke of rechtspersonen, voor het recht van schenking ieder van hen afzonderlijk als verkrijger moet worden aangemerkt voor datgene dat door die persoon wordt verkregen. Het is niet toegestaan de verkrijgingen in één aanslag aan hen gezamenlijk op te leggen.
De inspecteur heeft in januari 2011 voor de schenking opnieuw aanslagen voor het recht van schenking opgelegd, maar nu afzonderlijk aan de belastingplichtige en aan zijn echtgenote. Vraag is nu of de inspecteur de aanslagen mocht opleggen nadat de aanslag voor dezelfde schenking eerder is vernietigd. Hof Arnhem en ook de Hoge Raad vinden dat de inspecteur de aanslagen terecht heeft opgelegd. De eerste aanslag was ten onrechte aan de groep gezamenlijke verkrijgers opgelegd en niet aan de belastingplichtige. Ook het argument dat de aanslagen buiten de termijn zijn opgelegd slaagt niet. Als geen aangifte is ingediend, gaat volgens de AWR de termijn voor het opleggen van een aanslag pas lopen nadat de akte van overlijden van de schenker of begiftigde is ingeschreven bij de burgerlijke stand.
Bron: HR 21-02-2014