Ondernemende stichting kon recht op aftrek voorbelasting niet hard maken

Een stichting die fondsen werft voor voedselbanken heeft volgens de rechtbank als hoofdactiviteit een activiteit die niet in het economisch verkeer plaatsvindt. Weliswaar ontplooit de stichting ook ondernemingsactiviteiten, maar omdat niet aannemelijk is gemaakt dat daaraan enige voorbelasting is toe te rekenen, kon deze niet in aftrek worden gebracht.
Een stichting zamelt fondsen in voor een andere stichting waarbij meerdere voedselbanken zijn aangesloten. Een van de activiteiten bestaat uit het businessplan ‘één voor voedsel’ waarbij gasten van restaurants een donatie kunnen doen van € 1 per couvert. Deelnemende restaurants worden onder meer vermeld op een website en een communicatiepakket . De verwachting is dat ‘Eén voor voedsel’ als een keurmerk zal gaan werken en dit uiteindelijk om marketingtechnische redenen een argument zal zijn om mee te doen. Daartegenover staat wel dat de deelnemende restaurants een fee moeten betalen. Tijdens een pilot in het eerste jaar is de korting voor de restaurants echter 100%. In 2014 volgt een nieuwe pilot met een korting van 80% op de fee van € 8,33 per maand. In 2013 ontvangt de stichting € 334 aan donaties van de restaurants. Daarnaast ontvangt zijn nog twee donaties van € 25.000 en € 45.000, onder andere van de stichting van voedelsbanken. Hiermee zijn de projectkosten en algemene kosten gefinancierd.
De stichting is aanvankelijk niet als ondernemer voor de btw aangemerkt, maar na de inspecteur over haar activiteiten hebben ingelicht wordt de stichting toch als btw-ondernemer aangemerkt. Vervolgens doet de stichting over de tijdvakken april tot en met september 2013 aangifte, met verzoeken om teruggave van in totaal € 5.833. Vervolgens beoordeelt de inspecteur opnieuw het ondernemerschap en komt tot de conclusie dat hier geen sprake van is. De verleende teruggaven worden ongedaan gemaakt met naheffingsaanslagen.
Volgens de rechtbank ontplooit de stichting verschillende activiteiten: ontwikkeling van het fondsenwervingsproject en de feitelijk uitvoering ten behoeve van de voedselbanken en activiteiten ten behoeve van de restaurants. Daarbij zijn de fondsenwervende activiteiten de hoofdactiviteit. Vast staat dat in 2013 ontvangen donaties geen vergoeding waren voor een verleende dienst. Anders dan de inspecteur is de rechtbank wel van mening dat de stichting economische activiteiten verricht ten behoeve van de restaurants. Het doel is weliswaar fondsenwerving, maar er is ook sprake van prestaties tegen vergoeding. Deze waren in het begin echter nog gering. Omdat er sprake is van zowel economische als niet-economische activiteiten moet de aan de stichting in rekening gebrachte voorbelasting in beginsel worden gesplitst in een deel waarvoor aftrek bestaan en een deel waar geen recht voor aftrek voor bestaat en in geval van de algemene kosten pro rata. Omdat echter geen inzicht is gegeven in de precieze aard van de aan de stichting geleverde goederen en diensten en evenmin in het gebruik ten dienste van de economische en niet-economische prestaties, heeft de inspecteur terecht in de onderhavige tijdvakken geen aftrek van voorbelasting toegestaan.
Bron: Rb. Gelderland 12-11-2015