Nieuwe parketvloer monument toch niet aftrekbaar

Hof Den Haag beslist in tegenstelling tot de rechtbank dat de kosten van een nieuwe parketvloer niet als uitgaven voor monumentenpanden in aftrek kunnen worden gebracht.
De eigenaar van een appartement dat als rijksmonument is aangewezen heeft na de aankoop van de woning diverse werkzaamheden aan de woning laten uitvoeren, waaronder het vervangen van de parketvloer door een nieuwe parketvloer. Hij heeft de kosten daarvan als uitgaven voor monumentenpanden in zijn aangifte IB 2011 in aftrek gebracht. De inspecteur heeft de met de vervanging van de parketvloer gemoeide kosten (€ 10.000) niet in aftrek aanvaard. Rechtbank Den Haag oordeelde dat de woningeigenaar aannemelijk heeft gemaakt dat het vervangen van de parketvloer nodig was om het appartement in bruikbare staat te herstellen en stond de aftrek toe als uitgaven voor monumentenpanden.
In hoger beroep wijst de inspecteur op een arrest van de Hoge Raad uit 1988, waarin de kosten van vloerbedekking werden aangemerkt als huurderslasten en huurderslasten zijn geen aftrekbare uitgaven voor monumentenpanden.
In het arrest van de Hoge Raad uit 1988 overwoog de Hoge Raad dat slechts die categorie van onderhoudskosten in aftrek wordt toegelaten die van invloed is geweest op de berekening van het eigenwoningforfait. Tot deze categorie van kosten behoren niet de kosten die in huurverhoudingen door de huurder plegen te worden gedragen (de huurderskosten). Het hof oordeelt dat deze beslissing van de Hoge Raad ook tot richtsnoer dient te worden genomen bij de beantwoording van de vraag welke kosten als uitgaven met betrekking tot een monumentenpand in aanmerking komen. De kosten van het leggen van een vloerbedekking, van welke aard dan ook, dienen, bijzondere omstandigheden daargelaten, gerekend te worden tot de huurderskosten.
Bron: Hof Den Haag 26-04-2016