Nieuwe kans voor berouwvolle zwartspaarders en -werkers

De inkeerregeling voor zwartspaarders en zwartwerkers is met ingang van 2 september 2013 tijdelijk versoepeld. Wie zichzelf voor 1 juli 2014 vrijwillig meldt bij de fiscus, hoeft geen boete te betalen. Staatssecretaris Weekers heeft dat bekendgemaakt. De maatregel hangt samen met het Wetsvoorstel Wet vereenvoudiging formeel verkeer Belastingdienst dat bij de Tweede Kamer is ingediend.
De inkeerregeling wordt tijdelijk versoepeld omdat er een nieuw heffingssysteem komt voor de inkomstenbelasting. In dit nieuwe systeem krijgen goedwillenden eerder duidelijkheid van de fiscus. In geval van kwade trouw wordt de navorderingstermijn verlengd van 5 jaren naar 12 jaren. Deze verlengde navorderingstermijn zal direct gelden als het wetsvoorstel tot wet verheven wordt en de wet in werking treedt. Vooruitlopend daarop is besloten ‘kwaadwillende belastingplichtigen’ bij wijze van overgangsmaatregel een laatste kans te bieden om schoon schip te maken en de gevolgen van de voorgestelde wijzigingen te vermijden. Daarom wordt de inkeerregeling voor aanslagbelastingen tijdelijk verruimd tot 1 juli 2014. Vanaf 1 juli 2014 tot 1 juli 2015 herleeft de huidige inkeerregeling. Dan geldt weer een boete van 30% van de ontdoken belasting in box 3. Vanaf 1 juli 2015 wordt de inkeerregeling volgens het wetsvoorstel verder aangescherpt; de boete bedraagt dan 60% van de ontdoken belasting in box 3. Voor ontdoken belasting in box 1(zwart loon of zwarte winst) geldt bij inkeer voor 1 juli 2014 een boete van 0%. Bij inkeer tussen 1 juli 2014 en 1 juli 2015 geldt een boete van 10% en daarna geldt in box 1 een boete van 20%.
Het wetsvoorstel Wet vereenvoudiging formeel verkeer Belastingdienst regelt onder meer dat de voorlopige aanslag na de aangifte in de regel verdwijnt en wordt vervangen door één aanslag. Het doorgeven van wijzigingen op die aanslag wordt eenvoudiger. Belastingplichtigen kunnen namelijk tot 18 maanden na de aangifte via hun eigen belastingdomein de aanslag aanvullen. Aanvullingen of kleine wijzigingen hoeven dan niet meer als bezwaar behandeld te worden, wat een hoop bureaucratische rompslomp scheelt. Ook is toegevoegd dat de opschorting van de uiterste termijn voor het vaststellen van de definitieve aanslag maximaal zes maanden kan duren.
Bron: MvF 02-09-2013