Naheffing wegens privégebruik auto terecht

Een in een overeenkomst tussen werkgever en werknemer overeengekomen verrekening van de eigen bijdrage voor het privégebruik van de auto van de zaak werkt niet terug als de verrekening pas twee jaar later plaatsvindt.
Een werkgever heeft aan een werknemer voor de jaren 2006 en 2007 een auto ter beschikking gesteld. Naast de ter beschikking gestelde auto, een BMW730, beschikt de werknemer in privé nog over twee andere auto’s. De werknemer heeft voor de ter beschikking gestelde auto een verklaring geen privégebruik aangevraagd en gekregen. De werknemer heeft een rittenadministratie bijgehouden. Daarnaast heeft hij in december 2007 met zijn werkgever de afspraak gemaakt dat, mocht om een of andere reden voor de auto op grond van de wettelijke regeling een bijtelling wegens privégebruik moeten plaatsvinden, de bijtelling niet plaatsvindt omdat het met de bijtelling corresponderende bedrag tussen werkgever en werknemer wordt aangemerkt als een terzake van het privégebruik door de werknemer verschuldigde vergoeding. Deze vergoeding zal in rekening-courant tussen werkgever en werknemer worden verrekend per einde boekjaar. Deze verrekening heeft in 2009 plaatsgevonden. De inspecteur legt aan de werknemer over de jaren 2006 en 2007 een naheffingsaanslag loonbelasting met boete op. Volgens de inspecteur heeft de werknemer niet de vereiste rittenadministratie overlegd en daarmee niet voldaan aan opgelegde bewijslast. Nu het een uitdrukkelijke voorwaarden is om een correcte rittenadministratie bij te houden, heeft de werknemer bewust de kans aanvaard dat te weinig belasting werd betaald.
Voor Hof Leeuwarden is het de vraag of de overeengekomen vergoeding die in rekening-courant wordt verrekend kan gelden als een eigen bijdrage in het privégebruik waardoor een naheffing achterwege moet blijven. Omdat de overeenkomst in december 2007 is gesloten, vindt de rechtbank dat aan de overeenkomst geen belang kan worden toegekend. De overeenkomst zou pas voor het jaar 2008 gevolgen kunnen hebben. Volgens de werknemer heeft de overeenkomst echter terugwerkende kracht.
Volgens het hof is echter van belang dat de eigen bijdrage voor het eerst in 2009 in rekening-courant is verrekend. Een redelijke uitleg van de overeenkomst brengt mee dat alleen in het loontijdvak of in ieder geval in dat boekjaar betaalde verrekeningen of vergoedingen als eigen bijdrage kunnen gelden. De pas in 2009 verrekende bedragen geleden niet als een vergoeding in de zin van de overeenkomst. De naheffingsaanslagen zijn terecht opgelegd.
Ten aanzien van de boetes stelt de werknemer dat hij met de rittenadministratie, de twee andere in privébezit zijnde auto’s en de door hem met zijn werkgever gesloten overeenkomst niet zodanig lichtvaardig heeft gehandeld dat hem grove schuld kan worden verweten. Voor de beoordeling van de vraag of een standpunt pleitbaar is, is relevant dat het standpunt als op voorhand pleitbaar was. Nu de overeenkomst pas in december 2007 is gesloten is er voor 2006 geen sprake van een pleitbaar standpunt. Ook voor 2007 vindt het hof dat geen sprake is van een pleitbaar standpunt omdat de eigen bijdrage pas in 2009 is verrekend. De boetes zijn terecht opgelegd maar worden gematigd vanwege de lengte van het procesverloop.
Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden 22-10-2013