Meer evenredige sancties bij overtreding van sociale zekerheidswetten

Op 27 januari 2016 is bij de Tweede Kamer het wetsvoorstel Wijziging van de sociale zekerheidswetten in verband met de regeling bestuurlijke boete ingediend. Dit wetsvoorstel moet leiden tot meer evenredige sancties bij overtreding van sociale zekerheidswetten.
Per 1 januari 2013 is de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW (Stb 2012, 462) in werking getreden. Deze wet voorzag in zwaardere sancties in geval van fraude. In een uitspraak van 24 november 2014 maakte de Centrale Raad van Beroep echter korte metten met deze wet: het overgangsrecht was volgens de Raad in strijd met het legaliteitsbeginsel en de wet zou niet leiden tot evenredige sancties. Om die reden stelt de regering nu een aanpassing van het boeteregime van de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving voor. Een boete zal altijd worden afgestemd op de ernst van het feit, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden van het geval. Ook wordt de boete gemaximeerd op het benadelingsbedrag. In geval van opzet bedraagt de boete maximaal € 82.000 (boete vijfde categorie, art. 23 lid 4 Wetboek van Strafrecht). Is er geen sprake van opzet dan kan een boete worden opgelegd van maximaal € 8.200 (derde categorie). Voor het begrip ‘opzet’ wordt aangesloten bij hetgeen in het strafrecht hieronder wordt verstaan. Het minimumbedrag aan boete wordt afgeschaft en er wordt een waarschuwing ingevoerd.
Bron: Min SZW 27-01-2016