Leges over onderhouds- en uitbreidingskosten

Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning wordt geen onderscheid gemaakt tussen kosten voor onderhoud en uitbreiding. Ook onderhoudskosten die niet vergunningplichtig zijn behoren tot de bouwkosten waarover leges wordt berekend.
De eigenaar van een woning vraagt in februari 2013 een omgevingsvergunning aan voor het vervangen van de kap van zijn woning. Op het aanvraagformulier is aangegeven dat de geschatte bouwkosten € 5.000 zullen bedragen. De omgevingsvergunning wordt in mei 2013 verleend en de gemeente legt aan de eigenaar een aanslag bouwleges op van € 1.176,72. De bouwkosten worden door de gemeente geraamd op € 39.200. De eigenaar is het met deze aanslag niet eens. Volgens hem blijkt uit recente jurisprudentie dat onderhoudskosten die niet vergunningsplichtig zijn, niet tot de bouwkosten gerekend kunnen worden en dus kunnen hierover ook geen leges kosten worden geheven. Volgens de eigenaar is de kap van de woning in dermate slechte staat door aantasting van houtboorders en ongeïsoleerd, dat deze vervangen moet worden in het kader van groot onderhoud, hetgeen vergunningvrij zou zijn. Door het verhogen van de kap wordt de inhoud vergroot. Naar de mening van huiseigenaar moet een splitsing gemaakt worden tussen het onderhoud en de uitbreiding. De oppervlakte van het huidig dakvlak wordt vergroot met circa 48 m². Volgens de berekening volgens de bouwlegestoets moet gerekend worden met € 120 per m². Op grond hiervan heeft eigenaar de bouwkosten berekend op € 5.760.
Volgens de gemeentelijke verordening die de heffing van leges regelt worden onder de naam ‘leges’ rechten geheven voor het genot van, door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten, een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. In de tarieventabel is bepaald dat onder bouwkosten wordt verstaan: de aannemingssom exclusief omzetbelasting. Uit de verordening blijkt dat ook leges worden geheven voor het in behandeling nemen van een aanvraag. Vaststaat dat de huiseigenaar een omgevingsvergunning heeft aangevraagd en dat deze aanvraag in behandeling is genomen. Deze aanvraag heeft betrekking op het vervangen van de kap van de woning van eigenaar. Dit blijkt ook uit de bij de aanvraag gevoegde tekeningen. Voor de stelling van de eigenaar dat een onderscheid moet worden gemaakt tussen groot onderhoud van de kap en de uitbreiding van de kap, verwijst hij naar een uitspraak van Hof Amsterdam. Een vergelijkbare uitspraak van Hof Den Haag, waarin ook een dergelijk onderscheid werd gemaakt, is echter door de Hoge Raad vernietigd. De Hoge Raad heeft hierbij aangegeven dat werkzaamheden die behoren tot het groot onderhoud – ofwel die onderhoudswerkzaamheden welke noodzakelijk zijn om te voorkomen dat het voortbestaan van de woning als zodanig in gevaar komt – en aanpassingen die noodzakelijk zijn om te voldoen aan de eisen van de tijd, niet kunnen worden aangemerkt als gewoon onderhoud. De hoogte van de leges heeft de gemeente vastgesteld op grond van de berekende bouwkosten van € 39.200. De gemeente is hierbij uitgegaan van de gerealiseerde inhoud van de kap van 196 m³. Vervolgens heeft de gemeente gerekend met een bedrag van € 200 per m³ op grond van de richtprijzentabel gebaseerd op de NEN-norm. Volgens de rechtbank moet rekening worden gehouden met de vervanging van de gehele kap. De door de huiseigenaar opgevoerde bouwsom zoals vermeldt in de bouwaanvraag komt de rechtbank, gelet op de te realiseren kap op de woning van eigenaar, onaannemelijk voor. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de gemeente op juiste wijze de bouwkosten van de te vervangen kap heeft berekend en op grond daarvan een juiste legesaanslag aan eiser heeft opgelegd.
Rb. Overijssel 18-03-2014