Integrale proceskostenvergoeding na tunnelvisie inspecteur

Meestal kent de belastingrechter uitsluitend een forfaitaire proceskostenvergoeding toe aan een belanghebbende. Maar onlangs oordeelde Rechtbank Zeeland-West-Brabant dat een belastingplichtige die werd geconfronteerd met een inspecteur die krampachtig vasthield aan zijn eigen tunnelvisie, recht had op een integrale proceskostenvergoeding.
In de betreffende zaak had de inspecteur een boekenonderzoek uitgevoerd bij de exploitant van een klusbedrijf. Van meet af aan was de inspecteur ervan overtuigd dat de belastingplichtige zwart loon had uitbetaald en omzet had verzwegen. De belastingplichtige wist alle argumenten van de inspecteur te weerleggen, maar toch legde de inspecteur forse naheffingsaanslagen loonheffingen en omzetbelasting op, plus vergrijpboetes. In de bezwaarfase kwam de belastingplichtige met nieuwe bewijzen voor zijn tegenargumenten, zoals verklaringen van zijn boekhouder en enkele onderaannemers. Uiteindelijk zag de inspecteur zich genoodzaakt om de naheffingsaanslag loonheffingen helemaal te vernietigen en de naheffingsaanslag omzetbelasting aanzienlijk te verminderen. Ook de vergrijpboetes werden vernietigd en de exploitant van het klusbedrijf kreeg een forfaitaire proceskostenvergoeding van € 1.744 per bezwaarschrift. De belastingplichtige ging hiertegen in beroep en eiste voor de rechtbank de volledige vernietiging van de naheffingsaanslag omzetbelasting én een integrale proceskostenvergoeding.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant vernietigde de resterende naheffingsaanslag en oordeelde daarnaast dat de belastingplichtige recht had op een integrale proceskostenvergoeding. De rechtbank was het met de ondernemer eens dat de inspecteur tijdens het hele proces was blijven vasthouden aan zijn tunnelvisie dat er sprake moest zijn van zwart loon en verzwegen omzet, en dat hij niet had geluisterd naar de tegenargumenten. Dit had ertoe geleid dat de inspecteur naheffingsaanslagen en vergrijpboetes oplegde, terwijl hij had moeten weten dat deze niet in stand konden blijven. De rechtbank vond dan ook dat de inspecteur zeer onzorgvuldig had gehandeld en dat de ondernemer recht had op een integrale proceskostenvergoeding van ongeveer € 65.000. Daarnaast kreeg de belastingplichtige een immateriële schadevergoeding van € 3.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Bron: Rb. Zeeland-West-Brabant 30-05-2013