Hoge Raad: WAV-boete kan worden verhaald op uitlener

De Hoge Raad heeft op 11 december 2015 uitspraak gedaan op de prejudiciële vraag die het Hof Den Bosch had voorgelegd. Het hof wilde weten of een verhaalsbeding tussen werkgevers met betrekking tot een bestuurlijke boete in verband met een overtreding van de Wet Arbeid Vreemdelingen (WAV) nietig is in de zin van artikel 3:40 BW (een rechtshandeling die door inhoud of strekking in strijd is met de goede zeden of de openbare orde, is nietig). Volgens de Hoge Raad is dat niet het geval en kan een WAV-boete in beginsel worden verhaald op een derde (in dit geval de uitlener).
Volgens de Hoge Raad bevat de WAV niet een verbod tot het overeenkomen van een verhaalsbeding, noch een verbod om een krachtens de WAV opgelegde bestuurlijke boete op een ander te verhalen. Dat past in het stelsel van de WAV, die (vrijwel) uitsluitend publiekrechtelijke voorschriften bevat die bestuursrechtelijk worden gehandhaafd, en – behoudens art. 23 Wav, dat de illegaal tewerkgestelde vreemdeling een sterkere positie geeft met betrekking tot zijn loonvordering – niet de contractuele rechtsverhouding van werkgevers onderling of met derden regelt.
Wel voegt de Hoge Raad hieraan toe dat voor zover bij het aangaan van het verhaalsbeding de bedoeling is geweest om het incasseren van boeten door het bestuursorgaan te frustreren, of voor zover het beding inhoudt dat de partij op wie verhaal wordt gezocht de verhaal zoekende partij moet vrijwaren voor boeten die aan de verhaal zoekende partij zijn opgelegd wegens het door haar met opzet of grove schuld niet naleven van de verplichtingen ingevolge de WAV, kan meebrengen dat het beding nietig wordt geoordeeld op grond van een met de openbare orde of goede zeden strijdige inhoud of strekking van het beding.
Bron: HR 11-12-2015