Hoge Raad: gehele loonstop bij weigeren passende arbeid

Indien een werknemer weigert passende arbeid te verrichten, dan komt volgens de Hoge Raad de gehele loonaanspraak te vervallen, dus ook over het deel van de werktijd waarvoor de werknemer arbeidsongeschikt is.
De Hoge Raad beantwoordde op 6 juni 2014 de (prejudiciële) vraag van de kantonrechter Utrecht uit december 2013 over de juiste uitleg van artikel 7:629 lid 3 BW. De kantonrechter wilde van de Hoge Raad weten of een werkgever gerechtigd is het gehele loon in te houden bij schending van re-integratieverplichtingen van de werknemer of slechts het loon over de re-integratieve uren. Onduidelijkheid was gerezen over de bewoordingen in lid 3, c (‘voor de tijd, gedurende welke’). De ene uitleg van die bewoordingen leidde tot het standpunt dat het gehele loon van de werknemer moet worden stopgezet gedurende de periode dat hij niet meewerkt aan zijn re-integratie, een andere uitleg was dat alleen het loon over de uren dat de werknemer geacht wordt passende arbeid te verrichten moest worden stopgezet. De Hoge Raad komt tot de conclusie dat het gehele loon komt te vervallen, dus ook voor het deel van de werktijd waarin de werknemer arbeidsongeschikt is en geen passende arbeid verricht.
Bron: HR 6-06-2014