Herzienings-btw halen bij verkoper

Het Europese Hof van Justitie heeft aangegeven dat de BTW-richtlijn zich ertegen verzet dat bedragen, verschuldigd na een herziening van een aftrek van btw, worden ingevorderd bij een andere belastingplichtige dan degene die de aftrek heeft toegepast.
Aan Pactor Vastgoed bv werd op 5 januari 2000 een onroerend goed geleverd. Bij aankoop van dit onroerend goed is door Pactor Vastgoed, met instemming van de leverancier, geopteerd voor belaste levering. De leverancier had het goed een aantal jaren daarvoor gekocht waarbij ook was geopteerd voor belaste levering. De leverancier heeft de van hem geheven btw dan ook in aftrek gebracht. Pactor Vastgoed heeft vanaf april 2000 het goed vrijgesteld van btw verhuurd. Het goed is vervolgens verkocht en begin juli 2000 geleverd. Die levering was vrijgesteld van btw. Vervolgens heeft de inspecteur een naheffingsaanslag btw opgelegd omdat de levering aan Pactor Vastgoed, volgens hem niet met btw had mogen plaatsvinden. De naheffing is gelijk aan het bedrag dat was verschuldigd na herziening van de btw die door de leverancier in aftrek werd gebracht toen hij het pand kocht. Tegen deze naheffingsaanslag heeft Pactor Vastgoed bezwaar gemaakt en vervolgens beroep aangetekend.
Uiteindelijk heeft de Hoge Raad aan het Europese Hof de vraag voorgelegd of de btw na herziening van btw-aftrek kan worden teruggevorderd van degene aan wie het goed is geleverd of dat dit moet bij degene die in het verleden de aftrek heeft toegepast. Volgens het Europese Hof is het mogelijk dat, door de optie om belast te leveren, de leverancier en vervolgens Pactor Vastgoed als de kopers van het onroerend goed btw moesten betalen in verband met de kooptransacties, maar het is niet te rechtvaardigen dat Pactor Vastgoed bedragen moet betalen die verschuldigd zijn na herziening van de door de leverancier in aftrek gebrachte btw vanwege een transactie waarbij Pactor Vastgoed niet betrokken was, namelijk de aankoop van het onroerend goed door de leverancier. Kortom, de Zesde Richtlijn verzet zich er tegen dat de bedragen verschuldigd na herziening van een btw-aftrek worden ingevorderd bij een andere belastingplichtige dan degene die de aftrek heeft toegepast.
Bron: EG HvJ 10-10-2013