Herziening Wet arbeid vreemdelingen aangenomen

De Eerste Kamer heeft op 12 november ingestemd met het wetsvoorstel Herziening Wet arbeid vreemdelingen (33 475). Dit wetsvoorstel scherpt de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) op een aantal punten aan.
Een wijziging betreft een aanscherping van de toets op prioriteitgenietend aanbod. Deze aanpassing hangt samen met de ambitie van het kabinet dat iedereen zo veel mogelijk naar vermogen participeert in de samenleving. Tewerkstellingsvergunningen worden voortaan nog maar voor een jaar toegekend. Bij verlenging van de werkzaamheden moet een nieuwe vergunning worden aangevraagd.
De wet verplicht werkgevers verder marktconform loon te betalen als zij een tewerkstellingsvergunning willen krijgen en minimaal het voltijds minimumloon, ook als de werknemer in deeltijd werkt. Ook kan een tewerkstellingsvergunning worden geweigerd als de werkgever in het verleden veroordeeld is voor een arbeidsgerelateerd delict, zoals bijvoorbeeld de overtreding van de Arbo-wet. Als blijkt dat werkgevers in een sector te weinig naar Nederlandse werknemers of werknemers van binnen de EU zoeken dan kan de minister van SZW voor die sector een vergunningstop opleggen.
Pas als de werknemer van buiten de EU vijf jaar in Nederland heeft gewerkt, mag hij zonder vergunning werken. Nu is dat na drie jaar het geval.
Het kabinet onderkent dat kennis voor de Nederlandse economie cruciaal is om internationaal concurrerend te kunnen zijn. Het voorstel bevat daarom ook aanpassingen die de komst van kennismigranten moeten bevorderen.
Bron: Eerste Kamer 12-11-2013