Geen schadevergoeding bij gering financieel belang

Als de redelijke termijn voor een beroepsprocedure wordt overschreden, heeft men desondanks geen recht op een immateriële schadevergoeding als met het betreffende geschil slechts een gering financieel belang is gemoeid. Dit blijkt uit een recente uitspraak van Hof Amsterdam.
In de betreffende zaak was de belanghebbende het oneens geweest met het feit dat de gemeente Bergen hem € 14 aanmaningskosten in rekening had gebracht. Hij maakte eerst bezwaar en ging vervolgens in beroep bij de rechtbank. Toen uiteindelijk uitspraak werd gedaan, was de redelijke termijn van twee jaar met iets meer dan een jaar overschreden. Daarom eiste de belanghebbende een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. Rechtbank Alkmaar wees de vordering af, en Hof Amsterdam was het hiermee eens. Het hof oordeelde dat de redelijke termijn inderdaad was overschreden, al merkte het hof hierbij wel op dat in dergelijke gevallen de termijn die nodig is om tot een uitspraak over de eventuele schadevergoeding te komen, buiten beschouwing moet blijven. Maar omdat het in dit geval een geschil betrof over een bedrag van € 14, vond het hof dat de belanghebbende geen recht had op een immateriële schadevergoeding. Het bedrag was dusdanig gering dat het voldoende was dat Rechtbank Alkmaar had vastgesteld dat door overschrijding van de redelijke termijn inbreuk was gemaakt op het rechtszekerheidsbeginsel.
Hof Amsterdam 25-7-2013