Geen ontheffing RVU-heffing, wel goedkeuring

In een brief aan de VNG geeft staatssecretaris Weekers van Financiën aan dat hij geen ontheffing zal verlenen voor een RVU-heffing in kader van de sectorplannen van de gemeenten. Wel kondigt hij een goedkeuring aan bij de beoordeling van ontslagen in het kader van een sociaal plan en daaraan voorafgaande vrijwillige vertrekregelingen.
De VNG had Financiën gevraagd of een ontheffing van de RVU-eindheffing mogelijk is in het kader van de sectorplannen die worden opgesteld. Veel gemeenten hebben namelijk te maken met een vergrijzend personeelsbestand. Daarnaast zijn de mogelijkheden om jongeren aan te trekken en vast te houden beperkt. Deze leeftijdsopbouw van het personeelsbestand drukt zwaar op de begrote loonsom bij de gemeenten.
Bij de afspraken in het sociaal akkoord is destijds afgesproken dat binnen het kader van een sectorplan een bepaalde sector tijdelijk gedeeltelijke ontheffing kan worden verleend van de RVU-heffing op vervroegde uittreding. De staatssecretaris wijst er echter op dat bij de recente begrotingsafspraken juist nadrukkelijk is afgesproken dat de middelen voor de nieuwe sectorplannen niet worden ingezet voor het financieren van vervroegde uittreding en dat het budget voor de sectorplannen meer zal worden gericht op het bestrijden van jeugdwerkloosheid. Een uitvloeisel hiervan is de in de derde nota van wijziging op het Belastingplan 2014 uitgewerkte premiekortingsregeling voor werkloze jongeren.
In zijn brief wijst Weekers op de bestaande mogelijkheid om de RVU-heffing te ontlopen. Indien sprake is van een sociaal plan in het kader van een reorganisatie waarbij de vermindering van het personeelsbestand plaatsvindt op basis van objectieve criteria, waarbij niet de intentie bestaat ouderen met het oog op vervroegd uittreden te ontslaan, zal de RVU-eindheffing niet van toepassing zijn. Wel is het vaak zo dat een sociaal plan op basis van objectieve criteria wordt voorafgegaan door een regeling waarbij werknemers vrijwillig ontslag kunnen nemen. Deze vrijwillige regelingen moeten afzonderlijk getoetst worden en dit kan er toe leiden dat op de vrijwillige afvloeiingsregeling wel de RVU-eindheffing van toepassing is, terwijl over de totale afvloeiingsregeling in het kader van het sociaal plan nog wel aan de vereiste objectieve ontslagcriteria wordt voldaan. De staatssecretaris overweegt daarom een goedkeuring voor dat soort situaties, waarbij de beoordeling of is voldaan aan een objectief ontslagcriterium mag plaatsvinden nadat het sociaal plan inclusief de voorafgaande vrijwillige afvloeiingsregeling is afgerond. De staatssecretaris wil daarbij een doelmatigheidsmarge van 10% op het afspiegelingsbeginsel toestaan, zodat een werkgever niet direct wordt afgerekend op een geringe overschrijding van het aantal oudere werknemers dat hij volgens een objectief stelsel zou mogen ontslaan.
Bron: MvF 26-11-2013