Geen inhoudelijke uitspraak over AOW-gat

Vakbonden en Stichting Belangen AOW-gat hebben bot gevangen bij hun gang naar de rechter. Rechtbank Den Haag heeft hun vorderingen tegen de staat in verband met de verhoging van de AOW-leeftijd niet-ontvankelijk verklaard. Volgens de Haagse rechter dienden de gedupeerden naar de bestuursrechter te stappen.
De vakbonden en de Stichting Belangen AOW-gat waren naar de rechter gestapt omdat naar hun mening de verhoging van de AOW-leeftijd onrechtmatig is jegens dat deel van hun achterban dat te maken krijgt met een AOW-gat. Via de rechter wilden zij afdwingen dat de Staat de Wet verhoging AOW en Pensioenrichtleeftijd voor hen buiten werking zou stellen.
Volgens Rechtbank Den Haag is er voor de burgerlijke rechter geen taak weggelegd omdat individuele gedupeerden zelf beroep kunnen instellen bij de bestuursrechter als het gaat om besluiten op een aanvraag van een AOW-uitkering of een overbruggingsregeling. Dat de vakbonden en de Stichting de belangen van gedupeerden hebben gebundeld, rechtvaardigt niet dat voor hen de weg naar de burgerlijke rechter open komt te staan. Het belang van een goede taakverdeling tussen de bestuursrechter en de burgerlijke rechter en het voorkomen van tegenstrijdige beslissingen, weegt zwaarder dan het belang van toekomstige AOW-gerechtigden om op korte termijn duidelijkheid te krijgen over hun rechtspositie.
De stelling van de vakbonden dat de wet ingrijpt in bestaande cao’s en sociale plannen is volgens de Haagse rechtbank door hen onvoldoende concreet gemaakt en dient geen eigen belang. Voor een gang naar de burgerlijke rechter is een aantasting van een specifiek eigen belang van de vakbonden nodig.
Bron: Rb. Den Haag, 26-02-2014