Geen dubbeltelling gebruikelijk loon

Omdat voor het uitzendbureau beperkte werkzaamheden worden verricht en omdat de behaalde omzetten en gemaakte kosten niet toelaten dat ieder van de echtelieden een loon binnen de onderneming kan behalen ter grootte van het gebruikelijk loon, is er volgens het hof geen grondslag voor het opleggen van de naheffingsaanslagen.
Een uitzendbureau, in 1988 opgericht in de vorm van een bv, richt zich op het verwerven en uitzenden van werknemers die werkzaam zijn in de installatietechniek. De directeur-enig aandeelhouder verricht samen met zijn echtgenote werkzaamheden voor het uitzendbureau die bestaan uit het onderhouden van de contacten met de klanten, het bijhouden van de loonadministratie, het verzorgen van de aangiften loonbelasting en omzetbelasting, het opmaken van omzetfacturen en het doen van alle betalingen. Er zijn geen schriftelijke arbeidsovereenkomsten met het echtpaar en er wordt geen urenregistratie bijgehouden. In de jaren 2006, 2007 en 2008 ontving de dga voor zijn werkzaamheden een bedrag van resp. € 4.899,€ 5.112 en € 5.882. Zijn echtgenote ontving in die jaren € 30.984, € 55.013 en € 45.248. Naar aanleiding van een boekenonderzoek komt de inspecteur tot de conclusie dat de dga veel meer werkzaamheden heeft verricht dan dat hij bij het onderzoek heeft aangegeven. Voor de dga dient daarom het gebruikelijk loon in aanmerking te worden genomen. Aan het uitzendbureau worden naheffingsaanslagen loonheffing opgelegd.
Volgens Hof Den Haag staat vast dat het uitzendbureau van beperkte omvang is. Gezien de behaalde omzetten vindt het hof het aannemelijk dat er drie tot zes inleners waren. De door de dga en zijn echtgenote verrichte werkzaamheden zullen daarom van beperkte omvang zijn en de 20 uur per week niet overschrijden. Op basis van de verrichte werkzaamheden is het hof van mening dat de dga en zijn echtgenote samen de onderneming hebben gedreven en dat de dga de hoofdwerkzaamheden verrichtte en dat zijn echtgenote ondersteunende werkzaamheden heeft verricht. Hierdoor is het gebruikelijk loon in beginsel op beide echtelieden van toepassing.
Het hof gaat er vanuit dat de echtgenote enige werkzaamheden voor het uitzendbureau heeft verricht. De door het uitzendbureau behaalde omzetten en gemaakte kosten laten echter niet toe dat ieder van de echtelieden een loon binnen de onderneming kan behalen ter grootte van het bedrag dat als gebruikelijk loon geldt in de naheffingstijdvakken. Dit is gezien het beperkte tijdsbeslag dat het voeren van de onderneming met zich bracht ook niet aannemelijk. Het hof acht ook niet aannemelijk dat beide echtelieden in even grote mate werkzaamheden binnen de onderneming hebben verricht en dat deze leiden tot het kunnen verdienen van twee maal het gebruikelijk loon. Het hof deelt daarom de oorspronkelijk door het uitzendbureau aan de dga toegekende arbeidsbeloningen in goede justitie toe aan diens echtgenote.
Vanwege de beperkte tijdsbesteding die met het drijven van de onderneming in die jaren is gemoeid en gelet op de door het uitzendbureau met het drijven van die onderneming behaalde resultaten, en op de aard van de verrichte werkzaamheden, acht het hof niet aannemelijk dat ter zake van de door de dga en zijn echtgenote, in hun hoedanigheid van werknemer, gezamenlijk voor het uitzendbureau verrichte werkzaamheden in situaties waarin een aanmerkelijk belang geen rol speelt een hoger loon gebruikelijk is dan het feitelijk in totaal aan dga en zijn echtgenote in die jaren betaalde loon.
Een en ander leidt tot de slotsom dat aan de naheffingsaanslagen de grondslag komt te ontvallen. Hetzelfde geldt dan voor de beschikkingen inzake heffingsrente.
Hof Den Haag 01-05-2013, nr. BK-12/00131 t/m BK-12/00134 (LJN: CA3998)