Geen borgstelling, toch regres

Het feit dat een directeur-grootaandeelhouder (dga) geen borgstellingovereenkomst met zijn bv heeft gesloten en geen vergoeding heeft bedongen, maakt niet dat een regresvordering onzakelijk is. De regresvordering valt dan ook onder het resultaat uit overige werkzaamheden.
Een dga heeft op 1 november 2002 een bv opgericht. In december 2004 heeft de Rabobank, onder zakelijke condities, aan de bv een lening verstrekt van € 200.000. In de leningovereenkomst is opgenomen dat de dga hoofdelijk aansprakelijk is voor de lening. Door de Rabobank is tot zekerheid een recht van hypotheek bedongen op het woonhuis van de dga tot een bedrag van € 200.000. De dga en de bv hebben onderling geen overeenkomst opgemaakt inzake de geldlening. Ook is geen zekerheid overeengekomen. In 2006 ontstaat een betalingsachterstand bij de bank. De dga komt in 2007 met de bank overeen dat hij € 160.000 zal betalen om de lening van de bv af te lossen. De dga financiert de lening door in privé een lening bij de bank af te sluiten met als zekerheid een tweede hypotheek op zijn woonhuis. In zijn gecorrigeerde aangifte IB over 2007 geeft de dga een negatief inkomen uit werk en woning aan van € 133.609. De dga heeft bij resultaat uit overige werkzaamheden onder andere de afbetaalde lening afgeboekt als rekening-courant directie. De inspecteur is het niet eens met het negatieve inkomen uit werk en woning en legt op basis van de eerste ingediende aangifte, waarin een belastbaar inkomen uit werk en woning werd aangegeven van € 57.249, een aanslag op.
Voor het hof is het de vraag of de dga de regresvordering van € 160.000 die hij op de vennootschap heeft, kan afwaarderen ten laste van het resultaat uit overige werkzaamheden. Volgens het hof staat vast dat de dga een aanmerkelijk belang heeft. Uit de wet volgt dat het rendabel maken van vermogensbestanddelen die ter beschikking worden gesteld aan een vennootschap waarin de belastingplichtige een aanmerkelijk belang heeft, een werkzaamheid is. Daar de lening in 2004 door de bv is aangegaan met een onafhankelijke derde is geen sprake van een onzakelijke lening. Ook was er op het moment van het afsluiten van de lening geen reden om aan te nemen dat het krediet in de toekomst niet zou worden afgelost. Dat de dga met zijn bv geen borgstellingovereenkomst overeen is gekomen en voor die borgstelling geen vergoeding heeft bedongen, maken nog niet dat de overeenkomst met de bank een onzakelijk karakter heeft gekregen. De regresvordering die de dga op de bv heeft gekregen door het aflossen van de schuld bij de bank heeft daarmee geen onzakelijk karakter. De vordering behoort tot het belastbare resultaat uit overige werkzaamheden. De waarde van de vordering in het economisch verkeer bedraagt nihil en daarom kan de vordering in zijn geheel ten laste van het resultaat uit overige werkzaamheden worden gebracht.
Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden 08-01-2014