Geen bezwaar en beroep tegen een correctiemededeling

Ontvangt een ondernemer een correctiemededeling, dan staat daar geen bezwaar en beroep tegen open. Volgens Rechtbank Den Haag is dit niet in strijd met Europese verdragen en grondrechten.
Een IB-onderneemster ontvangt een correctiemededeling waarin is aangegeven dat zij een aantal aangiftes moet corrigeren. De onderneemster maakt hiertegen bezwaar, maar dit bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard, omdat de nationale wet geen bezwaar en beroep tegen de mededeling zou openstellen. Volgens de onderneemster is dit in strijd is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie (het Handvest), het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke rechten (IVBPR) en de algemene rechtsbeginselen en ze maakt de zaak aanhangig bij Rechtbank Den Haag
De rechtbank bevestigt dat tegen de mededeling geen bezwaar en beroep bij de bestuursrechter openstaat. Dat dit niet mogelijk is, is volgens de Rechtbank niet in strijd met de genoemde verdragen. Geschillen over (de heffing van) belastingen vallen buiten het bereik van het EVRM en IVBPR. Een zogenoemde ‘criminal charge’ ten aanzien van de onderneemster zou wel toegang bieden, maar daar is (nog) geen sprake van. Ook indien moet worden aangenomen dat het hier (nog) niet om een geschil over de heffing van belastingen gaat, maar om het vaststellen van de burgerlijke verplichtingen van de onderneemster als bedoeld in het EVRM en IVBPR dan is het niet in behandeling nemen van de klacht met betrekking tot de correctiemededeling door de bestuursrechter niet in strijd met de voornoemde verdragen. De onderneemster heeft – nu beroep bij de bestuursrechter niet openstaat – de mogelijkheid om de rechtmatigheid van de aan haar opgelegde verplichting aan de burgerlijke rechter voor te leggen. Het Handvest is niet van toepassing, aangezien er in het onderhavige geval geen sprake is van het ten uitvoer brengen van het recht van de Unie. Naar het oordeel van de rechtbank is de onmogelijkheid om tegen de correctiemededeling in bezwaar en in beroep te gaan ten slotte niet in strijd met enig ander algemeen rechtsbeginsel.
Wordt een correctieverplichting opgevolgd dan wordt de heffing op aangifte afgedragen (ingeval van een correctiebericht bij de aangifte vanwege een correctie binnen het jaar) of een naheffingsaanslag opgelegd (na een los correctiebericht vanwege een correctie over de jaargrens). Tegen de eigen afdracht dan wel de naheffingsaanslag staat bezwaar en beroep bij de bestuursrechter open. Dat is niet anders dan vóór het systeem van correctieberichten. Werkgevers die de correctiemededeling op zichzelf ter discussie willen stellen, kunnen bij de burgerlijke rechter terecht voor een oordeel over de rechtmatigheid van de mededeling. Maar het is de vraag of inhoudingsplichtigen daarmee bereiken wat ze willen.
Bron: Rb. Den Haag 25-09-2014 (publ. 18-12-2014)