Geen akkoord cao Bereide verf- en drukinktindustrie

De werkgevers verenigd in de Vereniging van Verfgroothandelaren in Nederland (VVVF) hebben het onlangs tot stand gekomen onderhandelingsresultaat voor de nieuwe cao afgewezen. De achterban van CNV Vakmensen had wel ingestemd met het onderhandelingsresultaat.
De werkgevers hebben het onderhandelingsresultaat afgewezen in verband met onbedoelde gevolgen van de werkingsfeer, zoals deze is opgenomen in de gebruikelijke tekst van de cao. De cao voor de bereide verf- en drukinktindustrie geldt voor producerende ondernemingen die lid zijn van de VVVF, tenzij een andere cao ‘gebruikelijk dan wel van toepassing is’. Enkele leden, waaronder AkzoNobel en PPG, zijn de afgelopen decennia uitgezonderd geweest van deze cao, omdat zij een eigen cao afsluiten. De ondernemings-cao’s van AkzoNobel en PPG zijn eerder dit jaar afgelopen, maar nog niet vernieuwd (bij Akzo Nobel is inmiddels wel een principeakkoord tot stand gekomen). Als de VVVF nu een nieuwe cao zou sluiten is het gevolg daarvan dat beide ondernemingen juridisch gebonden raken aan de VVVF-cao. Bij de onderhandelingen over de nieuwe cao was de VVVF delegatie niet bekend met deze onbedoelde gevolgen van de werkingsfeer. Om te voorkomen juridisch gedwongen te worden de VVVF-cao toe te passen, overwegen PPG en AkzoNobel het lidmaatschap van de VVVF op te zeggen, tenzij de werkingsfeer van de VVVF-cao voor eens en altijd wordt aangepast. De VVVF vindt het onacceptabel dat twee grote leden zich in de huidige situatie gedwongen voelen het lidmaatschap van de vereniging op te zeggen om niet automatisch onder de werkingssfeer van de VVVF-cao te vallen, waardoor de continuïteit van de vereniging in gevaar komt. De VVVF kan daarom niet eerder een cao-akkoord met haar sociale partners sluiten, dan nadat de desbetreffende leden expliciet en op een duurzame manier worden uitgezonderd van de werkingsfeer van de VVVF-cao, zoals het altijd de bedoeling is geweest.
Bron: VVVF 12-11-2014