Gedifferentieerd tarief bijtelling privégebruik auto kan

Volgens de Hoge Raad is het gedifferentieerde tarief op basis van CO2-uitstoot voor de bijtelling vanwege het privégebruik van een ter beschikking gestelde auto toegestaan.
Een werknemer heeft in 2008 van zijn werkgever een auto ter beschikking gesteld gekregen. Met deze auto heeft hij in dat jaar 6.000 kilometer voor privédoeleinden afgelegd. De werkgever heeft 25% van de waarde van de auto (minus de door de werknemer verschuldigde eigen bijdrage) bij het loon geteld. Bij de vaststelling van de aanslag inkomstenbelasting over het jaar 2008 heeft de inspecteur rekening gehouden met dezelfde bijtelling. De werknemer gaat hiertegen in bezwaar en beroep.
Voor zijn bezwaren tegen de bijtelling voert hij tal van bezwaren aan waarvoor hij geen gehoor vindt bij de Hoge Raad. Zo stelt hij dat de formele wetgever niet bevoegd de zou zijn geweest de waarderingsregels voor de ter beschikking gestelde auto in te voeren, omdat hij de regelgevende bevoegdheid tot het stellen van waarderingsregels met betrekking tot niet in geld genoten loon al elders in de wet heeft gedelegeerd. Voor deze opvatting is volgens de Hoge Raad echter geen steun te vinden in het recht.
Daarnaast is de werknemer van mening dat de hogere bijtelling voor auto’s met een hogere CO2-uitstoot moet worden gezien als een zelfstandige bijtellingscomponent, indien en voor zover daar geen aanwijsbaar toegenomen privévoordeel tegenover staat. Omdat de verhoging niet wordt opgelegd aan belastingplichtigen die minder dan 500 kilometer privé rijden, is in zijn ogen sprake van een ongeoorloofde ongelijke behandeling. Ook stelt hij dat werknemers aan wie een dieselauto ter beschikking is gesteld, zwaarder worden belast dan werknemers met een benzineauto. Hier bestaat in zijn ogen geen rechtvaardiging voor. Al deze klachten worden door ons hoogste rechtscollege van tafel geveegd. Ten aanzien van het betoog van de werknemer dat de wetgever geen onderscheid mag maken tussen werknemers aan wie een auto ter beschikking is gesteld op dieselbrandstof dan wel op benzine, respectievelijk met een lage dan wel een hoge CO2-uitstoot, stelt de Hoge Raad dat dit onderscheid valt binnen de ruime beoordelingsvrijheid van de wetgever en het onderscheid niet van iedere redelijke grond ontbloot is. Milieudoelstellingen vormen als fiscale beleidsdoelstellingen een aanvaardbare grond voor het maken van onderscheid in bijtellingspercentages.
De Hoge Raad stelt de inspecteur in het gelijk.
Bron: HR 7-03-2014