Flexibel aan de slag als schoonmaker

Van de mensen die in 2015 een baan zochten en vonden en geen onderwijs volgden gingen er zeven op de tien aan de slag in een flexibele baan. Het meest voorkomende beroep van de baanvinders: schoonmaker. De overige baanvinders (drie op de tien) gingen of aan de slag als zelfstandige of als schoonmaker.
Gemiddeld kwamen er vorig jaar ieder kwartaal 300.000 mensen met betaald werk bij. Van hen volgde ruim de helft (160.000) geen onderwijs meer. Daartegenover stonden ieder kwartaal circa 290.000 mensen (waarvan 190.000 geen onderwijs volgend) die stopten met betaald werk. Het aantal werkenden in de groep 15 tot 75 jaar is hierdoor vorig jaar gegroeid met in totaal 40.000.
Aan de slag gaan in een vaste baan was bij de baanvinders vorig jaar uitzondering: slechts 12% vond een vaste baan. Tien jaar eerder lag dat percentage nog op 20%. 72% komt terecht in een flexibele werkkring (2005: 65%), terwijl 16% als zelfstandige aan de slag gaat (2005: 13%). Een voltijdbaan begint ook tot de uitzonderingen te horen: nog slechts 37% vond een voltijdbaan (2005 42%), terwijl 42% aan de slag ging in een deeltijdbaan van 12 tot 35 uur per week (2005: 36%). 22% moest het doen met een baan van 12 uur of minder.
Laag opgeleiden gingen het meest aan de slag als schoonmaker (11,6%), met daarna op afstand verkoopmedewerker detailhandel, vuilnisophaler, dagbladbezorger of in de horeca. Dit beeld is in tien jaar nauwelijks gewijzigd. Bij de middelbaar opgeleiden staat de schoonmaak (6%) ook bovenaan, maar dat aandeel verschilt niet erg met de overige beroepen in de top vijf: verkoopmedewerker detailhandel, administratief medewerker (in 2005 bovenaan), kinderopvang, horeca. Bij de hoger opgeleiden loopt de top vijf uiteen van administratief medewerker tot ingenieur, waarbij het aandeel weinig van elkaar verschilt. Tien jaar geleden waren de verschillen groter en was ook onder de hoger opgeleiden baanvinders administratief medewerker het meest voorkomend.
Bij de stoppers was onder de hoger opgeleiden leerkracht basisonderwijs het meest voorkomende beroep. Bij de lager opgeleiden waren het vooral schoonmakers die stopten en bij de middelbaar opgeleiden voor administratief medewerkers. Degenen die stoppen met werken zijn relatief vaak 45-plussers met vast werk. 40% van de niet-onderwijsvolgende baanverliezers had vast werk en bijna de helft een flexibele baan.
Bron: CBS 24-02-2016