Eindeljaarstips

Met het einde van het jaar in zicht, is dit een goed moment om na te gaan of u op fiscaal gebied nog actie moet ondernemen. Voor sommige zaken kunt u niet wachten tot 2014, maar andere zaken vragen juist om uitstel tot in het nieuwe jaar. In ieder geval zijn er diverse veranderingen die om aandacht vragen. Welke dat zijn, leest u in deze eindejaarstips.

ALLE ONDERNEMERS

 

Willekeurig afschrijven tot 50%? Wees er snel bij!

Als u dit jaar nog investeert in een nieuw bedrijfsmiddel, kunt u eenmalig willekeurig afschrijven tot maximaal 50% in plaats van 20%. Over het restant schrijft u ‘normaal’ af. U schrijft in 2013 dus meer af, waardoor de winst lager wordt. Hierdoor betaalt u dus minder belasting. Het moge wel duidelijk zijn dat dit alleen in 2013 een liquiditeitsvoordeel oplevert. Vanaf 2014 kunt u immers minder afschrijven op het bedrijfsmiddel. Wilt u gebruik maken van deze tijdelijke regeling? Dan moet u het bedrijfsmiddel in ieder geval vóór 1 januari 2016 in gebruik nemen.

 

Let op!

Als u het bedrijfsmiddel niet direct in 2013 in gebruik neemt, wordt de willekeurige afschrijving beperkt tot het bedrag dat u hebt betaald. Houdt u ook rekening mee dat u niet willekeurig kunt afschrijven op bedrijfsmiddelen, zoals gebouwen, goodwill en de meeste personenauto’s.

 

Grote uitgaven in 2014? Vorm een voorziening

Gaat u in 2014 bepaalde (grote) uitgaven doen, dan kan het verstandig zijn om nu al hiervoor een voorziening te vormen. Uit recente jurisprudentie blijkt dat ondernemers zelfs een voorziening kunnen vormen voor betwiste belastingschulden. Zo mocht een ondernemer in een zaak voor de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2013:CA3855) een voorziening vormen voor een naheffingsaanslag loonheffingen die na afloop van het jaar was opgelegd, ondanks het feit dat hij stelde dat de naheffingsaanslag in de procedure zou sneuvelen. Voor het vormen van een voorziening is wel van belang dat de toekomstige uitgaven hun oorsprong vinden in feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan in 2013 en ze moeten ook aan die periode zijn toe te rekenen. Daarnaast moet redelijk zeker zijn dat u de uitgaven zult maken.

 

Laat de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek niet links liggen

Wilt u nog dit jaar investeringen doen of hebt u dat al gedaan? Dan kunt u recht hebben op de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Maar dan moet het wel gaan om investeringen die gezamenlijk meer bedragen dan € 2300 op jaarbasis. Als u vooral veel kleine investeringen hebt gedaan, is het mogelijk dat u net onder de drempel van € 2300 blijft steken, waardoor u de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek niet kunt toepassen. Om dit te voorkomen, kunt u wellicht investeringen die u in 2014 zou gaan doen dit jaar nog realiseren. Gaat het om grote investeringen? Overweeg dan om deze investeringen (al is het maar voor een deel) uit te stellen tot 2014. U zou de investeringen desnoods kunnen spreiden over meerdere jaren. Op die manier blijft u onder het grensbedrag van € 306.931 en behoudt u het recht op aftrek.

 

Let op!

Loopt u met de gedachte rond om bedrijfsmiddelen waarvoor u ooit investeringsaftrek hebt genoten weer te verkopen? Ga dan na of het desbetreffende bedrijfsmiddel meer dan vijf jaar geleden is aangeschaft. Als u het bedrijfsmiddel minder dan vijf jaar geleden hebt aangeschaft, wacht dan met de verkoop. Zo voorkomt u de desinvesteringsbijtelling.

 

Regel tijdig de overgang naar IBAN

Alle rekeningnummers van zowel particulieren als bedrijven worden per 1 februari 2014 vervangen door internationale rekeningnummers (IBAN). Dit is straks de enige manier waarop u nog gebruik kunt maken van het nationale betalingsverkeer. Bent u al over? Zo ja, doe dan voor de zekerheid de IBAN Check op de website www.overopIBAN.nl. Zo niet, wacht niet langer en ga meteen aan de slag. Voor een soepele overgang moet u onder meer uw softwarepakketten, facturatiesystemen, briefpapier en/of website aanpassen.

 

Laat uw verliezen niet verdampen

U kunt uw bedrijfsverliezen helaas niet onbeperkt verrekenen met positieve resultaten. Ondernemers in de inkomstenbelasting, kunnen hun verliezen verrekenen met winsten uit de drie voorafgaande jaren en de negen volgende jaren. Vennootschappen en andere rechtspersonen kunnen verliezen alleen achterwaarts verrekenen met de belastbare winst van het vorige boekjaar of met de winsten uit de komende negen jaar. Zit u nog met een verlies uit 2004? Laat deze niet verdampen. Wellicht kunt u nog dit jaar een (boek)winst behalen door bijvoorbeeld een bedrijfsmiddel te verkopen. U kunt dan met die (boek)winst alsnog het verlies uit 2004 verrekenen.

 

Let op!

Tot 1 januari 2012 bestond in de vennootschapsbelasting een tijdelijke regeling die bedrijven de mogelijkheid bood om verliezen drie jaar achterwaarts te verrekenen in plaats van één jaar. Als u destijds gebruik hebt gemaakt van deze regeling, moet u er rekening mee houden dat de termijn voor voorwaartse verliesverrekening beperkt is van negen tot zes jaar.

 

Doe administratie van vóór 2006 weg

De wettelijke bewaartermijn voor de administratie is zeven jaar. Dus u kunt de administratie over 2005 en eerdere jaren in beginsel na 31 december 2013 weggooien. Het begrip administratie moet overigens ruim worden opgevat. Hieronder vallen namelijk alle gegevens die van belang kunnen zijn voor de belastingheffing. Denk hierbij aan de loonadministratie, verkoopadministratie, voorraadgegevens, het grootboek en facturen van crediteuren en debiteuren. Documenten zoals aktes, pensioen- en lijfrentepolissen en dergelijke mag u uiteraard niet weggooien.

 

Let op!

De btw-administratie over het gebruik van onroerende zaken moet u gedurende negen jaar bewaren. Dit is vooral van belang als u gekozen hebt voor een btw-belaste levering.

 

Energiezuinig- en milieubewust investeren? Beter nu dan later

Investeringen in bedrijfsmiddelen met een waarde van minder dan € 2500 komen vanaf 1

januari 2014 niet meer in aanmerking voor de energie-investeringsaftrek (EIA), milieu-investeringsaftrek (MIA) of de willekeurige afschrijving op milieubedrijfsmiddelen (Vamil). U hebt dus tot 1 januari 2014 de tijd om een investeringsaftrek toe te passen voor bedrijfsmiddelen met een waarde vanaf € 450 (minimum investeringsbedrag 2013). Ga dus na of u nog dit jaar een energiezuinige- of milieubewuste investering kunt doen. Houdt er wel rekening mee dat een verklaring van Agentschap NL geen garantie biedt op investeringsaftrek. Uiteindelijk beslist de Belastingdienst of u deze mag toepassen.

 

Let op!

Voor het toepassen van de EIA, MIA of Vamil is het belangrijk dat u het bedrijfsmiddel tijdig meldt bij het E-loket van Agentschap NL. Deze melding moet plaatsvinden binnen drie maanden nadat u de investeringsverplichting bent aangegaan. Of binnen drie maanden na het einde van het kwartaal waarin u voortbrengingskosten hebt gemaakt.

 

Voorkom hoge belasting- en invorderingsrente

Met ingang van 1 januari 2014 gaat de belastingrente voor zowel de inkomstenbelasting als de vennootschapsbelasting omhoog. Deze bedragen momenteel 3% voor alle belastingen. Vanaf 1 januari 2014 geldt voor alle belasting, behalve de vennootschapsbelasting, een ondergrens van 4%. Voor de vennootschapsbelasting wordt de belastingrente per 1 januari 2014 maar liefst 8%. U wordt echter pas met deze belastingrente geconfronteerd als de Belastingdienst de aanslag binnen zes maanden na afloop van het belastingjaar oplegt. Hierdoor betaalt u minder rente, maar u krijgt in de meeste gevallen ook geen rente meer vergoed. Verder betaalt u per 1 januari 2014 een invorderingsrente van 4% als u een belastingaanslag niet op tijd heeft betaald. Betaal uw aanslagen ook volgend jaar dus tijdig.

 

Wacht niet te lang met herinvesteren

Als u in 2010 met de boekwinst van een bedrijfsmiddel een herinvesteringsreserve hebt gevormd, moet u nog dit jaar een herinvestering doen. Doet u dat niet, dan valt de reserve in beginsel vrij in de winst en moet u hierover belasting betalen. Is de aanschaf van het vervangend bedrijfsmiddel vertraagd door bijzondere omstandigheden? Dan kunt u de Belastingdienst verzoeken om de driejaartermijn te verlengen. U moet wel kunnen aantonen dat een begin is gemaakt aan de vervanging.

 

Maak gebruik van WBSO

Ook in 2014 betaalt u met de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) minder loonheffing over de loonkosten die zijn gemaakt voor het verrichten van speur- en ontwikkelingswerk. De voorwaarden worden per 1 januari 2014 zelfs versoepeld. Zo kunt u in 2014 profiteren van de verlenging van de eerste schijf van de S&O-afdrachtvermindering van € 200.000 naar € 250.000. Hierdoor is het hoge percentage van de S&O-afdrachtvermindering van toepassing op een groter deel van de S&O-loonkosten. Het kan dus verstandig zijn om kosten en uitgaven voor speur- en ontwikkelingswerk in 2014 te maken. Ga na of dit ook voor u voordelig uitpakt.

 

Let op!

Tegenover de schijfverlenging staat een verlaging van het tarief in de eerste schijf van 38% naar 35%.

 

Vergeet de RDA niet

Naast de WBSO kunt u wellicht ook gebruik maken van de Research en Development Aftrek (RDA). Hiermee kunt u kosten en uitgaven anders dan loonkosten die direct zijn toe te rekenen aan Research & Development nog verder verlagen. Denk hierbij aan kosten voor onderzoeksapparatuur, prototypes of proefopstellingen. Het RDA-percentage wordt naar verwachting verhoogd per 1 januari 2014. Het exacte percentage is echter nog niet bekend. Dit wordt uiterlijk 31 december 2013 vastgesteld bij ministeriële regeling. Houdt u hier rekening mee.

 

Houd rekening met aangescherpt bodemrecht

Het bodemrecht geeft de ontvanger van de belastingen de mogelijkheid zich te verhalen op bepaalde roerende zaken die zich bevinden in de bedrijfsruimte (op de bodem) van de belastingschuldige. Ook in 2014 moet u rekening houden met de mededelingsplicht als het gaat om het bodemrecht. Als u een zekerheidsrecht houdt op zaken die onder het bodemrecht (kunnen) vallen, moet u de ontvanger informeren over het voornemen om uw recht op deze zaken uit te oefenen of handelingen te verrichten waardoor de zaken niet meer kwalificeren als bodemzaken. De ontvanger heeft dan maximaal vier weken de tijd om de nodige stappen te ondernemen als hij zijn verhaalsrecht op de bodemzaken wil uitoefenen. Daarna pas kunt u als zekerheidshouder zonder belemmeringen uw rechten uitoefenen.

 

Let op!

De mededelingsplicht geldt niet als de waarde van de betreffende bodemzaak onder het drempelbedrag van € 10.000 blijft.

 

Vpb en dga’s

 

Stel dividend uit tot na 1 januari 2014

In 2014 wordt een lagere schijf toegevoegd in box 2 van de inkomstenbelasting. De eerste schijf zal lopen tot € 250.000 en zal vallen onder een tarief van 22%. Over het meerdere blijft u 25% verschuldigd. Deze wijziging is tijdelijk en zal alleen gelden voor het jaar 2014. Dit maakt het interessant om nog even te wachten met een dividenduitkering uit uw bv. Stelt u de dividenduitkering uit tot na 1 januari 2014, dan profiteert u niet alleen van de tariefverlaging, maar u bespaart ook belasting doordat het uitgekeerde bedrag niet in box 3 valt in 2014. De peildatum voor box 3 is immers 1 januari.

 

Tip!

Fiscale partners kunnen in totaal maximaal € 500.000 euro aan dividend uitkeren. Ze mogen namelijk allebei het verlaagde tarief van 22% toepassen over de eerste € 250.000 euro aan inkomen uit aanmerkelijk belang.

 

Overweeg terugkeer uit de bv

Is de exploitatie van uw bedrijf via een bv fiscaal wel aantrekkelijk genoeg of is het drijven van een onderneming voor de inkomstenbelasting voordeliger? Ga de voor- en nadelen eens na. De huidige en geplande regelgeving bevatten diverse voordelen voor de eenmanszaak of personenvennootschap en nadelen voor de directeur-grootaandeelhouder. Het gevolg is dat een directeur met een salaris van € 100.000 daarover in beginsel meer dan € 40.000 aan inkomstenbelasting betaalt. De ondernemer die een winst behaalt van € 100.000 en voldoet aan de voorwaarden voor het doteren aan de oudedagsreserve, het toepassen van de zelfstandigenaftrek en de mkb-winstvrijstelling betaalt al gauw € 10.000 minder aan inkomstenbelasting. Sommige voordelen in de inkomstenbelastingsfeer staan echter op de tocht, zoals de zelfstandigenaftrek en de mkb-winstvrijstelling.

 

Blijf even zitten in icbe

Sinds 22 juli 2013 zijn instellingen voor collectieve beleggingen in effecten (icbe’s) geen beleggingsinstellingen meer voor de Wet op het financieel toezicht. Daarbij is de vraag ontstaan of door deze wijziging een icbe geen vrijgestelde beleggingsinstelling (vbi) meer kan zijn. Het kabinet heeft duidelijk gemaakt dat een icbe wel degelijk een vbi kan zijn. U hebt als directeuren-grootaandeelhouder dus geen enkele reden om de icbe te ontvluchten.

 

Lager gebruikelijk loon? Zorg voor bewijs

Zoals elk jaar wordt u ook in 2014 geacht een gebruikelijk loon van minimaal € 43.000 (bedrag 2013) te krijgen voor de werkzaamheden die u verricht voor uw bv. Neemt u in 2014 genoegen met een lager gebruikelijk loon, bijvoorbeeld omdat de bv in een slechte financiële situatie verkeert? Ook dan moeten u en de bv dit kunnen bewijzen, bijvoorbeeld aan de hand van jaarstukken.

 

Let op!

Verricht u werkzaamheden voor verschillende vennootschappen binnen één concern, dan wordt u geacht per dienstbetrekking een bepaald bedrag aan (fictief) loon te ontvangen. Als een van de bv’s binnen het concern structureel verlies leidt, mag die bv in beginsel een lager bedrag aan fictief loon in aanmerking.

 

Treuzel niet met verkoop ter beschikking gesteld goed

Als u in 2013 stopt met het feitelijk ter beschikking stellen van een vermogensbestanddeel aan uw bv, kan dit ook het fiscaal ‘staken’ van deze terbeschikkingstelling met zich brengen. Komt u dit goed uit, houd dan het vermogensbestanddeel niet te lang aan in afwachting van een geschikte verkoop. De Belastingdienst kan er namelijk van uitgaan dat met het aanhouden van het vermogensbestanddeel de terbeschikkingstelling fiscaal gezien doorloopt.

 

Schenk uw aanmerkelijkbelangaandelen

Wilt u uw aanmerkelijkbelangaandelen doorgeven aan de volgende generatie? Dit kan zonder dat u inkomstenbelasting hoeft te betalen over een waardevermeerdering. Deze doorschuiffaciliteit geldt echter alleen voor zover de bv een materiële onderneming drijft. Daarbij worden beleggingen tot 5% van het ondernemingsvermogen ook gerekend tot de door te schuiven waarde. Bovendien moet uw kind in beginsel in de voorafgaande 36 maanden hebben gewerkt als werknemer in uw bv of in een deelneming van uw bv met een materiële onderneming. Wilt u toch afrekenen over de waardevermeerdering? Dan kan het de moeite waard zijn om dit uit te stellen tot na 1 januari 2014. Want dan geldt namelijk het verlaagde tarief van 22% over de eerste € 250.000 in box 2.

 

Tip!

In de successiewet bestaat ook een bedrijfsopvolgingsfaciliteit. Deze faciliteit stelt 100% van de waarde ‘going concern’, maar maximaal € 1.028.132 (bedrag 2013) aan ondernemingsvermogen vrij van schenkbelasting. Voor zover de waarde going concern meer bedraagt dan € 1.028.132 is dit overschot voor 83% vrijgesteld. De vrijstelling geldt in principe voor ‘echt’ ondernemingsvermogen. De vraag is echter hoe lang de bedrijfsopvolgingsfaciliteit nog in deze vorm blijft bestaan. Er zijn namelijk al diverse rechtszaken aangespannen door belastingplichtigen die vinden dat deze faciliteit ondernemers te veel bevoordeelt. Het is nu afwachten wat de Hoge Raad hiervan vindt.

 

Meld lening eigen woning tijdig

Hebt u dit jaar een nieuw hypotheek afgesloten bij uw bv, een familielid, of een niet in Nederland gevestigde bank? Dan moet u alle gegevens over deze lening met het formulier ‘Opgaaf lening eigen woning’ doorgeven aan de Belastingdienst. U kunt deze gegevens versturen samen met uw aangifte inkomstenbelasting 2013. Ingeval van uitstel voor het doen van uw aangifte hebt u tot 31 december 2014 de tijd om de gegevens in te dienen bij de Belastingdienst. Zorg dat de gegevens op tijd binnen zijn, anders hebt u geen recht op hypotheekrenteaftrek.

 

Pas pensioenbrief dga aan

Uw fiscale pensioenrichtleeftijd gaat per 1 januari 2014 omhoog van 65 naar 67 jaar. Vanaf dat moment mag u bovendien alleen pensioen opbouwen over een lager maximumpercentage in een eind- of middelloonregeling. Daarbij komt nog dat de omkeerregel vanaf 2015 niet meer van toepassing is voor zover het pensioengevend inkomen meer bedraagt dan

€ 100.000. Al deze wijzigingen vragen om aanpassing van uw pensioenbrief. Maar dat alleen is niet voldoende. Laat de pensioenvoorziening en de gevolgen voor het pensioen bij een echtscheiding of bij overlijden berekenen door een specialist. Kijk ook of het vermogen voor het pensioen daadwerkelijk binnen de bv aanwezig is. Ga tot slot na of het voordeliger is om het nabestaandenpensioen uit besteden aan een verzekeringsmaatschappij.

 

TIP

Pensioen-bv’s die met onderdekking van de pensioenverplichting kampen, kunnen onder voorwaarden een eenmalige korting op het pensioen van de dga doorvoeren zonder dat zij daarover fiscaal hoeven af te rekenen.

 

Voorkom werkgeversheffing van 16%

Heeft uw bv dit jaar geen last gehad van de economische crisis en ontvangt u een loon van meer dan € 150.000? Houdt u er dan rekening mee dat uw bv in 2014 een eenmalig 16% eindheffing moet betalen over het deel van het loon dat € 150.000 overschrijdt. Deze heffing komt dan bovenop de al ingehouden loonbelasting (van maximaal 52%). Wilt u dit voorkomen, dan kan het verstandig zijn om te kijken of uw loon kan worden verlaagd door bijvoorbeeld een eigen bijdrage voor de bedrijfsauto. De werkgeversheffing in 2014 wordt geheven over het loon uit 2013.

 

Let op!

Het is echter nog maar de vraag of deze pseudo-eindheffing in stand blijft. Een andere werkgeversheffing (de pseudo-eindheffing over excessieve vertrekvergoedingen) zou namelijk voor een deel in strijd zijn met het Europees recht (ECLI:NL:GHARL:2013:BZ1428). Nu de pseudo-eindheffing hoge lonen vergelijkbare omstandigheden kent, zou ook deze heffing in strijd kunnen zijn met het Europees recht. Het laatste woord is echter aan de Hoge Raad. Het is nu dus afwachten.

 

Ga na of de fiscale eenheid (nog) de moeite waard is

Een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting heeft diverse voordelen. Zo kunt u verliezen onderling verrekenen. Daartegenover staat echter dat de moedermaatschappij wel hoofdelijk aansprakelijk is voor de vennootschapschuld van de fiscale eenheid voor elk van de gevoegde maatschappijen. Het kan daarom voordelig zijn om de fiscale eenheid nog dit jaar te verbreken. Hierdoor kunt u wellicht gebruikmaken van het tariefsopstapje in de vennootschapsbelasting (20% over de eerste € 200.000).

 

Informeer naar fiscale aspecten flex-bv

Een van de voordelen van de flex-bv is dat u verschillende soorten aandelen kunt uitgegeven om aandeelhouders verschillende rechten toe te kennen. Zo zijn sinds 1 oktober 2012 de stemrechtloze en winstrechtloze aandelen geïntroduceerd. Dit kan bijvoorbeeld handig zijn bij uitgifte van aandelen aan werknemers, familieleden of financiers. Zo heeft de houder van een stemrechtloos aandeel geen stemrecht tijdens de algemene vergadering van aandeelhouders, maar wel recht op een aandeel in de winst. Voor de winstrechtloze aandeelhouder geldt het omgekeerde. Hebt u een flex-bv en bent u van plan winstrechtloze aandelen of stemrechtloze aandelen uit te geven? Informeer dan eerst bij een fiscaal specialist naar de fiscale gevolgen voordat u verdere stappen onderneemt.

 

Let op!  

Aandelen mogen niet tegelijkertijd stemrechtloos én winstrechtloos zijn.

 

Los extra af op deelnemingsschuld

Financieringskosten van deelnemingen zijn aftrekbaar, zolang geen sprake is van financiering met bovenmatig vreemd vermogen. Deze bovenmatige rente is sinds 1 januari 2013 in aftrek beperkt. De aftrekbeperking treedt echter pas in werking voor zover de bovenmatige deelnemingsrente meer bedraagt dan een franchise van € 750.000. Dreigt u deze grens te overschrijden? Kijk of u dit jaar nog extra kunt aflossen op deelnemingsschulden om te voorkomen dat u volgend jaar of de jaren daarna geconfronteerd wordt met deze aftrekbeperking.

 

Zorg voor zakelijke leningsvoorwaarden

Heeft uw bv een lening aan u verstrekt? Check dan of die lening nog steeds voldoet aan de zakelijke leningsvoorwaarden. Kijk daarbij of de lening schriftelijk is vastgelegd en of daarin een aflossingsschema is opgenomen. Verder moet een zakelijke rente zijn overeengekomen en zekerheden zijn gesteld. Ga ook na of de afspraken zoals vastgelegd in de leningsovereenkomst worden nageleefd. Een zakelijke lening kan namelijk door onzakelijk handelen van de betrokken partijen gedurende de looptijd van de lening alsnog een onzakelijke lening worden. De rente of eventueel verlies op zo’n geldverstrekking is dan niet aftrekbaar.

 

Pas op met wijziging uiteindelijk (financiële) belang

Gaat uw bv binnenkort aandelen verkopen of is er sprake van een andere wijziging in het aandelenkapitaal? Controleer of hierdoor het uiteindelijk belang, en dan vooral het financiële belang, in belangrijke mate (voor meer dan 30%) wijzigt. Uit een recent arrest van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2013:916) blijkt namelijk dat ook sprake kan zijn een wijziging van het uiteindelijk belang als alleen het financiële belang (dat wil zeggen het recht op winst) voor meer dan 30% is gewijzigd, terwijl het nominale kapitaal van de bv voor minder dan 30% is veranderd. Hierdoor moet bijvoorbeeld een gevormde herinvesteringsreserve in de winst vrijvallen.

 

Let op!

Ook fiscaal compensabele verliezen van een bv kunnen door een wijziging van het financiële belang in belangrijke mate verloren gaan. Houdt u ook rekening mee dat de regels voor de handel in hir- en verlieslichamen aangescherpt zijn per 1 januari 2013.

 

Fiscale beleggingsinstelling (fbi): doe meer

Is uw bv een fiscale vastgoedbeleggingsinstelling? Hiervan is sprake als het doel en de feitelijke werkzaamheden van uw bv bestaan uit het beleggen van vermogen. Uw beleggingsinstelling kan in dat geval in aanmerking komen voor de toepassing van een 0%-tarief in de vennootschapsbelasting. Vanaf 1 januari 2014 kan uw bv ook bijkomstige activiteiten aanbieden en toch de fbi-status behouden. Denk hierbij aan het verzorgen van bepaalde facilitaire diensten voor huurders zoals schoonmaakdiensten of het verzorgen van de catering, receptie of vergaderservice. De bv behoudt echter alleen de fbi-status als de werkzaamheden worden ondergebracht in een normaal belastingplichtige dochtervennootschap. Ga na of dit voor u de moeite waard is.

 

Let op!

De (fiscale) waarde van de aandelen in de belastingplichtige dochter mogen niet meer bedragen dan 15% van het (fiscale) eigen vermogen van de fbi. Bovendien mag de omzet per bijkomstig beleggingsobject niet meer bedragen dan 25% van de omzet. Ook geldt het vereiste dat de desbetreffende dochtervennootschap geheel moet zijn gefinancierd met eigen vermogen. Hierbij worden normale afnemers- en leverancierskredieten niet als vreemd vermogen aangemerkt.

 

Houd rekening met de compartimenteringsreserve

Bedrijven moeten momenteel alleen compartimenteren bij een sfeerovergang veroorzaakt door feiten en omstandigheden. Compartimentering bij een sfeerovergang veroorzaakt door een wetswijziging is momenteel niet wettelijk geregeld. Dus uw bv is niet daartoe verplicht. Het wetsvoorstel compartimenteringsreserve dat onlangs is goedgekeurd door de Tweede Kamer moet hierin verandering brengen. Dit wetsvoorstel bepaalt dat de compartimenteringsleer ook van toepassing is bij het behalen van voordelen uit een deelneming bij sfeerovergang door een wetswijziging. Het gaat hierbij om een overgang van de belaste naar de onbelaste sfeer (niet-deelneming naar deelneming) en vice versa (deelneming naar niet-deelneming). Hierdoor ontstaat er een ‘compartimenteringsreserve’ die bestaat uit het verschil tussen de werkelijke waarde en de boekwaarde van de aandelen op het moment van sfeerovergang.

 

Let op!

Als de Eerste Kamer ook hiermee instemt, zal dit wetsvoorstel met terugwerkende kracht ingaan per 14 juni 2013. Voor sfeerovergangen van vóór 14 juni 2013 zal overgangsrecht gelden. Houd hier rekening mee.

 

IB-ONDERNEMER

 

Stel ondernemingswinst uit

Per 1 januari 2014 zal het belastingpercentage in de eerste schijf worden verlaagd met 0,75. Dit maakt het interessant om nog een beetje winst uit te stellen tot 2014. Deze winst valt dan immers (gedeeltelijk) onder een lager tarief.

 

Let op!

Als u nog een verrekenbaar verlies uit 2004 hebt openstaan, is het van belang dat u wel genoeg winst behaalt om dit verlies te kunnen verrekenen. Verliezen verdampen immers na het negende boekjaar dat volgt op het jaar waarin het verlies is geleden.

 

Bereid uw aangifte alvast voor

Hebt u tijdig uw aangifte inkomstenbelasting ingediend over 2012, maar was u te laat met het doen van uw aangiften in 2011 en in 2010? Dan krijgt u geen uitstel voor het doen van uw aangifte inkomstenbelasting 2013. De Belastingdienst verleent evenmin uitstel als u te laat was met uw aangifte inkomstenbelasting 2012 en daarnaast uw aangifte over 2011 en/of 2010 te laat hebt ingediend. Als u nu al weet dat u geen uitstel zult krijgen, doet u er goed aan om alvast voorbereidingen te treffen om de aangifte 2013 op tijd te versturen.

 

Steek nog wat extra tijd in de zaak

Als u in uw hoedanigheid van ondernemer voldoet aan het urencriterium, staan verschillende faciliteiten in de inkomstenbelasting voor u open. Daarbij kunt u denken aan de ondernemersaftrek en de mogelijkheid om te doteren aan de oudedagsreserve. De meeste ondernemers moeten minstens 1225 uur en meer dan 50% van hun totale arbeidstijd aan hun onderneming besteden. Zij moeten dit ook aannemelijk kunnen maken, bijvoorbeeld met een urenadministratie. Daarbij mag u niet achteraf een urenadministratie opstellen.

 

Stort zelf OR-dotatie

Als u aan het urencriterium voldoet en op 1 januari 2013 jonger bent dan 65 jaar plus één maand, mag u aan de oudedagsreserve (OR) doteren. Deze dotatie bedraagt in 2013 12% van uw winst uit onderneming vóór de OR-dotatie, maar maximaal € 9542. Maar de toevoeging aan de OR is bovendien gemaximeerd tot het bedrag waarmee het ondernemingsvermogen aan het einde van het kalenderjaar de OR aan het begin van het kalenderjaar te boven gaat. Eventueel kunt u een privéstorting doen in uw onderneming om uw ondernemingsvermogen wat op te krikken.

 

Houdt kosten in aanloopfase bij

Wie bezig is met het opzetten van een onderneming, maar nog niet de fiscale status van ondernemer heeft verkregen, doet er toch verstandig aan de bewijzen van de gemaakte kosten (bonnetjes, facturen en dergelijke) te bewaren. Kosten en lasten die verband houden met het starten van een onderneming kunnen namelijk in een later jaar aftrekbaar zijn als verliezen in de aanloopfase van de onderneming. Het moet dan wel gaan om kosten en lasten die u hebt gemaakt in de vijf jaren vóór het starten van de onderneming. Deze kosten en lasten zijn alleen aftrekbaar voor zover er geen opbrengsten daartegenover staan en zij niet op andere wijze zijn afgetrokken of aftrekbaar waren van het inkomen uit werk en woning.

 

Laat uw partner echt mee ondernemen

Een voordeel van een man-vrouwfirma is dat beide echtelieden ondernemers zijn. In beginsel kunnen zij daardoor beiden in aanmerking komen voor de ondernemersfaciliteiten. Daarbij geldt wel de voorwaarde dat de partner ‘meer dan ondersteunende werkzaamheden’ verricht. De Belastingdienst kan namelijk stellen dat sprake is van een ongebruikelijk samenwerkingsverband. In dat geval tellen sommige uren niet mee voor het urencriterium en voldoet men misschien niet aan dit criterium. De partner kan dit probleem voorkomen door te bewijzen dat hij de onderneming in haar eentje zou kunnen drijven. Gebrek aan specifieke kennis hoeft daarbij geen obstakel te zijn als hij dit op een andere manier kan compenseren. Bijvoorbeeld door organisatorische vaardigheden en jarenlange ervaring. Ga na of dit ook speelt binnen uw firma. Onderneem tijdig actie.

 

Maak uw lening winstonafhankelijk

Stel, u hebt aan iemand die geen verbonden persoon is een lening verstrekt voor zijn onderneming. Zolang de vergoeding echt onafhankelijk is van de winst van de onderneming, is de werkelijk ontvangen rente niet belast. Uw vordering valt immers in dat geval in box 3. Maar als de rentevergoeding vanuit de hele looptijd gezien voor meer dan 50% afhankelijk is van de winst van de onderneming, valt uw vordering in box 1. De Belastingdienst bestempelt u dan als een winstgenieter, zodat de werkelijk ontvangen rente is belast. U hebt echter geen recht op de typische ondernemersfaciliteiten. Wilt u dit voorkomen, kijk dan of u de leningsvoorwaarden kunt aanpassen.

 

Let op!

Bij tegenvallende resultaten en waardedalingen van een schuldvordering is box 1 weer gunstig. Verliezen op de lening zijn dan immers in beginsel aftrekbaar.

 

Los schuld bedrijfsmiddel familie af

In beginsel tellen investeringen niet mee voor de berekening van de investeringsaftrek als de desbetreffende verplichtingen zijn aangegaan tussen onder andere bloed- en aanverwanten in de rechte lijn of personen die tot hun huishouden behoren. De staatssecretaris van Financiën keurt in zijn besluit nr. CPP2009/1116M echter goed dat de fiscus deze beperking onder voorwaarden achterwege laat. Een belangrijke voorwaarde is dat het om reële verplichtingen gaat. Ook mag de investering in beginsel niet zijn bedoeld om het percentage van de investeringsaftrek te beïnvloeden. Als de verplichting tegenover de bloedverwant vijf jaar na het jaar van investeren nog niet is nagekomen, past de fiscus de desinvesteringsbijtelling toe. Bent u in 2009 zo’n verplichting aangegaan, los deze dan af vóór 1 januari 2014.

 

Schuif huisvestingslasten vooruit

Als u kosten maakt vanwege uw huisvesting buiten uw woonplaats en deze huisvesting plaatsvindt in het kader van uw onderneming, mag u deze kosten aftrekken. Deze aftrekmogelijkheid geldt echter gedurende maximaal twee jaren. Als u dus in 2012 ook al kosten hebt gemaakt voor zo’n huisvesting en kunt kiezen of u in 2013 of 2014 aanvullende huisvestingskosten maakt, laat deze kosten dan in 2013 vallen.

 

Vraag S&O-verklaring aan

Als u speur- en ontwikkelingswerk (S&O) verricht, vergeet dan niet een S&O-verklaring aan te vragen waarin de aard van deze werkzaamheden wordt bevestigd. U kunt dan de S&O-aftrek toepassen van in beginsel € 12.310 (bedrag 2013). Daarbij geldt de aanvullende voorwaarde dat u minstens 500 uur hebt besteedt aan het S&O.

 

Tip!

Voor startende ondernemers bedraagt de S&O-aftrek in beginsel  18.467. Startende ondernemers zijn ondernemers die in één of meer van de voorafgaande vijf kalenderjaren geen ondernemer waren en in die periode hoogstens twee keer een S&O-verklaring hebben ontvangen. Voor starters geldt dat een S&O-verklaring die voor een deel van het jaar is ontvangen fiscaal kwalificeert als een verklaring voor het hele kalenderjaar.

 

Controleer uw vermogensetikettering

Controleer of de vermogensbestanddelen die u tot uw ondernemingsvermogen hebt gerekend ook daadwerkelijk kwalificeren als ondernemingsvermogen. De inspecteur kan op basis van de foutenleer u verplichten in het laatst openstaande boekjaar alsnog het onjuist geëtiketteerde vermogensbestanddeel over te brengen naar het juiste vermogen. Maar hij moet u daarbij een tegemoetkoming bieden als u schade lijdt door een verandering in vermogensetikettering op basis van de foutenleer.

 

Vraag om middeling van winst

Als de winst uit uw onderneming flinke pieken en dalen kent, kan het progressieve belastingtarief in box 1 behoorlijk nadelig uitpakken. In dat geval kan middeling voordelig zijn. Bereken daarvoor eerst de werkelijk betaalde belasting van box 1 over drie opeenvolgende kalenderjaren (bijvoorbeeld 2011, 2012 en 2013). Bereken vervolgens de box 1-belasting die u zou moeten betalen als het totale inkomen in box 1 over deze drie jaren gelijk was verdeeld. Als u in dat geval minstens € 545 minder zou moeten betalen, kunt u de Belastingdienst verzoeken om toepassing van de middelingsregeling.

 

Let op!

Voor middeling is vereist dat de definitieve inkomstenbelastingaanslagen over alle drie jaren zijn opgelegd.

 

Houd kosten van werkruimte bij

De kosten van een werkruimte in een woning die niet tot het ondernemingsvermogen behoort, kunnen aftrekbaar zijn. Daarvoor is wel vereist dat de werkruimte een zelfstandig gedeelte van de woning vormt. Bovendien moet u als ondernemer ook beschikken over een werkruimte buiten uw woning, maar in de werkruimte in de woning minstens 70% van uw arbeidsinkomen verdienen. Hebt u buiten uw woning geen andere werkruimte, dan hoeft u maar 30% of meer van uw arbeidsinkomen in de werkruimte te verdienen. Wel moet u dan minimaal 70% van uw totale arbeidsinkomen in of vanuit de werkruimte verdienen.

 

Bereid bedrijfsoverdracht voor

Wilt u in de toekomst uw onderneming zonder afrekening over de fiscale reserves overdragen aan een andere ondernemer of aan een werknemer? Zorg er dan voor dat u uw opvolger tijdig laat participeren in uw onderneming. Dit kunt u bereiken door minimaal 36 maanden vóór de beoogde overdracht een samenwerkingsverband aan te gaan met de opvolger of hem in dienst te nemen als werknemer.

 

BTW

 

Investeer vóór 2014 in zelfgemaakt goed

Per 1 januari 2014 komt de integratieheffing te vervallen. Hierdoor hoeft u na 31 december 2013 geen btw meer te bereken over goederen die u zelf hebt vervaardigd en die u gaat gebruiken voor prestaties waarvoor u geen (volledig) recht op aftrek van voorbelasting hebt. Verwacht u ook na 31 december 2013 goederen en diensten af te nemen voor de vervaardiging voor een goed dat onder de huidige regeling zou vallen onder de integratieheffing? Dan mag u de btw die u in rekening krijgt gebracht over deze goederen niet meer aftrekken voor zover u het nieuw vervaardigde goed gaat gebruiken voor btw-vrijgestelde prestaties. De btw die u al had afgetrokken of in 2013 aftrekt vanwege leveringen en diensten ten behoeve van de vervaardiging van een goed, zijn wel aftrekbaar. Hieraan is de voorwaarde verbonden dat u al had vóór de afschaffing van de integratieheffing recht had op aftrek van voorbelasting.

 

Let op!

U moet ook rekening houden met een tweede toetsmoment: het moment waarop u de eerder aangeschafte goederen en diensten gaat gebruiken. Verschilt op dat moment de eerdere aftrek op basis van de toenmalige belaste bestemming met de werkelijke bestemming, dan vindt een correctie van de eerdere aftrek plaats. Voor de goederen en diensten die zijn aangeschaft op het moment dat de integratielevering nog gold als belaste bestemming, vindt dit tweede toetsmoment uiterlijk plaats op het moment van ingebruikname van het nieuw vervaardigde goed waarvoor u de goederen en diensten hebt gebruikt.

 

Neem tijd voor gebruik bij btw-belaste levering

Als u vastgoed anders dan een bouwterrein of een nieuwe onroerende zaak geleverd wilt krijgen met btw, zult u de wederpartij moeten vragen of hij samen met u wilt opteren voor zo’n btw-belaste levering. De mogelijkheid tot het opteren voor een btw-belaste levering van vastgoed is gebonden aan voorwaarden. Zo geldt onder meer als voorwaarde dat u als afnemer de onroerende zaak uiterlijk in gebruik neemt in het boekjaar dat volgt op het boekjaar van levering. De staatssecretaris keurt in een vernieuwd vastgoedbesluit van 19 september 2013 (nr. BLKB2013/1686M) echter goed dat toch een btw-belaste levering mogelijk is als de afnemer niet voldoet aan deze voorwaarde. Denk bijvoorbeeld aan de situatie waarbij er nog werkzaamheden aan de onroerende zaak moeten plaatsvinden. Deze goedkeuring stelt wel dat u als afnemer de onroerende zaak zowel in het jaar van feitelijke ingebruikname als in het daaropvolgende boekjaar voor minstens 90% zult gebruiken voor belaste prestaties.

 

Tip!

De staatssecretaris staat ook toe dat verhuurders van congres-, vergader- en/of tentoonstellingsruimten vanaf 1 oktober 2013 belast verhuren zonder dat ze daarvoor samen met de huurder opteren.

 

Neem de tijd voor renovatie woning

Ondernemers (inclusief architecten en hoveniers) mogen tijdelijk het 6% btw-tarief toepassen op arbeidskosten bij renovatie en herstel in en aan woningen die meer dan twee jaar geleden voor het eerst in gebruik zijn genomen. In eerste instantie zou deze regeling duren tot 1 maart 2014. Deze termijn is verlengd: pas vanaf 1 januari 2015 zal in deze gevallen weer het btw-tarief gelden van 21%.

 

Let op!

Het verlaagde btw-tarief geldt niet voor de vergoeding voor zover deze betrekking heeft op materialen. Hiervoor geldt het algemene tarief van 21%.

 

Werf meer fondsen als sportvereniging

Per 1 januari 2014 geldt voor sportverenigingen een hogere vrijstelling voor fondswervende activiteiten. Deze vrijstelling stijgt van € 31.765 naar € 50.000 per jaar. Fondswervende activiteiten van sportverenigingen zijn dus met ingang van 1 januari 2014 vrijgesteld van btw mits het bedrag onder de € 50.000 blijft.

 

Let op!

Vanaf 1 januari 2014 kwalificeren kantineprestaties als leveringen en dus vallen ze onder voorwaarden onder de vrijstelling voor fondswervende leveringen van € 68.067.

 

Creëer een vaste werkplek thuis

Terwijl in de loonbelasting het woon-werkverkeer tot het zakelijke verkeer behoort, rekent de fiscus het woon-werkverkeer voor de btw tot het privéverkeer. Als u een thuiswerker bent, is dit tamelijk eenvoudig op te lossen. U kunt immers uw woning aanmerken als vaste werkplek. Wanneer u toch eens een reis naar een klant moet maken, is dit gewoon een zakelijke reis van uw vaste werkplek naar een andere zakelijke bestemming.

 

Ga fiscale eenheid met topholding aan

Natuurlijke personen en rechtspersonen die financieel, economisch en organisatorisch nauw met elkaar zijn verbonden mogen een fiscale eenheid voor de btw vormen. Een voordeel hiervan is dat zij onderling leveringen mogen verrichten zonder dat zij daarover btw moeten factureren. In Nederland is het op basis van een resolutie toegestaan dat topholdings ook tot een fiscale eenheid voor de btw behoren, ook al zijn ze strikt genomen geen btw-ondernemers. Topholdings zijn holdings die binnen het concern een sturende en beleidsbepalende functie vervullen. Dit jaar is gebleken dat het opnemen van een topholding in een fiscale eenheid btw niet in strijd is met de Europese regelgeving.

 

Let op!

Zolang de fiscale eenheid bestaat, blijft de topholding verantwoordelijk voor de btw van de gevoegde maatschappijen. Zodra de fiscale eenheid eindigt moet u dit daarom direct melden aan de Belastingdienst.

 

Benut de kleine-ondernemersregeling

Controleer of u in aanmerking komt voor de kleine-ondernemersregeling. Dit is het geval als u per saldo over 2013 minder dan € 1883 aan btw hoeft af te dragen. Bent u vóór de toepassing van de kleine ondernemersregeling niet meer dan € 1345 verschuldigd, dan hoeft u zelfs niets te betalen.

 

Let op!

Het btw-voordeel behoort tot de winst uit onderneming voor de inkomstenbelasting.

 

Houdt de herzieningstermijn in de gaten

Hebt u in bedrijfsmiddelen geïnvesteerd en de btw daarover afgetrokken als voorbelasting? Toets dan bij de eerste ingebruikname of uw werkelijke gebruik overeenkomt met het geschatte gebruik waarop de btw-aftrek was gebaseerd. Bij een verschil in gebruik moet u de btw-aftrek corrigeren. Verder zult u aan het einde van dat jaar en aan het einde van de daaropvolgende vier jaren moeten controleren of het gebruik in dat jaar nog overeenkomt met gebruik in het eerste jaar van ingebruikname. Deze periode heet de herzieningstermijn. Voor onroerende zaken geldt een herzieningstermijn van tien jaren (inclusief jaar van ingebruikname). Als blijkt dat het werkelijke gebruik meer dan 10% verschilt met het gebruik in het jaar van eerste ingebruikname, vindt een btw-correctie plaats over 1/5 (1/10 bij onroerende zaken) van de afgetrokken btw in het jaar van eerste ingebruikname.

 

Let op!

Bij verkoop van een bedrijfsmiddel tijdens de herzieningsperiode gaat de Belastingdienst ervan uit dat voor de rest van de herzieningstermijn het goed uitsluitend dient voor belaste handelingen als u over de levering btw moet berekenen.

 

Controleer voorwaarden belaste levering

Als u een onroerende zaak levert die niet van rechtswege is belast met btw (dit is het geval bij levering van een nieuwe onroerende zaak of een bouwterrein) kunt u samen met uw afnemer opteren voor een btw-belaste levering. Voorwaarde is dat uw afnemer de onroerende zaak gebruikt voor prestaties waarvoor hij btw-aftrek heeft van in beginsel minstens 90%. Als uw afnemer niet meer aan die voorwaarde voldoet, kan de fiscus de btw naheffen. Dit betreft zowel btw die u ten onrechte hebt afgetrokken op prestaties ten behoeve van de belaste levering als de ten onrechte afgetrokken btw van de afnemer. Volgens de wet wordt de gehele nageheven btw verlegd naar uw afnemer. Maar uit de rechtspraak (Pactor-arrest, Hof van Justitie van de EU, nr. C-622/11) is gebleken dat de fiscus uw afgetrokken btw niet mag naheffen van uw afnemer. De inspecteur zal daarvoor toch bij u aankloppen.

 

Vraag btw dubieuze debiteuren terug

Omdat de economische situatie van Nederland nog altijd wat te wensen overlaat, is het best mogelijk dat sommige debiteuren hun schulden niet volledig voldoen. In dat geval loopt u niet alleen opbrengsten mis, maar hebt u ook btw afgedragen die u voor een deel niet ontvangt van uw afnemer. Dit bedrag aan niet-ontvangen btw kunt u terugkrijgen van de Belastingdienst. Dien daarom een verzoek om teruggaaf van de btw in zodra uw debiteur de status van dubieus verkrijgt.

 

Let op!

Het btw-bedrag dat u wilt terugkrijgen mag u niet simpelweg aftrekken als voorbelasting in uw btw-aangifte.

 

Vorder snel te veel afgedragen btw terug

Hebt u te veel btw afgedragen? Download dan het formulier ‘Suppletie omzetbelasting’ op de website van de Belastingdienst. U kunt vervolgens het ingevulde formulier invullen en uitprinten. Nadat u het uitgeprinte formulier hebt ondertekend, kunt u het met de post versturen.

 

Tip!

Uw kans op teruggaaf is veel groter als u de suppletie binnen zes weken na de betalingsdatum binnenkomt bij de Belastingdienst. In deze situatie kan de fiscus uw verzoek niet simpelweg afwijzen op grond van termijnoverschrijding.

 

Wees een zuinige Kerstman

Als u rond Kersttijd uw werknemers nog een aardigheidje wilt geven, let wel dat u het niet te gek maakt. Verstrekt u namelijk in 2013 voor meer dan € 227 exclusief btw aan personeelsverstrekkingen aan uw werknemers, dan mag u de btw op deze verstrekkingen niet terugvragen. Personeelsverstrekkingen zijn ook de telefoon, personeelsfeesten, parkeerplaatsen voor het personeel en de personeelskantine. Als u toch de € 227-grens overschrijdt, tel dan de niet-aftrekbare btw op bij de loonkosten als u uw belastbare winst berekent.

 

Let op ontvangen facturen

Om de btw op een factuur te kunnen aftrekken als voorbelasting, moet deze factuur voldoen aan bepaalde eisen. Zo moet de factuur onder meer alle relevante gegevens bevatten. Daarbij valt te denken aan bijvoorbeeld de gegevens van uw leverancier/dienstverlener en van u zelf, de factuurdatum, het factuurbedrag, het toegepaste tarief, het betaalde btw-bedrag en dergelijke. Hebt u nog geen factuur ontvangen of is de factuur onvolledig, vraag dan nog snel om een correcte factuur. Overigens mag de fiscus de aftrek van voorbelasting niet weigeren als de factuur niet meer dan een kleine fout bevat, zoals een kleine onvolkomenheid in de tenaamstelling van de leverancier.

 

Draag onterecht gefactureerde btw meteen af

Stel u brengt een afnemer btw in rekening voor een prestatie die eigenlijk niet met btw is belast. U moet de gefactureerde btw dan toch afdragen. Als de enige reden dat u btw moet afdragen is dat u deze btw in rekening hebt gebracht, bent u de btw verschuldigd op het moment waarop u de factuur uitreikt.

 

Check laatste btw-aangifte van 2013

Aan het einde van het jaar doet u er goed aan te controleren of u nog correcties moet doorvoeren voor bijvoorbeeld het privégebruik van elektriciteit, gas en water of het privégebruik van de auto van de zaak. In beginsel moet u uw correcties doorgeven via een formulier Suppletie Omzetbelasting. U mag kleine correcties tot € 1000 wel verwerken in uw eerstvolgende aangifte omzetbelasting. Bij een correctie in de reguliere aangifte ontvangt u geen naheffingsaanslag of afzonderlijke teruggaafbeschikking voor de correctie.

 

WERKGEVER

 

Draag alle verschuldigde eindheffingen af

Controleer of u in 2013 alle verschuldigde eindheffingen hebt afgedragen, zoals de eindheffing over kleine geschenken, de eindheffing over bovenmatige kostenvergoedingen en de pseudo-eindheffingen. Zo niet, draag de te weinig betaalde eindheffing dan alsnog af aan de fiscus.

 

Controleer de aansluiting met de financiële administratie

Aan het einde van het jaar is het altijd raadzaam om te controleren of de loonadministratie en de financiële administratie op elkaar aansluiten. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk dat één of meer (belaste) vergoedingen zijn uitbetaald die per abuis niet zijn gemeld in de loonadministratie, waardoor over deze vergoedingen geen loonheffingen zijn ingehouden, dan wel eindheffingen zijn afgedragen. Bij het maken van de aansluiting tussen loon- en financiële administratie komen zulke afwijkingen aan het licht, waarna u de verschuldigde loonheffingen alsnog kunt afdragen, eventueel in de vorm van eindheffing.

 

Let op de crisisheffing voor hoge lonen

De pseudo-eindheffing die werkgevers begin 2013 moesten betalen als een werknemer in 2012 een salaris van meer dan € 150.000 ontvingen, wordt met één jaar verlengd. Uw onderneming moet dus begin 2014 opnieuw eindheffing afdragen als een werknemer over 2013 een jaarsalaris heeft ontvangen van meer dan € 150.000. Over het meerdere betaalt u dan 16% eindheffing. Zit een werknemer net onder de grens, dan kunt u de heffing wellicht voorkomen door een bonus uit te stellen tot na 1 januari 2014. Hoewel niet gegarandeerd is dat de heffing volgend jaar wordt afgeschaft.

 

Draag (pseudo-)eindheffing af over excessieve vertrekvergoeding

Heeft een werknemer in 2013 bij zijn uitdiensttreding een gouden handdruk ontvangen, dan moet u controleren of deze vertrekvergoeding is fiscale zin als ‘excessief’ wordt beschouwd. Dit is het geval als het toetsloon hoger is dan € 531.000 én de vertrekvergoeding hoger is dan het toetsloon. In dat geval moet u dit jaar – naast de loonheffing bij de betreffende werknemer – 75% pseudo-eindheffing afdragen over het excessieve deel van de vertrekvergoeding. Tot 1 januari 2013 bedroeg het tarief 30%, maar dat is dus sinds dit jaar verhoogd naar 75%.

 

Afdrachtverminderingen optimaal gebruikt?

Ga na of u in 2013 optimaal gebruik hebt gemaakt van de diverse afdrachtverminderingen in de loonbelasting. In 2013 kunt u recht hebben op afdrachtverminderingen voor onderwijs, speur- en ontwikkelingswerk (S&O) en zeevaart. Met uitzondering van de combinatie S&O/zeevaart kunnen deze afdrachtverminderingen naast elkaar worden toegepast. Ga wel na of aan alle voorwaarden is voldaan, want een onterechte toepassing van afdrachtvermindering levert uw onderneming niet alleen een naheffingsaanslag op, maar meestal ook een boete. Denk eraan dat de afdrachtvermindering onderwijs met ingang van 1 januari 2014 wordt vervangen door een nieuwe subsidieregeling. Check of u hiervoor in aanmerking komt.

 

Controleer de toegepaste premiekortingen

In 2013 heeft u recht op een premiekorting van € 7.000 per jaar als u een oudere werknemer in dienst neemt die vóór dit dienstverband recht had op een WW-, arbeidsongeschiktheids-, nabestaanden-, Wajong- of bijstandsuitkering. Daarnaast heeft u recht op een premiekorting van € 7.000 voor een arbeidsgehandicapte werknemer die in 2013 bij uw onderneming in dienst is. Voor jonggehandicapten die vanwege hun arbeidsbeperking minder ontvangen dan het wettelijk minimumloon, is de premiekorting maximaal € 3.500 per jaar. U mag de premiekorting voor oudere werknemers en de premiekorting voor arbeidsgehandicapte werknemers in 2013 niet meer gelijktijdig toepassen. Heeft u voor een werknemer recht op beide premiekortingen, dan mag u uitsluitend de premiekorting voor arbeidsgehandicapte werknemers toepassen. Controleer of u alle premiekortingen waarop u recht heeft, heeft aangesproken.

 

Wacht nog even met aannemen jonge werknemer

Vanaf volgend jaar geldt een premiekorting van € 3.500 voor werkgevers die een uitkeringsgerechtigde tussen de 18 en 27 jaar aannemen. De premiekorting geldt tot 31 december 2015. De korting mag maximaal twee jaar worden toegepast. Wacht dus nog even tot begin van het jaar met het aannemen van de jonge werknemer die uit een uitkering komt. U kunt de premiekorting dan vanaf 1 juli 2014 toepassen.

 

Aangiftetijdvak wijzigen? Vraag dit op tijd aan!

Als u in 2014 een ander aangiftetijdvak wilt gebruiken voor de loonheffingen, bijvoorbeeld omdat u het loon voortaan vierwekelijks uitbetaalt aan het personeel, moet u hiertoe een verzoek indienen bij de Belastingdienst. Dit kunt u doen met behulp van het formulier ‘Wijziging aangiftetijdvak loonheffingen’. Zorg ervoor dat dit formulier uiterlijk op 14 december 2013 binnen is bij de fiscus. Wordt uw aanvraag na deze datum ontvangen, dan kunt u pas in 2015 een ander aangiftetijdvak gebruiken.

 

Controleer de sectorindeling

Check altijd de sector waarvoor u bent ingedeeld voor de werknemersverzekeringen. De Belastingdienst heeft het immers niet altijd bij het juiste eind. Bovendien kunt u door een wijziging van de (hoofd)werkzaamheden in een andere sector terecht zijn gekomen. Indeling in een verkeerde sector kan grote financiële gevolgen hebben.

 

Zorg voor een goede administratie rondom uitzendkrachten

Controleer aan het einde van het jaar of uw administratie rondom uitzendkrachten en andere medewerkers die niet bij uw onderneming in dienst zijn (zoals gedetacheerden), volledig is. U moet namelijk van al deze medewerkers bijhouden hoeveel loon en vakantiebijslag zij hebben ontvangen én hoeveel uren zij hebben gewerkt. Blijkt dat het uitzendbureau zich niet houdt aan het minimumloon en de minimumvakantiebijslag, dan kan de Inspectie SZW u bij een controle een boete opleggen van € 12.000 als u geen goede administratie heeft.

 

Haast u met de stamrecht-bv

Bent u bezig met een ontslag voor een werknemer die daarbij een ontslagvergoeding meekrijgt? U doet hem fiscaal een plezier om het ontslag voor het einde van het jaar definitief te hebben gemaakt en de stamrechtovereenkomst rond te hebben. Wellicht staat de werknemer in ruil daarvoor open voor een lagere bruto-uitkering. De stamrechtvrijstelling wordt namelijk afgeschaft per 1 januari 2014. Dit betekent dat de belastingheffing over ontslagvergoedingen en gouden handdrukken niet langer kan worden uitgesteld door deze onder te brengen in een stamrecht. Voor bestaande stamrechten blijven de huidige regels van toepassing. Als een werknemer uiterlijk 31 december 2013 zijn definitieve ontslag krijgt aangezegd, heeft hij nog de gelegenheid zijn ontslagvergoeding in een stamrechtaanspraak onder te brengen. De stamrechtovereenkomst moet dan voor 31 december aanstaande zijn getekend en daarin moet zijn vastgelegd welk bedrag naar welke instantie wordt overgemaakt. De feitelijke ontslagdatum kan dan nog een half jaar op zich laten wachten, tot 1 juli 2014.

 

Nieuw keuzemoment werkkostenregeling

De overgangstermijn voor toepassing van de werkkostenregeling is met één jaar verlengd, mede omdat er plannen zijn om de werkkostenregeling te wijzigen. Hierover bestaat op dit moment echter nog veel onduidelijkheid. Voor veel werkgevers is dit voldoende reden om nog te wachten met overstappen. Dit is begrijpelijk, maar toch kan het aantrekkelijk zijn om de werkkostenregeling al in 2014 toe te passen, namelijk als dit voor uw onderneming voordeliger uitpakt dan het toepassen van het overgangsregime. Het is daarom aan te raden tóch na te gaan welk regime voor uw onderneming in 2014 het meest voordelig is.

 

Thuiswerken? Nú een werkplek vergoeden

Als uw werknemers één of meer dagen per week thuis werken en u de inrichting van hun werkplek thuis wilt vergoeden of verstrekken, is het raadzaam dit te doen vóórdat u de werkkostenregeling gaat toepassen. Want onder het overgangsregime kunt u voor de inrichting van de werkplek een onbelaste vergoeding uitbetalen van € 1.815, mits dit maximaal één keer per vijf jaar gebeurt. Ook moet het thuiswerken zijn vastgelegd in een schriftelijk contract, en moet de inrichting voldoen aan de voorwaarden uit het Arbeidsomstandighedenbesluit. Onder de werkkostenregeling valt het vergoeden/verstrekken van een werkplek in de vrije ruimte (1,5% van de fiscale loonsom), wat bij een overschrijding wordt ‘bestraft’ met een eindheffing van 80%.

 

Richt een personeelsfonds op

Uitkeringen en verstrekkingen uit een personeelsfonds blijven onder voorwaarden belastingvrij. Hiermee kunt u uw werknemers bijvoorbeeld voordelig steunen in financieel krappe tijden. Eén van de voorwaarden is dat tussen het moment van oprichting en het jaar waarin de uitkeringen worden gedaan (met een maximumperiode van vijf jaar), de werkgever niet meer mag hebben bijgedragen dan de werknemers. De vrijstelling geldt ook als het fonds nog geen vijf jaar bestaat. Als u nu een personeelsfonds opricht kunt u daar al volgend jaar van gebruik maken.

 

Even wachten met kerstpakket?

Als uw onderneming per 1 januari 2014 overstapt op de werkkostenregeling, kunt u wellicht heel eenvoudig wat belasting besparen. Want als u uw werknemers een kerstpakket geeft, moet u hierover onder de overgangsregeling 20% eindheffing afdragen. Onder de werkkostenregeling valt het kerstpakket in de vrije ruimte. Als deze niet wordt overschreden, blijft het kerstpakket feitelijk belastingvrij. En dat biedt mogelijkheden. Verwacht u bijvoorbeeld in 2014 nog wat vrije ruimte over te houden, dan kunt u het kerstpakket van eind 2013 beter vervangen door een nieuwjaarspakket in januari 2014. Dan bespaart u zich de eindheffing over het kerstpakket, simpelweg door dit twee weken later uit te delen.

 

Personeelskortingen kritisch bekijken

Veel werkgevers geven hun werknemers korting op producten uit de eigen onderneming. Onder het overgangsregime is dit geen probleem: de korting blijft onbelast als deze niet hoger is dan 20% van de winkelprijs, tot een maximum van € 500 per jaar. Bovendien mag het eventueel niet-gebruikte bedrag van deze vrijstelling maximaal twee jaar worden doorgeschoven. Onder de werkkostenregeling is dit voorgoed voorbij: dan valt de personeelskorting in de vrije ruimte, ongeacht het kortingspercentage en ongeacht het bedrag. Bij overschrijding betaalt u 80% eindheffing over het meerdere. Veel werkgevers zullen zich daarom genoodzaakt zien om de personeelskorting te schrappen, óf deze bij de werknemer te belasten. Misschien bent u dit wel van plan vanaf 1 januari 2014. Wat mogelijk een oplossing kan zijn, is om de korting te verhogen tot bijvoorbeeld 30%. Vervolgens belast u de korting op de loonstrook, waardoor de korting netto nog steeds ongeveer 20% zal zijn.

 

Houd de werknemers fit

Wilt u de goede voornemens van uw werknemer voor het jaar 2014 stimuleren? Dan kunt u wellicht bedrijfsfitness aanbieden. De twee voorwaarden die gelden onder de overgangsregeling zijn dat de deelname open moet staan voor 90% of meer van alle werknemers en dat de fitness plaatsvindt in een vestiging van de werkgever of in een vestiging van een fitnessbedrijf waarmee de werkgever een overeenkomst heeft gesloten. Let wel op dat onder de werkkostenregeling bedrijfsfitness alleen onbelast kan blijven als het op de werkplek plaatsvindt. Dat betekent dus dat u in het pand een fitnessruimte moet hebben. De waarde hiervan vult dan niet de vrije ruimte. Bedrijfsfitness buiten de werkplek valt volledig in de vrije ruimte.

 

Verstrek nu nog fiets van de zaak

Stapt u in 2014 over naar de werkkostenregeling? Dan kunt u uw werknemer dit jaar voor het laatst een fiets van de zaak vergoeden of verstrekken, zonder dat deze de vrije ruimte opsnoept. Hiervoor gelden wel enkele voorwaarden. De werknemer moet op meer dan de helft van zijn werkdagen met de fiets reizen en u mag in het kalenderjaar en de twee voorgaande jaren niet eerder een fiets hebben verstrekt. Maar let op: er geldt wel een maximum van € 749 per fiets. Naast de fiets kunt u ook nog eens tot een bedrag van € 82 per kalenderjaar onbelast vergoeden of verstrekken voor zaken die samenhangen met de fiets. Denkt u hierbij aan reparaties, sloten, regenpak en dergelijke. Een fietsverzekering mag u daarnaast ook nog eens geheel onbelast vergoeden.

 

Check uw softwarepakket

Als u de werkkostenregeling wilt gaan toepassen, ga dan voor alle zekerheid na of uw salarissoftware de werkkostenregeling wel aankan. Voor het merendeel van de salarispakketten is dit geen probleem, maar toch is het wel handig om dit even te checken. Wilt u om een bepaalde reden wijzigen van softwarepakket, doe dit dan per 1 januari. Een overstap tijdens het kalenderjaar levert extra werk op in verband met het overzetten (of moeten invoeren) van de cumulatieve gegevens.

 

 

AUTO

 

Verhaal boetes op de werknemer

Heeft uw onderneming dit jaar verkeersboetes betaald die door een werknemer met een ter beschikking gestelde auto zijn veroorzaakt? Zorg er dan voor dat u deze boete alsnog verhaalt op de betreffende werknemers. Als u dit niet doet, kan de boete bij een eventueel boekenonderzoek worden aangemerkt als loon bij de werknemer. En dan kunt u worden geconfronteerd met een naheffingsaanslag loonbelasting over de gebruteerde boete, plus heffingsrente.

 

Let op!

De fiscus kan ook een naheffingsaanslag loonbelasting opleggen aan de werkgever voor betaalde schade (aan de auto) die het gevolg is van onzorgvuldig gebruik door de werknemer. Op deze regeling geldt wel een uitzondering, namelijk als de auto op naam van de werkgever staat en de onderneming contractueel niet de mogelijkheid heeft om de boete of schade te verhalen én de overtredingen niet het gevolg zijn van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer.

 

 

Vraag om ‘Verklaring geen privégebruik auto’

Bent u van plan volgend jaar een auto van de zaak ter beschikking te stellen aan een werknemer die daarmee niet meer dan vijfhonderd kilometer privé gaat rijden? Laat de werknemer dan een ‘Verklaring geen privégebruik auto’ bij de Belastingdienst aanvragen. De werkgever die een kopie van zo’n verklaring in zijn administratie bewaart, hoeft in beginsel het voordeel van het privégebruik van de auto niet tot het loon van de werknemer te rekenen. Maar bij oneigenlijk gebruik of misbruik trekt de inspecteur de verklaring in en legt hij in beginsel aan de werknemer een naheffingsaanslag op eventueel met boete en heffingsrente. Sinds 1 januari 2013 mag de Belastingdienst ook premies werknemersverzekeringen naheffen bij de werknem