Driemaandstermijn is een strikte termijn

De driemaandstermijn voor toepassing van de 30%-regeling bij het aangaan van een nieuwe dienstbetrekking is een strikte termijn.
Een Indiase werknemer woont vanaf 2009 in Nederland. Op zijn werkzaamheden bij zijn toenmalige werkgever is de 30%-regeling van toepassing tot 31 mei 2019. Op 31 december 2012 treedt hij uit dienst. Hij solliciteert op 26 februari 2013 naar een functie bij een nieuwe werkgever, waarmee hij op 23 april 2013 een arbeidsovereenkomst aangaat. Op 8 augustus 2013 verzoeken de werknemer en zijn nieuwe werkgever om voortzetting van de toepassing van de 30%-regeling. De inspecteur wijst dit verzoek af. Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de werknemer niet in aanmerking komt voor voortzetting van de 30%-regeling. Om de regeling te mogen voortzetten bij de nieuwe werkgever mag een periode van drie maanden tussen het einde van de tewerkstelling en aangaan van een nieuwe dienstbetrekking niet worden overschreden. De regeling laat namelijk geen ruimte om bij overschrijding van driemaandstermijn op een andere manier aannemelijk te maken dat de werknemer beschikt over een schaarse specifieke deskundigheid. In cassatie oordeelt de Hoge Raad dat de driemaandstermijn geen indicatieve periode is. Dit blijkt uit de nota van toelichting. Ook uit het Uitvoeringsbesluit Loonbelasting 1965 blijkt dat aan het vereiste van schaarse specifieke deskundigheid niet meer kan worden voldaan wanneer de driemaandstermijn is overschreden.
Bron: HR 29-01-2016