Cyprus-route afgesneden

Rechtbank Amsterdam wijst een door transportondernemers opgezette constructie waarbij de chauffeurs een overeenkomst aangaan met een Cypriotische vennootschap af. Volgens de rechtbank vertoonde de constructie te weinig realiteitswaarde om het beoogde effect, verzekeringsplicht op Cyprus in plaats van Nederland, te bereiken.
Een groep chauffeurs is tot oktober 2011 in dienst van (verschillende) transportbedrijven in Nederland. Hun werkzaamheden verrichten zij in diverse EU-lidstaten. In oktober 2011 sluiten zij met een Cypriotische vennootschap een overeenkomst die wordt aangeduid als arbeidsovereenkomst. Volgens de Cypriotische vennootschap zijn de chauffeurs op Cyprus voor de sociale verzekeringen verzekeringsplichtig, maar volgens de inspecteur bestaat er gewoon in het woonland, Nederland, socialeverzekeringsplicht.
De rechtbank geeft aan dat de toepasselijke wetgeving niet dient te worden vastgesteld op grond van de door de werkgever en/of werknemer op papier gemaakte keuze, maar aan de hand van alle relevante feiten en omstandigheden. De chauffeurs hebben de werkzaamheden die zij vóór oktober 2011 verrichtten voor de Nederlandse transportbedrijven waarvan zij in dienst waren, na oktober 2011 voortgezet. De Nederlandse transportbedrijven bleven feitelijk sturend waar het betrof de opdrachten. De verantwoordelijkheid inzake aanwerving en de bevoegdheid tot ontslag bleef ook bij de Nederlandse transportbedrijven liggen. De chauffeurs werken feitelijk nog steeds voor en onder gezag van het Nederlandse bedrijf waar zij in dienst waren. Er is geen direct contact tussen de chauffeurs en de Cypriotische vennootschap. Meerdere chauffeurs hebben verklaard dat zij niet op de hoogte waren van de overgang naar de Cypriotische vennootschap, en dat hun daarvan pas is gebleken nadat hun dienstverband werd beëindigd. De rechtbank concludeert dat de Cypriotische vennootschap er als contractpartner is bijgekomen, maar niet is gebleken dat dat gepaard is gegaan met een andere feitelijke uitvoering van de werkzaamheden. De chauffeurs vielen tot oktober 2011 op grond van de Europese socialezekerheidsverordening onder de Nederlandse socialezekerheidswetgeving. De bedoeling was dat de chauffeurs vanaf oktober 2011 onder het socialezekerheidstelsel van Cyprus zou vallen. De rechtbank komt echter tot het oordeel dat op diverse punten niet is voldaan aan de voorwaarden om tot toepasselijkheid van de Cypriotische wetgeving te concluderen. Bovendien is niet gebleken van een feitelijke wijziging op en na 1 oktober 2011 die leidt tot een wijziging van de toepasselijke wetgeving. De rechtbank komt tot de conclusie dat de chauffeurs in Nederland verzekerd blijven.
Bron: Rb. Amsterdam 25-03-2016