Concurrentie op spoor dichterbij

Eind april hebben de Raad van Europese transportministers, de Europese Commissie en het Europees Parlement een principeakkoord bereikt over het Vierde Spoorpakket. Dit pakket bevat maatregelen om het binnenlandse reizigersvervoer per spoor eind 2019 open te stellen voor concurrentie. Goederenvervoer en internationaal reizigersvervoer waren eerder al geliberaliseerd.
Kern van het pakket is dat ook voor binnenlands spoorvervoer aanbesteding de norm wordt. Onderhandse gunning (inbesteding) van deze openbaredienstcontracten blijft mogelijk op basis van een aantal uitzonderingen. Onderhandse gunning mag als ‘de structuur en de geografische kenmerken van de markt en het net dat rechtvaardigen’ en als dit ‘de kwaliteit en/of de kostenefficiëntie van de diensten verbetert’, aldus het standpunt van de raad uit oktober 2015. Argument van de transportministers daarvoor is dat zij op deze manier de continuïteit van treindiensten willen verzekeren. Daarbij komt het zeker voor een aantal ministers goed uit dat de positie van de nationale spoorvervoerders zo nog enigszins kan worden beschermd. Wel worden er eisen gesteld aan dergelijke inbestedingen. Het mag voor maximaal tien jaar en er moeten argumenten op tafel komen waarom het niet anders kan. Bovendien gaat de nationale toezichthouder – in Nederland de Autoriteit Consument en Markt – erop toezien dat er marktconform wordt gewerkt.
Bron: SC Online, 24-12-2016