Collectieve uitspraak BOF

De collectieve uitspraak op het massaal bezwaar tegen de BOF is gepubliceerd in de Staatscourant. Alle bezwaarschriften worden afgewezen en alle opgelegde aanslagen worden gehandhaafd.
De staatssecretaris van Financiƫn heeft in een besluit van 23 oktober 2012 besloten om de bezwaarschriften tegen aanslagen erf- en schenkbelasting waarbij voor niet-ondernemingsvermogen geen bedrijfsopvolgingsfaciliteit wordt verleend aan te wijzen als massaal bezwaar.
Het gaat daarbij om de bezwaarschriften waarop op 23 oktober 2012 nog geen uitspraak is gedaan en bezwaarschriften die zijn ingediend tot en met de dag voorafgaande aan de dagtekening van de collectieve uitspraak.
De bezwaarschriften hebben betrekking op de vraag of de toepassing van het gelijkheidsbeginsel als bedoeld in artikel 26 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) of artikel 14 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) met zich brengt dat de (voorwaardelijke) onbelaste geconserveerde waarde van de bedrijfsopvolgingsregeling in de Successiewet 1956 (van 75%) (tekst jaar 2007 tot en met 2009) dan wel de (voorwaardelijke) vrijstelling van de bedrijfsopvolgingsregeling in de Successiewet 1956 (van tenminste 83%) (tekst jaar 2010 en volgende) ook op ander vermogen dan ondernemingsvermogen van toepassing is.
Er is een aantal bezwaarschriften geselecteerd en voorgelegd aan de rechter. In dit kader heeft de Hoge Raad op vrijdag 22 november 2013 uitspraak gedaan in vijf geselecteerde proefprocedures.
De Hoge Raad heeft in verband met de rechtsvraag in alle procedures geoordeeld dat de vrijstelling van ondernemingsvermogen voor de erf- en schenkbelasting niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. De wetgever heeft volgens de Hoge Raad geen ongerechtvaardigd onderscheid gemaakt tussen het belasten van ondernemingsvermogen en het belasten van ander vermogen. Met deze beslissing heeft de Hoge Raad de inspecteur derhalve in het gelijk gesteld.
Gelet op dit oordeel doet de inspecteur voor alle als massaal bezwaar aangewezen bezwaarschriften collectief uitspraak op bezwaar. Hij wijst de bezwaarschriften af en handhaaft de opgelegde aanslagen.
Tegen deze uitspraak kan geen beroep worden ingesteld. Wil men toch beroep instellen, kan men bij de inspecteur binnen een redelijke termijn een verzoek indienen om deze uitspraak te vervangen door een individuele uitspraak. De individuele uitspraak zal overigens gelijkluidend zijn aan deze collectieve uitspraak. Tegen de individuele uitspraak kan men binnen 6 weken na dagtekening beroep instellen bij de rechtbank. Dit beroep kan alleen de hierboven omschreven vraag betreffen.
Bron: MvF 04-12-2013