Collectieve pensioenregeling voor zzp’ers

De grootste belangenorganisaties van zelfstandigen hebben de contouren geschetst van een collectieve pensioenregeling voor zelfstandigen. Belangrijk kenmerk van deze pensioenregeling is vrijwilligheid. Deelnemers kunnen zelf bepalen hoeveel ze periodiek inleggen. Dit mag ook flexibel, gezien de wisselende inkomsten van zzp’ers.
Belangrijke kenmerken van de pensioenregeling voor zelfstandigen zijn flexibiliteit en collectiviteit. Zo kunnen deelnemers vrijwillig in- en uit stappen en bepalen hoeveel ze periodiek inleggen. Het betreft een collectieve regeling waarbij de ingelegde gelden collectief worden belegd en beheerd. Wat de deelnemers terugkrijgen voor hun inleg, in de vorm van pensioenuitkeringen, is afhankelijk van het beleggingsresultaat minus de uitvoeringskosten. In de uitkeringsfase wordt geen levenlange uitkering verzekerd, maar is sprake van een van te voren bepaalde uitkeringsduur. De zelfstandigenorganisaties zijn voornemens de regeling uit te laten voeren door een beleggingsinstelling zonder winstoogmerk, waarbij de uitvoeringskosten zo laag mogelijk worden gehouden.
In een overleg met vertegenwoordigers van de zzp-organisaties (ZZP-Nederland, PZO, FNV-Zelfstandigen, FNV-Zelfstandigen Bouw en Vereniging ZZP)hebben staatssecretaris Weekers van Financiën en staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangegeven dat het kabinet dit initiatief van harte ondersteunt.
Zelfstandigenorganisaties hebben de wens geuit dat zelfstandigen hun pensioen niet hoeven aan te spreken voordat ze in aanmerking komen voor de bijstand. In een brief aan de Kamer schrijven de bewindslieden dat dit in overeenstemming is met het vorig jaar gesloten pensioenakkoord. Daarin is opgenomen dat voor iedereen (dus ook werknemers) het totaalbedrag aan pensioenvermogen (met een maximum tot 2x AOW) niet wordt meegeteld als een beroep op de bijstand wordt gedaan.
De zelfstandigenorganisaties hebben ook de wens geuit dat het derdepijlerpensioen bij arbeidsongeschiktheid van de deelnemer kan worden opgenomen, zonder dat daarbij – zoals thans – revisierente is verschuldigd. De staatssecretaris van Financiën is bereid de fiscale wetgeving op dit punt aan te passen. Ook dit is aan de orde geweest bij de afspraken over het Witteveenakkoord.
Bron: Min SZW 15-01-2014