Cliëntennieuwsbrief 29 januari 2015

In dit nummer onder andere:

– Vervanger van VAR voorlopig uitgesteld

– Fiscale eenheid gaat de grens over

– Btw-heffing bij eeuwigdurende erfpacht

– Nieuwe goedkeuringen periodieke giften

– IB-aangifte: 1 april wordt 1 mei

– Verzuimboeten verhoogd

 

De ondernemer en de dga

Beschikking geen loonheffingen on hold

De Tweede Kamer heeft de behandeling van het wetsvoorstel invoering Beschikking geen loonheffingen tot nader order uitgesteld. De staatssecretaris van Financiën heeft de opdracht gekregen eerst de alternatieven voor de Beschikking geen loonheffingen te onderzoeken. Het was de bedoeling dat de Beschikking geen loonheffingen (BGL) de huidige Verklaring arbeidsrelatie (VAR) moest gaan vervangen, maar hiertegen is nogal wat weerstand. De BGL zou het probleem van ‘schijnzelfstandigheid’ niet oplossen en dus moet de staatssecretaris op zoek naar alternatieven voordat de Kamer over de BGL wil praten. Ook heeft de Tweede Kamer de staatssecretaris geadviseerd deze alternatieven eerst ter toetsing voor te leggen aan Actal, dat adviseert over de vermindering van de administratieve lasten.

Let op!

Hoewel de invoering van de Beschikking geen loonheffingen op zich laat wachten, hoeven opdrachtnemers vooralsnog geen Verklaring arbeidsrelatie voor 2015 aan te vragen. De staatssecretaris heeft namelijk aangegeven dat de VAR over 2014 ook geldt voor 2015.

Financieringslasten tellen mee bij ondernemingsvraag

De Hoge Raad heeft duidelijk gemaakt dat bij de beantwoording van de vraag of sprake is van een onderneming voor de inkomstenbelasting, ook rekening moet worden gehouden met de kosten die zijn gemaakt voor financiering van de organisatie. In dit geval ging het om een echtpaar dat een boerderij kocht met de bedoeling een bed and breakfast (B&B) te gaan runnen. Eerst moest er worden verbouwd en deze verbouwing werd gefinancierd met een geldlening. Het echtpaar wilde vervolgens de geleden verliezen in aftrek brengen. Dit was alleen mogelijk als er sprake was van een onderneming. Hieraan ging de vraag vooraf of er een bron van inkomen was. Dit is het geval bij deelname aan het economische verkeer waarmee financieel voordeel wordt beoogd en ook redelijkerwijs is te verwachten. Bij de beoordeling of winst te verwachten is, moet ook de rente op geldleningen die zijn aangegaan ter financiering van die organisatie worden betrokken, oordeelde de Hoge Raad. Dat is werkzaam kapitaal in de vorm van vreemd vermogen in die organisatie. Gezien de kosten van de lening was er geen voordeel te verwachten. Er was in deze zaak dan ook geen sprake van een bron van inkomen en de geleden verliezen konden niet in aftrek komen.

Vennootschapsbelasting

Wijziging van het fiscale-eenheidsregime

Nog voor de zomer zal de staatssecretaris van Financiën een wetsvoorstel indienen om het fiscale-eenheidsregime Vpb in overeenstemming te brengen met het Europese recht. Onlangs publiceerde hij al een goedkeurend beleidsbesluit. De goedkeuringen volgen op een uitspraak van Hof Amsterdam waarin de rechter oordeelde dat het ook mogelijk moet zijn dat een fiscale eenheid wordt gevormd tussen een Nederlandse moedermaatschappij en Nederlandse kleindochtermaatschappijen terwijl één of meer (tussen de moedermaatschappij en de kleindochtermaatschappijen hangende) dochtermaatschappijen in het buitenland zijn gevestigd. Bovendien moet ook een fiscale eenheid kunnen worden gevormd tussen in Nederland gevestigde zustermaatschappijen als de moedermaatschappij in het buitenland is gevestigd. Deze fiscale eenheden zijn met het besluit mogelijk gemaakt. Wilt u meer weten over de mogelijkheden en onmogelijkheden van de fiscale eenheid in de vennootschapsbelasting? Neem dan contact met ons op.

Verliezen te verrekenen? Zorg voor een beschikking

Alleen verliezen die zijn vastgesteld bij – voor bezwaar vatbare – beschikking komen voor verrekening in aanmerking. Dit werd bevestigd in een zaak bij Gerechtshof Amsterdam, waar een bv in haar eerste vier jaren na oprichting nooit aangifte Vpb had gedaan, maar wel verliezen had geleden. De verliezen die de bv in deze jaren had geleden, konden niet worden verrekend. Deze waren immers niet bij beschikking vastgesteld, omdat er nooit aangifte was gedaan. Als de bv belang had gehad bij het doen van aangifte om de verliezen vast te laten stellen, had zij om aangiftebiljetten voor die jaren moeten verzoeken, oordeelde Hof Amsterdam. Het was niet zo

Goodwill bij uitkoop niet in één keer aftrekbaar

Bij de uitkoop van een maat die disfunctioneert, kan niet iedere uitkoopsom in één keer van de winst worden afgetrokken. Het ging in deze zaak om een belastingadviseur die met zijn holding deelnam in een maatschap. Na gebeurtenissen in de persoonlijke sfeer was hij in de periode 2003 tot en met 2007 nauwelijks aan het werk. Eind 2007 sloten de zieke adviseur en de overige maten een vaststellingsovereenkomst waarin zij overeenkwamen dat de maat zou uittreden en zijn maatschapsaandeel zou verkopen aan de overige maten. De vraag was of de maten de betaalde uitkoopsom in één keer van de winst mochten aftrekken of dat ze dit bedrag moesten activeren. Het hof oordeelde dat de uitkoopsom in deze zaak in één keer mocht worden afgetrokken. De Hoge Raad wees voor de beoordeling echter op een oud arrest. Daarin werd onder meer beslist dat wanneer bij de uitkoop van een zittende vennoot een bedrag wordt betaald omdat die vennoot niet bijdraagt aan de omzet van de onderneming, dit bedrag niet ineens ten laste van de winst kan worden gebracht. Zo’n betaling vormt namelijk een betaling voor het brengen van een wijziging in de bestaande winstverdeling en moet worden geactiveerd. Er geldt alleen een uitzondering als de bedrijfswaarde van wat de overblijvende maten daartegenover hebben verkregen, lager is. De Hoge Raad vernietigde de eerdere hofuitspraak en verwees de zaak naar Hof Amsterdam.

BTW

Wat valt er onder het lage btw-tarief?

Onlangs zijn er een aantal wijzigingen gepubliceerd voor goederen en diensten waarvoor het verlaagde 6% btw-tarief geldt. Behalve de bepaling dat het verlaagde btw-tarief nog tot 1 juli 2015 van toepassing is op alle renovatie- en herstelwerkzaamheden in en aan een woning, zijn er nog veel meer inhoudelijke wijzigingen.

Het begrip boeken is bijvoorbeeld verduidelijkt. Voor kinderen bestemde boeken vallen, ook als ze speelse elementen bevatten, onder het lage tarief. Net als fotoboeken met foto’s van bijvoorbeeld een bruiloft, afscheid enz. De kosten van de reportage gaan daarbij op in de prijs van het album. Het lage tarief bij het schilderen en stukadoren van woningen die ouder zijn dan twee jaar geldt ook voor woonboten. Bovendien valt de tuin die bij een woning behoort voortaan ook onder het begrip woning.

Btw bij erfpacht

Sinds 1 januari 2015 zijn de btw-regels voor eeuwigdurende zakelijke rechten, zoals erfpacht, op onroerende zaken veranderd. Hierdoor wordt de vestiging of overdracht van zakelijke rechten voor onbepaalde tijd op bouwterreinen of nieuwe gebouwen in beginsel aangemerkt als een belaste btw-levering. Daarbij wordt btw geheven over de waarde in het economische verkeer van de zaak waarop het recht betrekking heeft. Deze wijziging heeft onder meer gevolgen voor erfpachttransacties waarbij het recht van erfpacht voor onbepaalde tijd wordt gevestigd.

Er is overgangsrecht. Dit komt erop neer dat voor overeenkomsten die vóór 1 juli 2015 zijn gesloten tot de vestiging, overdracht, wijziging, afstand en opzegging van rechten op onroerende zaken nog mag worden uitgegaan van een prestatie die is vrijgesteld voor de btw. Daardoor wordt er geen btw, maar overdrachtsbelasting geheven. Hierover moeten partijen wel overeenstemming bereiken en zij moeten dit in de koopovereenkomst en akte opnemen. Verder moet de daadwerkelijke vestiging, overdracht, wijziging, afstand of opzegging van die rechten uiterlijk 31 december 2016 juridisch plaatsvinden.

 

Familievermogensrecht

180-dagenfictie leidt niet tot teruggaaf schenkbelasting

Op grond van de 180-dagenfictie in de Successiewet kan men de betaalde schenkbelasting in mindering brengen op de verschuldigde erfbelasting als een erflater binnen 180 dagen na de schenking overlijdt. Maar als er over een nalatenschap geen erfbelasting hoeft te worden betaald (bijvoorbeeld omdat een vrijstelling geldt), geeft de 180-dagenfictie geen recht op teruggaaf van de schenkbelasting. De fictie is alleen bedoeld om dubbele heffing te voorkomen, oordeelde de Hoge Raad. Betaalde schenkbelasting kan dus niet worden teruggevraagd op basis van de 180-dagenfictie.

Periodieke gift in één keer uitgekeerd? Soms toch aftrek

De staatssecretaris van Financiën heeft het beleid over de giftenregeling en de kwalificatie als algemeen nut beogende instelling (ANBI) op een aantal punten aangepast. Eén van de aanpassingen is dat per 19 december 2014 ook sprake kan zijn van een periodieke gift als een schenker via een legaat bepaalt dat de resterende termijnen van de periodieke gift bij zijn overlijden in één keer aan de instelling of vereniging worden uitgekeerd. Verder bevat het aangepaste besluit bijvoorbeeld een nieuwe goedkeuring voor giften die in 2014 zijn gedaan, maar waarvoor pas op een later moment in 2014 een notariële of onderhandse schenkingsakte is opgemaakt. Deze kunnen onder voorwaarden toch een periodieke gift zijn. Bovendien staat ook in het besluit welke gevolgen het verliezen van de ANBI-status heeft voor de fiscale aftrekbaarheid van giften aan de betreffende organisatie.

Loonheffingen en sociale verzekeringen

Nu geen werkbonus? Dan nooit meer werkbonus

De werkbonus is vervallen per 1 januari 2015 voor mensen die nog 61 jaar moeten worden. Mensen die op 1 januari 2015 61 of ouder waren, kunnen nog wel in aanmerking blijven komen voor deze heffingskorting. De voorgaande jaren was dat al vanaf 60 jaar. Elk jaar schuift de grens een jaar op waardoor er geen ‘nieuwe gevallen’ meer bij zullen komen. De uitsluiting geldt niet voor mensen die voorheen wel recht zouden hebben gehad op de werkbonus als ze arbeidsinkomen hadden gehad, maar doordat ze bijvoorbeeld werkloos waren de werkbonus niet konden toepassen. Een werknemer die in 2015 62 jaar is en in maart 2015 gaat werken mag de werkbonus – mits voldaan aan de voorwaarden – daarom wel toepassen, ondanks dat hij deze voor het eerst toepast.

Niet automatisch boete over zesmaandsfictie illegale werknemers

Een werkgever die zijn werknemers niet in de loonadministratie opneemt, kan een naheffingsaanslag krijgen opgelegd over de zes maanden vóór het moment van ontdekking. Dit is de zesmaandsfictie bij zwart werken. Onlangs bleek bij de Hoge Raad dat deze zesmaandsfictie niet automatisch doorwerkt naar de boete. Voor het opleggen van een boete, moet de inspecteur vaststellen dat de werknemers ook echt in dienst waren, loon ontvingen en dat over dat loon géén loonbelasting is afgedragen. Bij het opleggen van boetes, mag wel worden uitgegaan van bewijsvermoedens, maar in dit geval ging dat te ver volgens de Hoge Raad. Er stond namelijk niets feitelijk vast over de vraag of de drie werknemers die de fiscus bij een onderzoek aantrof ook al zes maanden vóór de belastingcontrole in dienst waren.

Auto

Bijtelling voordeel privégebruik auto in 2015 en 2016

In 2015 zijn de CO₂-uitstootgrenzen en de bijbehorende bijtellingspercentages voor het privégebruik van personen- en bestelauto’s van de zaak gewijzigd. Per 1 januari maakt het niet meer uit op wat voor brandstof de auto rijdt: de uitstootgrenzen en bijbehorende bijtellingspercentages zijn in alle gevallen hetzelfde. De nieuwe grenzen en percentages gelden voor auto’s die in 2015 voor het eerst op naam zijn gesteld, en waarin 500 kilometer of meer privé worden gereden. Dit percentage geldt dan de komende zestig maanden. De termijn van 60 maanden start op de eerste dag van de maand na de maand waarin de datum eerste tenaamstelling valt.

Tijdens de behandeling van het Belastingplan 2015 in de Tweede Kamer, werd ook een voorstel aangenomen voor de CO₂-uitstootgrenzen en de bijbehorende bijtellingspercentages in 2016.

Toekomstvoorzieningen

Aftoppingsgrens pensioen geldt per dienstbetrekking

Vanaf 1 januari jl is de maximale hoogte van het pensioengevend loon waarvoor de fiscaal vriendelijke omkeerregel geldt, begrensd op € 100.000. Werknemers met een hoger loon kunnen daarover alleen een zogenoemd nettopensioen of nettolijfrente opbouwen. De staatssecretaris van Financiën heeft aangegeven dat de aftoppingsgrens per dienstbetrekking geldt. Bij deeltijddienstbetrekkingen wordt de deeltijdfactor gebruikt om te bepalen of men de aftoppingsgrens overschrijdt. Zo mag de pensioentoezegging aan een werknemer in een dienstbetrekking met deeltijdfactor 0,6 niet hoger zijn dan € 60.000.

Uit de antwoorden van de staatssecretaris blijkt dat de aftoppingsgrens van € 100.000 per dienstbetrekking strikt wordt gehandhaafd. Zo geldt deze grens ook bij een dienstbetrekking met urenuitbreiding, zoals in het onderwijs en bij de politie vaak voorkomt. Als een pensioentoezegging toch hoger is, wordt de volledige pensioentoezegging onzuiver. De inhoudingsplichtige moet dan loonheffing inhouden over de volledige pensioenaanspraak. Ook is men in dat geval een revisierente van 20% verschuldigd.

Let op!

Als een gewijzigde pensioenregeling niet voor 1 januari 2015 is voorgelegd aan de Belastingdienst, kan een eventuele latere aanpassing niet meer met terugwerkende kracht worden verwerkt. De pensioenregeling is dan onzuiver totdat de regeling zodanig is aangepast dat aan alle voorwaarden wordt voldaan.

Eigen woning

Ruimer begrip woning in aanbouw

De Hoge Raad oordeelde op 3 oktober 2014 in twee verschillende rechtszaken dat tot het moment van heien of het leggen van de fundering geen recht bestaat op hypotheekrenteaftrek voor een woning. Dit arrest betekende een inperking van het begrip ‘woning in aanbouw’ zoals dat tot nu toe werd gebruikt. Maar volgens de staatssecretaris was deze uitleg niet in lijn met wat de wetgever destijds voor ogen had. Daarom heeft de staatssecretaris goedgekeurd dat ook sprake kan zijn van een woning in aanbouw als er voldoende concrete stappen zijn gezet om aan te nemen dat de bouwkundige werkzaamheden binnen afzienbare tijd gaan beginnen. Bij nieuwbouw kan het sluiten van een koop- of aannemingsovereenkomst voldoende zijn om te kunnen spreken van een woning in aanbouw. De belastingplichtige moet dan aannemelijk maken dat de woning in aanbouw als zijn hoofdverblijf gaat dienen in het kalenderjaar waarin de koop-/aanneemovereenkomst wordt gesloten, of in één van de drie daaropvolgende jaren.

Kortere termijnen in de overdrachtsbelasting

Per 1 januari 2015 zijn twee verlengde termijnen in de overdrachtsbelasting afgelopen. Het gaat om de verruimde termijn van 36 maanden bij doorverkoop van een onroerende zaak en om de verruimde termijn van 24 maanden bij samenloop van heffing van omzetbelasting (btw) en overdrachtsbelasting. De hoofdregels gelden nu weer. Dit betekent dat bij de doorverkoop van een woning of pand binnen zes (in plaats van 36) maanden na een vorige verkrijging alleen overdrachtsbelasting is verschuldigd over de meerwaarde.

Bij de verkoop van nieuw zakelijk vastgoed dat al in gebruik is genomen of is verhuurd, is zowel btw als overdrachtsbelasting verschuldigd. In bepaalde gevallen geldt er een vrijstelling van overdrachtsbelasting. Voor deze vrijstelling geldt sinds 1 januari weer een termijn van zes (in plaats van 24) maanden. Wilt u meer weten over de vrijstelling van overdrachtsbelasting? Raadpleeg ons voor meer informatie.

Administratieve verplichtingen

Eén maand uitstel voor IB-aangifte over 2014

Iedereen die belastingaangifte over 2014 moet doen, kan vanaf 1 maart 2015 aangifte doen met de vooraf ingevulde aangifte. De gegevens die de Belastingdienst vooraf heeft ingevuld, moeten alleen nog worden gecontroleerd en waar nodig worden aangevuld. Mensen die hun aangifte zonder wijzigingen willen doorsturen, kunnen daarvoor ook de aangifte-app gebruiken. In de app zijn dit jaar ook de hypotheekgegevens opgenomen. Hierdoor kan een grotere groep mensen gebruik maken van de app. Aangifte doen kan in maart én april. Degenen die in de maand maart aangifte doen, krijgen nog voor 1 juli bericht van de fiscus. Bij aangiften die in april binnenkomen probeert de Belastingdienst óók voor 1 juli bericht te geven.

Tip!

Iedereen die een te betalen aanslag inkomstenbelasting of inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet over 2014 ontvangt, krijgt eenmalig automatisch vier maanden extra de tijd (bovenop de standaardtermijn van zes weken) om te betalen. Hierover ontvangt men later in 2015 nog bericht van de fiscus. Dit geldt voor aanslagen die worden opgelegd vanaf 1 mei 2015 tot en met 30 juni 2016.

Pas op, verzuimboetes omhoog

De verzuimboetes zijn per 1 januari 2015 aangepast. Zo is de maximale verzuimboete voor het niet, niet volledig of niet op tijd betalen van een aanslagbelasting omhoog gegaan van € 4.920 naar € 5.278. Datzelfde geldt voor het niet (of niet op tijd) doen van de aangifte.

De verzuimboete voor het niet (tijdig) doen van aangifte voor een afdrachtbelasting is verhoogd van € 123 naar € 131. De maximale boete voor het te laat, niet, onjuist of onvolledig doen van de aangifte loonbelasting of een correctie loonbelasting is verhoogd van € 1.230 naar € 1.319.