Cao-afspraken over (zelfstandige) remplaçanten orkesten toegestaan

Hof Den Haag heeft geoordeeld dat FNV Kiem afspraken mocht maken over de tarieven van (zelfstandige) remplaçanten. In de cao Nederlandse Orkesten (2006-2007) was een minimumtarief voor orkestremplaçanten afgesproken die ook gold voor zelfstandige remplaçanten. Volgens het hof was van belang was dat de betreffende zelfstandigen in dezelfde positie verkeren als werknemers
FNV Kiem en de werkgeversvereniging Vereniging van Stichtingen Remplaçanten Nederlandse Orkesten hadden een geschil over een bepaling in de cao Nederlandse Orkesten (2006-2007) waarin een bepaling voor een minimumtarief voor orkestremplaçanten was opgenomen. Dit minimumtarief gold niet alleen voor remplaçanten in het kader van een dienstverband (werknemers), maar ook voor zelfstandige remplaçanten.
De Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) verbood dit, omdat het in strijd zou zijn met het mededingingsrecht. FNV Kiem was tegen het verbod van de NMa in beroep gegaan en in deze zaak had Hof Den Haag prejudiciële vragen gesteld aan het Europese Hof van Justitie. Het Europese hof oordeelde dat in een cao afspraken kunnen worden opgenomen over een minimumtarief voor zelfstandigen, mits de betreffende zelfstandigen zich in een vergelijkbare situatie bevinden als werknemer. Hof Den Haag moest uitzoeken of hiervan in deze zaak het geval was.
Dit hof heeft nu geoordeeld dat de betreffende zelfstandigen in dezelfde positie verkeren als werknemers. Zij vallen onder meer onder het gezag van de werkgever en kunnen niet hun eigen tijd indelen. Het hof komt tot het oordeel dat zij als schijnzelfstandigen moeten worden beschouwd die – anders dan ‘echte’ ondernemingen – gedurende de contractuele relatie zich in een ondergeschiktheidsrelatie bevinden.
Bron: FNV Kiem, 01-09-2015; Hof Den Haag, 01-09-2015