Bouwterrein: intentie en objectieve gegevens

De Hoge Raad is om ten aanzien van het begrip bouwterreinen. Als partijen de intentie hebben om een terrein als bouwterrein te gebruiken en dit wordt ondersteund door objectieve gegevens, dan is de verkrijging van het terrein belast met btw en vrijgesteld van overdrachtsbelasting.
De Hoge Raad heeft prejudiciële vragen gesteld aan het Europese Hof van Justitie inzake de levering van een onbebouwd terrein. Het ging in deze zaak om een perceel grond die woningbouwvereniging Maasdriel op 13 november 2006 van de gemeente Maasdriel kocht. Op die datum stond op het perceel een gebouw dat als bibliotheek in gebruik was geweest en daarnaast een openbaar, bestraat parkeerterrein. In de koopovereenkomst is bepaald dat de ‘feitelijke levering (aflevering) van het verkochte aan de woningbouwvereniging zal geschieden in bouwrijpe staat’ met het oog op het voornemen van de koper om op het perceel woningen bouwen, eventueel in combinatie met kantoren met parkeerfaciliteiten. Er werd afgesproken dat de gemeente zou zorgen voor de sloop van het gebouw en voor de verwijdering van de bestrating van het parkeerterrein. De gemeente sloopt het gebouw en ruimt het puin op. Op 2 maart 2007 is het bouwterrein aan de woningbouwvereniging geleverd. Het parkeerterrein is op het moment van levering en ook tijdens de behandeling door Hof Arnhem op 22 april 2010 nog steeds als zodanig in gebruik. Ook is er nog geen bouwvergunning verleend. Volgens de woningbouwvereniging is sprake van een voor de btw-belaste levering waardoor geen overdrachtbelasting zou zijn verschuldigd.
De Hoge Raad heeft de volgende vraag gesteld aan het Europese Hof: moet de BTW-richtlijn 2006 zo worden uitgelegd dat in elk geval niet van btw mag zijn vrijgesteld de levering van een onbebouwd terrein dat is ontstaan door sloop van daarop staande bebouwing, welke sloop is verricht met het oog op nieuwbouw? Volgens het Europese Hof moet de richtlijn zo worden uitgelegd dat de levering van een onbebouwd terrein, na de sloop van het op dat terrein staande gebouw, niet onder de btw-vrijstelling valt, ook niet als er op de datum van levering nog geen voorzieningen zijn getroffen voor dit terrein, behalve de sloop, wanneer uit een globale beoordeling van de omstandigheden, met inbegrip van de intentie van partijen, mits deze wordt ondersteund door objectieve gegevens, blijkt dat op die datum het betrokken terrein daadwerkelijk bestemd was om te worden bebouwd.
Hieruit leidt de Hoge Raad af dat een terrein een bouwterrein is in de zin van de BTW-richtlijn, wanneer uit de beoordeling van alle omstandigheden, met inbegrip van de intentie van partijen, mits deze wordt ondersteund door objectieve gegevens, blijkt dat op de datum van de levering het betrokken terrein daadwerkelijk was bestemd te worden bebouwd.
Kortom, de levering van het bouwterrein is belast met btw maar vrijgesteld voor de overdrachtsbelasting.
HR 07-06-2013